Negentig jaar fantasie

MILLARD KAUFMAN
BOWL OF CHERRIES
McSweeneys, 326 blz., $ 14.-

Het is een verwijt dat jeugdige literaire debutanten nog wel eens wordt gemaakt: gebrek aan levenservaring. Kun je als schrijver ook te veel levenservaring hebben?
Dit is de biografie van Millard Kaufman: geboren in 1917, ging Kaufman direct na de Japanse aanval op Pearl Harbor in dienst. Hij zat in de eerste golf D-day-landingen op Guadecanal en Guam, vocht mee in de slag om Okinawa en toen hij terugkeerde in de Verenigde Staten woog hij twintig kilo minder en had hij malaria en knokkelkoorts opgelopen. Om tijdens zijn herstel de New Yorkse winters te ontlopen, verhuisde hij naar Los Angeles, waar hij als scriptschrijver aan de slag ging. Hij verzon het populaire tekenfilmkarakter Mr. Magoo, werd twee keer genomineerd voor een Oscar, bedankte vriendelijk voor een filmrol waarin hij tegenover Sophia Loren moest spelen en raakte bevriend met Charlie Chaplin. Tijdens het mccarthyisme liet hij communistische scenarioschrijvers onder zijn naam publiceren, waardoor hij op gespannen voet kwam te staan met verschillende filmstudio’s. Uiteindelijk ging Kaufman lesgeven aan onder meer Johns Hopkins University en het Sundance Institute. En nu dan, op zijn negentigste, schreef hij een debuutroman die in de VS lovend werd ontvangen als ‘een combinatie tussen The Catcher in the Rye en Die Hard’ – ook nog eens gepubliceerd door de überhippe uitgeverij van Dave Eggers, McSweeneys.
Dan het boek. In een magistraal eerste hoofdstuk beschrijft Kaufman de geschiedenis van Irak, van de bijbelse Ellasar naar Nebuchadnezzar, Alexander de Grote, Saladin, de Britten, Saddam, totdat hij eindigt in een gevangenis in Assama waar de Amerikaanse tiener Judd Breslau zijn doodvonnis afwacht. Judd vertelt de lezer hoe hij daar gekomen is: hoe hij als veertienjarige van Yale wordt gestuurd, om in dienst te treden bij een excentrieke egyptoloog die hem inhuurt om onderzoek te doen naar de dichter Thomas Chatterton. Maar de egyptoloog heeft een dochter, Val, en die vindt Judd veel interessanter.
Het kost hem zijn baantje, maar na een zwerftocht door het land vindt hij haar weer op een New Yorkse set van een pornofilm, waar hij haar redt van een bestaan als fluffer. (Als u niet weet wat een fluffer is, ik ga het u niet uitleggen.)
Eenmaal samen moet er toch brood op de plank komen (Judds vader is verdwenen en zijn moeder is een hopeloos chaotische dichteres), waardoor Judd en Val met een bont ensemble naar een fictioneel afgelegen gebied van Irak vertrekken, om daar een fortuin te verdienen door het geheim van de endemische architectuur te ontdekken, een geheime combinatie van stront en steen als perfect bouwmiddel.
Is het te merken dat een hoogbejaarde aan het woord is? Het verhaal is zo idioot origineel en hilarisch komisch dat je misschien wel negentig jaar aan fantasie nodig hebt om het te verzinnen. Ook Kaufmans vocabulaire is gerijpt, in elke zin is het raak: ‘His was the face of an unintrusive factotum’, ‘the room was permeated with the lingering stench of old and laminated farts’ of ‘an ass designed for undulation.’ Zeker in de talloze actiescènes is Kaufman op zijn best: ‘His mark on her was the brand of possession; by challenging it I had made for the first time in my rather uneventful life an unallyed enemy. I wanted to kill him, to scalp the lemon-colored hair from his skull, to flatten his perfect nose until it split at the seams and bloodied his face, but most of all I wanted to cornute that sadistic bastard, whose meanness was in double figures.’
Er gaat geen pagina voorbij of het plezier dat de auteur moet hebben gehad bij het schrijven spat ervan af. Het probleem daarvan is dat het brood wel heel rijkelijk belegd is en dat je de bladzijdes niet makkelijk verteert. Want wat voor boek is dit eigenlijk? Wíl de schrijver ook nog iets behalve simpelweg lol hebben? Het lijkt een coming of age-roman, waar de jonge protagonist zijn Bildung voltooit en klaar is voor volwassenheid, maar al aan het begin is Judd volkomen autonoom en een stuk meer verantwoordelijk dan alle volwassenen die hij op zijn pad treft.
Een clou ligt in Judds archiefwerk naar de dichter Chatterton. Thomas Chatterton (1752-1770) pleegde op zeventienjarige leeftijd zelfmoord, en werd voor de Romantische dichters een icoon van de onvervulde belofte. Voor Judd geldt hetzelfde: door het hele boek heen zeggen mensen dat hij talent heeft, maar desgevraagd kan niemand hem uitleggen welk talent dan precies. Pas in Irak, als alle hoop vervlogen lijkt, bereikt de Amerikaan de beperkingen van zijn eigen talent en keert zijn belofte zich tegen hem. Daar lijkt toch een politieke analogie in te schuilen.
Maar misschien geldt voor dit boek ook wel: niet te veel bij nadenken, gewoon lezen en schuddebuiken.