Brusseprijs

Negentig procent water

Eerst even dit: ik bestelde een biertje in een klein café in Arizona en toen de barman vroeg welk merk koos ik, weinig exotisch, Heineken. Toen onze bestelling werd gebracht zei de barman: ‘Here is your Freddy.’

Freddy Heineken is natuurlijk ook altijd het uithangbord van het bedrijf geweest, een bon vivant, een rokkenjager, een miljardair die zich een jetsetleven aanmat in een land waar een jetsetcultuur nauwelijks echt lijkt te bestaan. Hij liet het hoofdkantoor aan het Tweede Weteringplantsoen naar eigen smaak inrichten, met een reeks Picasso’s en Karel Appels aan de muur, en een inpandig zwembad. Het gevolg is dat er nu vijftien jaar na zijn dood, in 2002, nog steeds de meest uiteenlopende dingen aan hem worden toegeschreven. Zo zou hij bedacht hebben dat de e’tjes in de naam een slag gedraaid moesten worden, zodat ze lijken te lachen (waar) en zou hij de onsterfelijke slogan ‘Heerlijk, helder, Heineken’ zelf hebben verzonnen (niet waar).

In Heineken na Freddy maakt Stefan Vermeulen die mythevorming zowel groter als kleiner. Hij schetst Freddy Heineken als iemand die graag als man van het volk wordt gezien, maar zich het liefst omringt met mannen met dubbele achternamen. Mannen, niet vrouwen, want vrouwen heeft hij niet zo hoog. In zijn kluis ligt een speciale notariële akte waarin zijn controlerende aandeel in Heineken is vastgelegd, zodat als de sovjets oprukken naar Amsterdam hij zo naar Amerika kan vluchten en kan bewijzen dat de brouwerij van hem is. Onderzoeksjournalist Vermeulen stelde voor zijn Heineken na Freddy een heel simpele en heel wezenlijke vraag: als Freddy zo’n karakteristieke alleenheerser was, wat is er in de jaren na die decennia dan van dat karakter overgebleven?

De eerste die die ‘legacy’ zou moeten uitdragen, is dochter en enige erfgenaam Charlene, maar zij geeft niet thuis. Freddy heeft haar ongevraagd tot de raad van beheer benoemd, maar wordt verder nooit door hem ergens op voorbereid. En dat wil ze ook liever niet. Zodra ze getrouwd is laat ze haar achternaam vallen en verdwijnt ze in het leven van haar man, Michel de Carvalho. Gelukkig wil De Carvalho, een ambitieus, avontuurlijk figuur die met een heel minder chique achternaam werd geboren, niets liever dan de internationale zakenwereld in – zozeer dat Vermeulen voorzichtig zegt dat de liefdesgeschiedenis een beetje doet denken aan die van koningin Juliana en prins Bernhard.

Heineken is een beetje als een studentenvereniging, schrijft Vermeulen

De topbestuurders van Heineken verkeren rond de millenniumwisseling in een ander dilemma. Ze zijn gek op Freddy (‘In een minder masculiene omgeving hadden ze misschien gezegd dat ze van die man houden’), maar Freddy trad altijd zuinigjes op bij eventuele overnames, waardoor de brouwerij vaak aan het kortste eind trok. Maar terwijl Freddy steeds ongezonder wordt, verandert de biermarkt. Overnames worden frequenter, conglomeraten groter. Heineken kan niet achterover leunen, zeker niet als de minderheidsaandeelhouders zich roeren. Telkens als iemand het bedrijfsbeleid probeert te bevragen, heeft Freddy wel een manier om de critici kalt te stellen. ‘Ik ben aandeelhouder’, zegt iemand duidelijk ingefluisterd op de aandeelhoudersvergadering, ‘geen aandeelhandelaar.’

Maar het bedrijf moet wel vooruit om te overleven in de markt. Heineken is een beetje als een studentenvereniging, schrijft Vermeulen ergens: ‘Natuurlijk moesten ze zo veel mogelijk bier brouwen en verkopen, maar ze maakten toch vooral ook een hele hoop lol tijdens het werk.’ Zoveel lol, blijkbaar, dat toen in de brouwerij in Zoeterwoude besloten werd dat niemand vóór vier uur aan het bier mocht er bijna een volksopstand uitbrak. Maar in het nieuwe millennium kan dat niet langer. En dus volgt er een heel spel waarin de tradities één voor één sneuvelen, zachtzinnig of hardhandig, dat laatste zeker als de Belg Jean-François van Boxmeer aantreedt als bestuursvoorzitter. Hij wil af van het herenclubgevoel, laat het hoofdkantoor grondig verbouwen en lanceert in de Verenigde Staten iets wat Freddy altijd tegenhield: de eerste Heineken light. Maar 99 calorieën per flesje.

In zekere zin past Heineken na Freddy in een reeks boeken waar Jeroen Smits De prooi waarschijnlijk het bekendste van is: boeken over bedrijven die decennialang een eigen manier van doen hebben gehad, en dan, vanaf de rijke jaren negentig, ineens moeten concurreren in een steeds internationaler wordend veld. Misschien leest de problematiek van de modernisering van Heineken minder spectaculair dan de rooftocht en val van ABN Amro, maar Vermeulen schrijft het zeker net zo goed op. Heineken na Freddy is, om er verder niet omheen te draaien, precies zoals je hoopt dat journalistieke nonfictie is. Het is sterk verhalend, zit vol veelzeggende anekdotes, en Vermeulen zet alle hoofdrolspelers in vlotte beschrijvingen neer.

Meermalen beschrijft Vermeulen Heineken als een gesloten bastion, dus hij was buitengewoon verrast dat de raad van bestuur besloot hem een serie interviews met de bedrijfstop te gunnen toen ze van zijn boekplannen vernam. Haalde dat de scherpe kantjes van het boek af? Misschien. Het boek is geen bloedbad, er zijn weinig dolken in de rug. Van Boxmeer zei eens dat bier negentig procent water is en tien procent emotie. Vermeulen laat zien dat het bedrijf Heineken ooit voor het grootste percentage emotie was, maar dat het percentage geld oprukt.