Negentien bedienden

JANE MULVAGH
MADRESFIELD: THE REAL BRIDESHEAD
Doubleday, 384 blz., ca. € 25,-

Eind dit jaar komt er een verfilming van Brideshead Revisited. De hoofdthema’s geloof en homoseksualiteit komen daarin terloops ter sprake en naar verluidt zal Sebastians teddybeer Aloysius ontbreken, evenals sigarettenrook. In plaats daarvan zal het draaien om het modieuze thema ‘uitsluiting’, met andere woorden: over de burgerman Charles die maar niet kan aarden bij een adellijke familie. Het zou origineler zijn geweest om een film te maken over het échte Brideshead, de burcht Madresfield in het graafschap Worcestershire waar Evelyn Waugh’s roman zich ten dele afspeelt. Bij dit project zou Jane Mulvagh’s pas verschenen boek Madresfield: The Real Brideshead als primaire bron kunnen dienen. Madresfield Court is al duizend jaar en 28 generaties het domein van de excentrieke, liberale familie Lygon.
Het liefst hadden de makers van de Brideshead-serie uit 1981 deze burcht als decor gebruikt, maar omdat de cameraschuwe Lygons niet wilden meewerken moest worden uitgeweken naar Castle Howard in Noord-Yorkshire, waarvan de gothische stijl een contrast vormt met de architectonische mengelmoes Madresfield. Dat de uit de tijd van Henry VIII stammende deuren sloten noch grendels hebben – er is altijd wel iemand thuis – heeft iets symbolisch, want door de eeuwen heen wisten politici, schrijvers, musici, rebellen en kunstenaars de onverharde weg naar deze burcht te vinden. Zo schreef de graag geziene gast Edward Elgar, wiens vader de pianostemmer van de Lygons was, er zijn dertiende enigmavariatie voor zijn muze Lady Mary Lygon. Waugh, op zijn beurt, leerde er dat het binnen aristocratische kringen niet ongebruikelijk is champagne in een kruik te gieten.
Waugh was op ‘Mad’ beland nadat hij op Oxford een vriendschap – of een liefde ‘die nog geen naam heeft’ – had ontwikkeld met Hugh Lygon, de beeldschone, dromerige jongeman op wie zijn personage Sebastian deels gebaseerd is. De schrijver raakte ook bevriend met drie van Hugh’s zusjes, die de snobistische huisvriend liefkozend ‘frisky’ noemden, terwijl hij met Hugh’s oudere broer, die luciferdoosjes verzamelde, minder op had. Madresfield was in Waugh’s dagen meer dan ooit een vrijplaats omdat de vader van Hugh, de zevende graaf Beauchamp, naar het buitenland had moeten vluchten toen hij dreigde te worden vervolgd voor sodomie. Omdat de gravin daarop naar haar familie in Cheshire uitweek, hadden de kinderen het rijk alleen, samen met de negentien bedienden. Na Hugh’s dodelijke ongeval in 1936 en de troonswisseling mocht de pater familias weer terugkeren naar Madresfield, waar hij twee jaar later, te jong, zou sterven. Een tragische geschiedenis, boeiender dan een sociaal-realistische boekverfilming.