KUNST

Neerlandocentrisch

Holland Mania

Er zijn vele manieren om de tentoonstelling Holland Mania in de Lakenhal te Leiden te beoordelen. Je zou kunnen zeggen dat het een aardige manier is om te improviseren op de rolletjes die Leiden heeft gespeeld in de relaties met Amerika (het verblijf van de Pilgrim Fathers tussen 1609 en 1620, onder meer) en Japan (de ontvangst van het grote Japanse gezantschap in 1862). Zo bezien zijn de grote vitrines, in helder oranje, frisse interventies in de vaste opstelling; zo bezien is het best aardig om een serie Amerikaanse kinderboeken over Nederland te zien liggen tegenover Rembrandt. Het museum toont niet alleen historisch materiaal, maar ook een achttal werken van hedendaagse kunstenaars, die ingaan op aspecten van die relaties.
Een andere manier is om zachtjes het hoofd te schudden over het bijna malle gebrek aan coherentie. De samenstellers willen geen overzichtstentoonstelling bieden, hoogstens ‘enkele historische ijkmomenten’ gemengd met ‘artist’s statements’, en dat kan, natuurlijk, maar er zit maar een dun lijntje tussen eclecticisme en los zand. De tentoongestelde werken en artefacten lopen zo sterk uiteen in onderwerp en kwaliteit dat er van enige naspeurbare connectie eigenlijk geen sprake is, terwijl de samenstellers daar wel van uitgaan, in casu ‘het kleurrijke en internationale verschijnsel dat Holland Mania was’.
Dat is een lekker begrip, maar er is van alles mis mee. De Holland Mania waarop wordt gedoeld is vooral die van de elite aan de Amerikaanse oostkust, die eind negentiende eeuw het een en ander van die grotendeels fictieve geschiedenis in de Amerikaanse cultuur introduceerde, met name Thanksgiving en Sinterklaas. Uit die tijd stamt het romantische beeld van Nederland zoals vervat in The Silver Skates (1865) en de Broadwayproducties The Red Mill en Miss Hook of Holland. Dat was allemaal mengelwerk, en romantische onzin.
De historische interactie was er zeker, en er zitten interessante episoden bij, maar ‘manie’ is een groot woord. Daarmee wordt het belang van die interactie stevig overdreven en, vervelender, nogal neerlandocentrisch opgevat. Nieuw Amsterdam was een interessante nederzetting, maar het is goed voorstelbaar dat in Stockholm een even ferm betoog wordt gehouden over de invloed van de kolonie Nieuw-Zweden in Delaware. Net zo goed zou in Berlijn een tentoonstelling gehouden kunnen worden over de enorme invloed van Duitsland op de modernisering van Japan aan het eind van de negentiende eeuw – op de geneeskunde, het krijgsbedrijf en op de grondwet van 1889. Zeker, de Nederlanders zaten al lang in Japan, ze ontvingen de Japanneezen in 1862 hartelijk, en hun tolken spraken Nederlands, maar het gezantschap werd zonder omhaal het land uitgezet toen de onderhandelingen over het openbreken van de Japanse economie mislukten. De Nederlandse regering hield het liever bij kanonneerbootdiplomatie. Wat zegt dat nou, over die Holland-manie?
De complexiteit van die culturele interactie wordt in de hedendaagse kunstwerken in de Lakenhal enigszins zichtbaar. Renée Ridgeway toont quilts in de traditie van de Pennsylvania Dutch, die natuurlijk geen Nederlanders waren, maar Deutsch, afkomstig uit Rheinland-Pfalz en Zwitserland. Meer to the point zijn Barbara Vissers bekende foto’s van Huis ten Bosch Nagasaki, die bizarre kopie van Nederlandse architectuur, waar zij twee als Japans echtpaar geschminkte Nederlanders fotografeerde, nep in nep. Daartegenover staat het ‘authentieke’ relaas van een Wampanoag-indiaan, vastgelegd door Ridgeway. Met ontbloot bovenlijf en mohawk vertelt hij over de handel in wampum. Is dit een authentiek relaas over culturele interactie en identiteit? Of is het gewoon een verklede adolescent, dromend van Daniel Day-Lewis in Last of the Mohicans?

Holland Mania: Amerikaanse en Japanse beeldvorming over Nederland. Stedelijk Museum De Lakenhal, Leiden, t/m 30 augustus. www.hollandmania.nl.