Neerlands verloedering

Met geamuseerde irritatie bezag ik Sonja Barends rondetafelgesprek over de verloedering van dit tijdsgewricht. De deelnemers waren vier midtwintigers van rond de 75. Met die verloedering is het, geloof hen, bar en boos gesteld. Neem het probleem van de bedelaars. Die vragen je zomaar een gulden en als je die weigert te geven beginnen ze je uit te schelden. Sprak een nuffig juffertje dat, zo te zien, ongezond beschermd is opgegroeid. Zelf heb ik deze vorm van verloedering pragmatisch opgelost. Ik geef zo'n bedelaar geen gulden, maar een knaak, want hij is straatarm, terwijl ik steenrijk ben, en als de man daar vervolgens drank voor koopt, heeft hij het grootste gelijk van de wereld, want dat doe ik ook.

Denk niet dat ik lichtvaardig over de verloedering oordeel. Die is er onmiskenbaar. In de vorm van de pizzakoerier die mij bijna van de sokken rijdt (weer mis!) en de sterk naar adolescentenzweet ruikende medetrampassagier die weigert op te staan voor mijn grootmoeder die trouwens al meer dan twintig jaar dood is. Het zijn voorbeelden van asociaal gedrag waar ik allemaal tegen ben, in het realistische besef dat dit nu eenmaal de schaduwzijden zijn van het leven in de grote stad, waar de mores anders zijn dan in het idyllische, maar weinig avontuurlijke Zutphen of Sint Annaparochie.
Ik ben niettemin een verdediger van de grote stad, where the action is, zonder daar overigens al te druk in te participeren, een incidenteel bezoek aan de Kleine Zaal of de Westergasfabriek uitgezonderd. Niettemin gebeuren in de grote stad dingen waarvan de provincie slechts kan dromen. Op de dag van Sonja Barends rondetafelgesprek publiceerde Het Parool een reportage over een zogenaamde Wastelandparty. Die worden, begrijp ik, belegd in cafe Richter waar ik ooit, onder het waakzaam toezicht van Jan Lenferink, een publiek gesprek met de zangeres Imca (‘Eviva Espagna!’) Marina heb mogen voeren. De tijden veranderen. Thans word je er als bezoeker geweerd als je niet gekleed bent in een multigeslachtelijke leren tangaslip met opengewerkt kruis, een ring door je neus en een veiligheidsspeld door je eikel, waarmee je je vervolgens naar de dark room dient te begeven teneinde je dildogewijze in alle courante openingen te laten nemen.
Domweg gelukkig in de Reguliersdwarsstraat…
Over dit soort verloedering heb ik die vier bejaarde midtwintigers niet gehoord, terwijl dit soort vertoon hen, zo te zien, toch een gruwel voor het oog des Heeren moet zijn. Want de eerste was het meest preutse meisje van de klas, de tweede was van de Pinkstergemeente, de derde had net een overgevoelig stukje geschreven over mannen met onsmakelijk behaarde bierbuiken en de vierde draagt de redactionele verantwoordelijkheid voor een keurig zakenblad.
Niettemin, cultureel en sociologisch gezien is zo'n firma Richter, mijns bedunkens, heel wat interessanter dan die ene bedelaar die zo onbeleefd is niet met twee woorden te spreken. Wat heet trouwens verloedering? De mens is, zolang hij de medemens niet lastig valt, baas in eigen onderbuik. Aan mij is zo'n Wastelandparty, denk ik, niet besteed, maar gelukkig opent de firma binnenkort een filiaal in societeit De Kring ('met bejaardenseks’), zodat uiteindelijk ook de mensen van mijn generatie aan hun trekken zullen komen.