Nein

Op de warmste dag ooit gemeten in Duitsland reisden we in een overvolle trein naar Berlijn. Althans, dat was de bedoeling. In Hannover werden we eruit gezet: de warme dag was geëindigd in een storm, de bliksem was ingeslagen in een bovenleiding.

Onze trein was de laatste die Hannover bereikte. De conducteurs rookten een sigaretje op het perron en haalden hun schouders op. Ze wapperden naar de reizigers zoals je fruitvliegjes van je eten weghoudt: ga maar naar de informatiebalie. ‘Is this normal?’ vroeg een Ierse vrouw me bezorgd. Ik vroeg me af wat de onuitgesproken woorden achter deze vraag waren. In Germany? In continental Europe? In the eurozone?

De rij voor de informatiebalie – bezet door drie Deutsche Bahn-medewerkers – reikte ongeveer tot in Griekenland. Cameraploegen van de Duitse televisie laveerden tussen de mensen door, een groep Spaanse tienermeisjes zat op de grond elkaars haren te vlechten en selfies te maken. Ik vroeg aan een vrouw die bijna aan de beurt was waarom ze erin stond.

‘We willen een stempel’, zei ze.

Haar gelatenheid, en die van de honderden andere reizigers die zich gedwee aansloten in deze rij, was verbazingwekkend. Ik moest denken aan een filmpje dat ik eens zag op YouTube. Op Times Square waren een paar mensen een rij begonnen, zomaar, voor niets, naar niets. Binnen een uur hadden zich tientallen mensen bij hen aangesloten. Ze wisten niet waarom, maar de rij móest wel iets betekenen. Hoe langer ze erin stonden, hoe groter de betekenis werd. En hoe kleiner de mogelijkheid eruit te stappen.

‘Nee’, zei ik tegen mijn geliefde. Ik pakte zijn hand stevig vast, keek hem in zijn ogen. ‘We hebben een keuze.’ De afgelopen uren in de trein had ik Eric Jarosinski’s Nein: A Manifesto gelezen. Jarosinski is een Amerikaanse germanist, die een paar jaar geleden begon met twitteren toen hij vastliep in een doorwrochte academische verhandeling over Duitse cultuur. Onder de naam @NeinQuarterly en een pop-artachtig portret van Theodor Adorno stuurt hij observaties, reflecties en filosofische spreuken de wereld in die hem meer dan honderdduizend volgers opleverden. Het twittersucces betekende het einde van zijn academische carrière, en het begin van een vreemd nieuw beroep dat hij zelf, bij gebrek aan een betere term, ‘internet aforist’ heeft gedoopt.

Ooit werd Joan Didion aangeraden haar hoofd in een papieren zak te ­stoppen als ze moest huilen

En nu is er zijn manifest, op papier. Een verzameling aforismen en een verklarende woordenlijst – ‘Marriage: A union of two souls. On strike’ – voorzien van een voorwoord. ‘It’s not hard to say no’ , begint dat voorwoord, ‘it’s hard to say it right. At the right time. For the right reasons. Harder still to keep saying it, especially when we live in a world of yes. A tyranny of yes.’

Nee zeggen op de goede manier, dat was precies wat we nodig hadden daar op het station van Hannover. En dus liepen we van de meute weg, boekten een hotel in het centrum, bestelden pullen bier bij de enige kroeg die open was op de stormachtige zondagavond en proostten op ons eigen ‘nee’ en de herwonnen vrijheid.

Later, in het bed van Hotel Zentrum, gelegen tegenover een bordeel genaamd Eros Corner (‘Non-stop non-stop’) las ik Joan Didions essay On Self-Respect uit 1961. Mijn tandenborstel en anticonceptiepil vergeet ik altijd in mijn vakantietas te stoppen, maar op de een of andere manier kloppen de meegebrachte boeken altijd precies.

Zelfrespect, schrijft Didion, heeft niets te maken met de goedkeuring van anderen, reputatie, buitenkant, maar alles met zelfverzoening en de moed om je eigen fouten te dragen. Mensen met zelfrespect kennen de prijskaartjes van hun acties en accepteren die. Wie daarentegen zelfrespect ontbeert, gaat geloven in de projecties die anderen van hem maken, is aardig omdat hij aardig gevonden wil worden, speelt iedere rol die hem wordt aangereikt. Een gebrek aan zelfrespect leidt tot zelfvervreemding. En zonder zelfrespect is ieder ‘nee’ een aanleiding om te verdrinken in zelfverwijt.

Ooit werd haar aangeraden haar hoofd in een papieren zak te stoppen als ze de aandrang voelde te gaan huilen. Dit had fysiologische voordelen: minder zuurstof, minder tranen. Maar dat was niet de reden waarom het zo goed werkte: het is, schrijft Didion, simpelweg nogal lastig jezelf Cathy uit Wuthering Heights te wanen met je hoofd in een papieren zak.

Ik dacht aan de gelaten mensen op het station die de rol speelden van gestrande reizigers. Vroeg me af hoeveel van hen daar de nacht zouden doorbrengen, wachtend op een beweging die voor hen in gang gezet zou worden. Ik dacht aan de Ierse vrouw die me vroeg of het normaal was. Misschien had het haar gerustgesteld als ik ja had gezegd. Ik dacht aan de mogelijkheid dat we de volgende dag alsnog niet in Berlijn zouden raken, Groundhog Day, de hele rij opnieuw en hoe we dan op zoek moesten naar een nieuwe manier van nee zeggen. Ik las de meest recente tweet van @NeinQuarterly. ‘We regret to inform you that this is not a tweet about Greece. But, yes, that’s the subtext.’