Toneel: Othello

Negen jaar verder

Toneelgroep Amsterdam bestaat een kwart eeuw, ongeveer de helft van die jaren onder leiding van Ivo van Hove.

Naarmate zijn troep toegroeit naar een steeds hechter ensemble (unicum in ons toneellandschap) kan hij voorstellingen van jaren terug nu hernemen. Vorig seizoen verscheen Hedda Gabler (zes lentes jong) weer op het repertoire en dat werd een sterk weerzien. Nu is Othello aan de beurt, in de herdichting van Hafid Bouazza. Een voorstelling uit 2003, toen Van Hove en zijn troep een zware, kapseizende tijd achter de rug hadden en ze het vaste publiek als het ware over hun eigen zwetende ruggen heen moesten heroveren. Ik ben als toneeljunk dol op hernieuwde kennismakingen van toneelspelers met personages die ze al eens hebben doorzocht. Ik hou van acteurs die ouder worden met de fictieve gekken die ze moeten uitwonen als een onbewoonbaar verklaard huis waarin dubbele wanden, verborgen deuren en oude martelkelders worden (her)ontdekt. De toeschouwer ‘herleest’ als het ware de karakters door hun ogen en beziet ze zodoende als nieuw.

Othello was negen jaar geleden een intrigerende steeple chase met vreemde hindernissen. Hans Kestings Moor was tot aan zijn scrotum chocobruin beschilderd, wat zijn exotisme iets daverends gaf. Die swing zat echter al ruimschoots in de uitzinnigheid van zijn teksten, die van Bouazza hier en daar een paukenslag te veel hadden gekregen, terwijl er in de vertaling ook wat nuances kwijtgespeeld leken. In de verhouding tussen Othello en Desdemona (Karina Smulders) schuilde een hoop kitscherig gekroel tussen een hitsige man, ‘in de vallei van mijn jaren’, en een hoogblonde stoeipoes. De Jago van Roeland Fernhout rotzooide woest in het daderprofiel van een manische schizo die in zijn eigen leugens was gaan geloven. Alles bij elkaar een kooigevecht met iets te veel kooi en een tegenvallend percentage gevecht.

Ik vond de hernieuwde kennismaking enerverend en opwindend. Kestings afgetrainde lijf heeft geen extra kleur nodig. Met zijn bronzen bas-bariton schakelt hij weergaloos tussen het minderwaardigheidscomplex van de zwarte man en de drieste woede over het bedrog waarvan hij de constructie niet doorziet, ook niet kán doorzien, omdat hij de wereld weliswaar van bovenaf leidt (hij is generaal) maar van onderen beziet én (daarin schuilt zijn tragiek) ook van onderen beleeft. Doordat Kesting in deze versie minder exhibitie nodig heeft, krijgt Karina Smulders ruimte om uit te groeien tot de jonge vrouw die wanhopig wordt van de krachten waarvan ze de oorsprong niet begrijpt maar die met haar spelen als een tijger met een jonge hinde. Dat wordt groots gespeeld. Roeland Fernhout is met zijn Jago het sterkst ouder geworden. Welk motief de toneelspeler ook kiest voor het vormgeven van deze Demon – carrièristische rancune, echtelijke jaloezie, gesublimeerde geilheid – het kronkelige pad dat Jago bewandelt eindigt in de kaarsrechte lijn van de kwaadaardigheid die in niets ánders wortelt dan in de kwaadaardigheid zelf en die daarom ook zo ongrijpbaar en uiteindelijk verwoestend is. Fernhout heeft deze motivless malefactor nu groots naar zich toe getrokken. Er zijn wat nieuwe gezichten in deze verse versie van Othello. Hélène Devos maakt van de korte opkomsten van de hoer Bianca iets enerverends. Janni Goslinga speelt Emilia, Jago’s vrouw die alles ziet maar die de speurzin mist om te dóórzien – prachtrol! En Reinout Scholten van Aschat voegt zich met zijn Cassio met een ogenschijnlijk speels gemak in dit sterke ensemble. En áls je zo’n voorstelling dan in reprise neemt, speel hem verdomme dan ook wat vaker!

Othello is te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam van 19 t/m 22 september, 20.30 uur