Neemt en eet

Nog één keer: het lichaam. Kunst die met een sterke nadruk op lijfelijkheid een stevig in de werkelijkheid verankerd antwoord geeft op de vluchtige virtualiteit, gecombineerd met de gretigheid waarmee jong en oud zich stort op de seksuele capriolen en eigenaardigheden van de medemens, nu in één tentoonstelling: Beyond their Sex.

Ondanks de vrij onzinnige Engelse titel besloot ik maar eens een blik te werpen, in de verwachting horden voorbijgangers aan het voyeren te zien. Wonderlijk genoeg liepen er alleen wat jonge dames en wat oudere heren rond, die hun lange jassen overigens af moesten geven.
Naast een paar mannen zijn voor de tentoonstelling vooral vrouwen geselecteerd die, zoals het vrouwen van deze tijd betaamt, hun heft in eigen hand nemen en zich de seksualiteit toeëigenen. Daar hoort natuurlijk de alweer een jaar of tien modieuze SM bij, vertegenwoordigd door de bonte zweepjes en roeden van Wink van Kempen, die ze tussen de geënsceneerde foto’s hangt waar ze op figureren. Wie stout is, loopt ook kans gestrikt te worden op het ruitjespapier van Pam Emmerik, waar fallussen het aan de stok hebben met andere groenten in een vrolijke buiteling van letters en voorwerpen. Of in de onthullende kledingontwerpen van Marlies Dekkers, die man en vrouw tot zuiver seksuele wezens reduceren.
Bekommerder zijn de kritische werken van Pépé Smit, die het vrouwelijk ideaalbeeld in de reclame ter discussie stelt met ‘NaturElle’, een bedrieglijk echt verpakte 'huidkleurige panty met haar en ingenaaid kruisje’. Of 'Look at the shape I’m in’, twee schilderijen van hetzelfde model als parodie op de voor/na-reclames voor shampoo en borstvergroting, gemaakt door Tjarda Sixma.
En wie zegt dat alleen vrouwen hun eigen lichaam tot arena maken van artistieke zeggingskracht? Pieter Kusters ontdekt zijn eigen seksualiteit in zelfportretjes op serviesgoed, en Joost van den Toorn hangt een uitvergrote foto uit 1962 boven zijn fallische en vulvische beelden, waarop hij als knulletje in een optocht figureert, vermomd als raket Joost 1. Zijn beeldjes, allemaal uit de jaren tachtig, zijn vrolijk springende niks-aan-de-hand-pikken, mefistofelisch grijnzend om hun plotselinge bewegingsvrijheid. Het rijtje tanden aan het been van de wandelende fallus maken van 'Hé ho, let’s go’ een penis dentatis.
Het lichaam is, kortom, om veel om te lachen. Al in de zestiende eeuw viel buitenlanders als Vasari de 'drolerieën’ en de 'boersheid’ van de Nederlandse kunst op. Heel plat is bijvoorbeeld het gebruik van aronskelken (mannelijk en vrouwelijk geslachtsdeel ineen) in de fotowerken van Els Timmermans. Vasari zou zijn vooroordeel ook bevestigd zien in Harm Ruttens lelijke beeldjes als 'Onze Lieve Vrouwe van het Platteland’. Opvallend is de sterke aanwezigheid van christelijke symboliek en katholieke beeldtaal in Beyond their Sex, misschien een goedmakertje voor de beeldenstorm. Jezus en zijn moeder zijn in tekst en beeld alomtegenwoordig, van de madonna-zelfportretten van Colien Langerwerff tot de tot schilderkunst verheven pseudo-banale ansichtkaarten van Jacqueline Lamme. Ruttens 'Marianum’ toont een blonde, huilende madonna rug aan rug met een donkerharige, lachende met ontblote borst, langzaam ronddraaiend opdat ons maar niets ontgaat.
Het in een stemmig zwarte lijst gestoken zelfportret van Mej. C. Tollens is ook een drolerie, maar een opmerkelijk sensuele: een flinke garnaal gluurt met verbogen voelspriet uit een netslipje omhoog. Dit is mijn lichaam, neemt ervan en eet, lijken Nederlandse kunstenaars te willen zeggen. Voorbij hun geslacht doemt in de eerste plaats God op, zo blijkt maar weer.