toneel

Negerzoenen & mojito

Tuin van Holland & Empire

Toneelgroep De Appel heeft haar tramremise weer ingrijpend verspijkerd. De iets verkleinde grote zaal biedt plaats aan een rechthoekige variant van Shakespeare’s Globetheater, waar de proloog, de epiloog en de (jaar)markt plaatsvinden. Aan diverse kanten zijn kleinere studio’s bereikbaar, verbouwd voor klassieke en moderne eenakters. Alles onder de noemer Tuin van Holland, een bijna zes uur durend spektakel over de Nederlandse geschiedenis en (onbestaanbare) identiteit. De proloog is een gesprek tussen een archeologe, een duiker, een schreeuwlelijk, negen oer-Hollanders, drie Duitsers (Willem van Oranje, prins Bernhard en Anne Frank) en één Grieks-Turkse Spanjaard (Sinterklaas). Het onderwerp van hun luidruchtige en een tikkeltje flauwe conversatie is de canon der Nederlandse geschiedenis en welke iconen daar wel of niet in thuishoren. Daarna mogen de toeschouwers kiezen uit een reeks eenakters die klassieke respectievelijk moderne stof tot onderwerp hebben.
Wil je alles zien, dan moet je twee avonden boeken. Ik hield het bij één en zag uit de Gouden Eeuw De opstand en uit moderne tijden Onze koloniën en Water. De opstand van Aus Greidanus handelt over Willem van Oranje (die we overigens niet te zien krijgen), in het bijzonder over wat de man allemaal aanrichtte en met name hoe dat uitwerkte op de vrouwen om hem heen, zoals zijn moeder Juliana van Stolberg (een strakke prachtrol van Geert de Jong) en zijn schoonzus Elisabeth van Leuchtenberg (mooi in balans gespeeld door Marguerite de Brauw). Tegenover dit klassieke gegeven staat de poëtische performance Water van David Geysen, een beeldschoon (hier en daar wat erg zwaar op de hand) klank- en beeldgedicht met een onheilspellende spelonksfeer en stilwatergeur. Uitschieter van de avond is voor mij Onze koloniën van Bob Schwarze, een bitterzure anti-Kurhaus-revue met rijmelarijen over de voc-mentaliteit en een adembenemend koel uitgevoerde performance over lucratieve slavenhandel, waarbij u de negerzoen ziet zoals u de negerzoen (of politiek nóg incorrecter: de negerinnentiet) nog nooit heeft gezien. Voorts zij vermeld dat u qua gastronomie helemaal goed zit bij Tuin van Holland, zodat de toneelmarathon soms lijkt op een meergangenmaaltijd, waarbij tussen de gangen door enkele porties theater worden uitgeserveerd.
And now for something completely different. Komende weken strijkt in een aantal Nederlandse schouwburgen het Frans-Oostenrijkse theatercollectief Superamas neer met hun nieuwe product, dat Empire (Art&Politics) heet, een onnavolgbaar brouwsel ergens in het niemandsland tussen kitsch en camp. Hoedt u overigens voor de postdramatische keuteldrukkers en andere kwistig met Deleuze en Baudrillard rondstrooiende oplichters die over de Superamas allerlei gewichtigheden pogen te slijten. Empire is gewoon een slimme satire van een paar gisse theatermakers die hun vak verstaan. Ik moest nog het meest aan een met kogelregens en vuurwerk overstrooide variant van Harold Pinters Partytime denken. Eerst krijgen we een nep-reconstructie te zien van een Napoleontische veldslag uit 1809 en het Weense Congres uit 1815, waarna de makers zich mengen in een cocktailparty met politici, een Somalische vluchteling, een hitsige homoseksuele regisseur, en een bioscoopreclame waarin iedereen ‘de mojito’ danst en de begeerte sublimeert. Komische en pijnlijke dialogen worden afgewisseld met beeldclichés en associaties met actuele burgeroorlogen. Soms denk je: dat deden Mickery en doen Gerardjan Rijnders en Eric de Vroedt beter. Maar intrigerend is het allemaal wel.

Tuin van Holland is uitsluitend te zien in het Appeltheater en speelt tot eind oktober door; www.toneelgroepdeappel.nl.
Superamas speelt Empire op donderdag 15 april in Rotterdam, 17 april in Groningen, 19 april in Amsterdam en 22 april in Den Haag