THOMAS MANN, De Toverberg

Nek te ver vooruit

Hoe lang gaat een literaire vertaling mee? Tien, twintig jaar of langer? In het algemeen geldt dat een goede literaire vertaling heel lang mee kan en eigenlijk tijdloos is.

Thomas Mann, De Toverberg, €45,-

Medium cid11663 de toverberg omslag

Natuurlijk, de taal verandert en wat dertig, veertig jaar geleden gangbaar was kan nu wel eens gedateerd aandoen. Maar anderzijds heeft een vertaling ook een conserverende taak: mooie oude of verouderde woorden en zegswijzen kunnen behouden en doorgegeven worden waardoor de taal rijker, genuanceerder en dus fraaier wordt. In Nederland is het helaas ongebruikelijk om oudere meestervertalingen in ere te houden, ze te blijven herdrukken en aanbieden (naast moderne versies). Wie leest bijvoorbeeld nog Aleida Schots legendarische vertalingen van Gogol, Tsjechov of Toergenjev? In Duitsland of Frankrijk is dit heel anders. Een Duitse boekhandel biedt ruim honderd jaar oude vertalingen van bijvoorbeeld Dostojevski of Tolstoj, uiteraard naast recentere edities.

Het bovenstaande werd mij ingegeven toen ik onlangs grote delen herlas van Pé Hawinkels’ bijna veertig jaar oude vertaling van Thomas Manns roman Der Zauberberg. Recentelijk heeft de jong gestorven Hawinkels concurrentie gekregen van Hans Driessen, die hem zelfs heeft overtroffen. Maar het blijft te hopen dat de vertaling van Hawinkels ook in de toekomst leverbaar zal zijn, want hij heeft ondanks diverse vrijpostigheden een taalkunstwerk van de allerhoogste orde nagelaten.

Alvorens in te gaan op de verschillen tussen de oude en de nieuwe editie kort iets over De Toverberg zelf. Behoeft deze roman uit 1924 trouwens nog een introductie? De inhoud kun je in twee zinnen samenvatten. De 23-jarige Hamburgse patriciërszoon Hans Castorp reist in 1907 voor drie weken naar een sanatorium in Davos om zijn aan tuberculose lijdende neef Joachim Ziemssen op te zoeken. Maar hij wordt zelf ziek, raakt in de ban van enkele patiënten, in erotisch opzicht vooral van de Russin Clavdia Chauchat, en uiteindelijk blijft hij niet drie weken maar zeven jaar – een fase waarin Castorp de school van het leven doorloopt.

Wat een kolossale roman, wat een allure, stijl en vooral ook humor. Wie het boek nu voor het eerst leest zal waarschijnlijk net zo onder de indruk zijn als Simon Vestdijk, die in zijn studie De zieke mens in de romanliteratuur (1964) van mening was dat De Toverberg ‘de meest uitgebreide studie aan de groepsvorming van patiënten (is) die wij bezitten’.

Hoe klinkt deze roman in het Nederlands? Pé Hawinkels’ legendarische vertaling uit 1975, liefst veertien keer herdrukt, is altijd omstreden geweest, hoewel een zakelijk debat amper heeft plaatsgevonden. Onmiskenbaar maakte Hawinkels fouten, hij vertaalde bijvoorbeeld ‘gönnerhaft’ (= ‘uit de hoogte’) met ‘mecenatisch’, ‘redensartlich’ (= ‘vol frasen’) met ‘kernachtig’, ‘Unwetter’ (= ‘noodweer’) met ‘onweer’. Ook had hij problemen met de Duitse modale werkwoorden. Maar de fouten waren ook weer niet zo talrijk dat ze veel afbreuk deden aan het geheel, en bovendien was Hawinkels vaak heel vindingrijk en beschikte hij over een fenomenale kennis van het Nederlands.

Hans Driessen, die het natuurlijk een stuk gemakkelijker heeft gehad dan zijn voorganger, vertaalt veel preciezer, met heel weinig fouten. Waar Hawinkels de neiging had om af en toe kleine toevoegingen in te lassen, of juist iets weg te laten, vertaalt Driessen precies wat er in het origineel staat. Enkele voorbeelden. In het sanatorium staat een mooie kerstboom, ‘eine wohlgewachsene Tanne’. Driessen vertaalt correct met ‘een statige kerstboom’, Hawinkels maakte ervan: ‘een goed uit de kluiten gewassen dennenboom’, wat vooral iets over de omvang zegt. Een van de patiënten heeft een ‘Nacken (…) der etwas zu sehr heraustrat’. Bij Driessen: ‘een nek (…) die enigszins te ver vooruitstak’. Hawinkels maakte er meteen ‘een gierehals’ van.

Eigenlijk mag je deze vertalers niet met elkaar vergelijken, ze vertegenwoordigen verschillende scholen en opvattingen – zoals je ook pianisten moeilijk met elkaar kunt vergelijken. De excentrieke Hawinkels had iets van de klavierdandy Glenn Gould, Hans Driessen is de Alfred Brendel onder de vertalers. Hij is veel dienstbaarder, bescheidener, zet minder persoonlijke accenten. Zo heeft hij ook Arthur Schopenhauer vertaald, en zoals Driessen af en toe de lange zinnen van de filosoof in tweeën hakte en hem heel discreet verduidelijkte, zo heeft hij nu ook De Toverberg licht verduidelijkt, een fractie toegankelijker gemaakt. Thomas Manns ‘Kommilitonen’ wordt bij hem dus ‘medestudenten’ (bij zijn voorganger nog ‘commilitones’), ‘Exploration’ wordt ‘onderzoek’ in plaats van ‘exploratie’, het Duitse voegwoord ‘sintemalen’ wordt ‘aangezien’ en niet ‘nademaal’ zoals bij Hawinkels.

Naast de grotere accuratesse van Driessen vallen nog twee andere zaken op. Ten eerste vertaalt hij in hedendaags Nederlands, zonder archaïsmen, maar ook zonder modewoorden of populismen als ‘dikke mik’ of ‘geen zier onderdoen’ waaraan Hawinkels zich af en toe bezondigde. De conclusie van deze recensent/testrapporteur kan alleen maar luiden: wie nu een Nederlandse editie van De Toverberg zoekt moet de betrouwbare, goed lezende versie van Driessen aanschaffen. Maar Hawinkels’ pionierswerk zullen we in ere houden, nee blijven koesteren.


THOMAS MANN

De Toverberg

Uit het Duits vertaald door Hans Driessen, De Arbeiderspers, 928 blz., € 45,-