Negen nederlanders die erger voorkwamen

Negen gesprekken met Nederlanders die erger voorkwamen ..LE Vorig jaar verscheen Om erger te voorkomen, het boek van Nanda van der Zee over de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het boek lokte felle discussies uit, met name over de rol die de Nederlandse elite in de oorlog speelde en over de gevolgen van de vlucht van koningin Wilhelmina naar Engeland.

Nanda van der Zee ontving naar aanleiding van haar boek talloze brieven, vaak van mensen die de oorlog aan den lijve hadden ondervonden. Veel van deze briefschrijvers vertelden over hun illegale werkzaamheden van destijds.
In haar boek legt Nanda van der Zee een heel andere nadruk dan Daniel Goldhagen in zijn internationaal minstens zo controversi‰le Hitlers gewillige beulen, over de jodenvervolging in Duitsland. Volgens Goldhagen was de jodenvervolging het resultaat van een virulent antisemitisme in Duitsland en dus was het hele Duitse volk medeschuldig. Nanda van der Zee daarentegen legt in haar boek voor wat Nederland betreft de nadruk op de medeverantwoordelijkheid van de Nederlandse gezagsdragers, omdat die over het algemeen van meet af aan principeloos met de Duitse bezetter meewerkten. Van die gezagsdragers had juist het goede voorbeeld moeten komen: naar hen werd in de hi‰rarchische en autoritaire maatschappij die Nederland toen was hoog opgekeken. Verzet bieden werd echter verboden en zelfs onbarmhartig zwaar bestraft.
Tegen deze achtergrond kun je het bijna een wonder noemen dat er nog zo veel verzet is geboden, vooral door mensen die vaak niet eens als verzetsstrijder staan geregistreerd maar die in stilte humanitaire hulp hebben verleend. Dat zijn de echte helden van de oorlog geweest: de mensen die hielpen te vluchten, die onderduik verleenden en die de onderduikers van voedsel en kleding voorzagen. En de illegale schrijvers die in hun bladen niet-aflatend op de feiten wezen en bleven waarschuwen tegen de bezetter.
Het werd Van der Zee duidelijk dat over het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog nog lang niet het laatste woord is gezegd. Ze voerde een aantal lange gesprekken met mensen met wie zij na het verschijnen van haar boek in contact was gekomen. Die gesprekken gingen over verzet, over allerlei vormen van verzet. Vaak individueel en kleinschalig begonnen, vaak zelfs al v¢¢r de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken, en soms gaat dat verzet nog steeds door tegen de manier waarop er met de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog is omgegaan.
In dit katern, ter gelegenheid van 4 mei, vindt de lezer een weergave van een aantal van deze gesprekken. Met Mia van Meurs, die al in de jaren dertig als journaliste waarschuwde tegen Hitler-Duitsland. Met Ben Endlich, die als politieman probeerde te laveren tussen goed en fout, en met Jan ter Haar, die als militair aan het verzet deelnam. Met Isa Baschwitz en Klaas van Dijk, die bij het ‘administratieve verzet’ betrokken waren, en met Len Dikker en Piet Meerburg, die joodse kinderen van de deportatie hebben gered en andere kinderen van de honger door ze naar het platteland te brengen. Jacques Tailleur verzette zich vooral tegen zijn eigen lotsbestemming in het concentratiekamp Westerbork. En Jack Walvis raakte na de oorlog betrokken bij het opsporen van oorlogsmisdadigers.
Tezamen vormen deze geschiedenissen een lijn die al v¢¢r 1940 begint en die na 1945 niet blijkt te zijn ge‰indigd. Een lijn van zelf nadenken, zelf handelen, zelf verantwoordelijkheid nemen waar de rest faalde: een lijn van verzet.