Nel de Jager (1953 – 18 september 2019)

‘Cowboy’ Nel de Jager maakte van de Amsterdamse Haarlemmerstraat de leukste winkelstraat van Nederland en was een pain in the ass voor pandjesbazen en grote winkelketens.

De eerste keer dat ik Nel de Jager ontmoette was zeven jaar geleden, in de Starbucks op het Amsterdamse Rembrandtplein. Zij was als zelfbenoemd winkelstraatmanager de drijvende kracht geweest achter de glorieuze wederopstanding van de Haarlemmerstraat. Eindeloos bleef ze op de deuren kloppen van schimmige pandjesbazen om ze te overtuigen dat een leuk, weinig rendabel boetiekwinkeltje beter was dan leegstand. Ze wandelde binnen bij winkeliers om ze te vertellen dat de etalage wel leuker kon en was altijd op zoek naar nieuwe ondernemers en verrassende winkelconcepten die iets konden toevoegen. Als het antwoord dat ze kreeg haar niet beviel, probeerde De Jager het de volgende dag weer en de dag daarna opnieuw.

Van een grimmige straat met dichtgetimmerde etalages, junks en prostitutie werd de Haarlemmerstraat een van de leukste van de stad. Ambachtelijke winkels, vintage kleding, hippe koffiezaakjes toen die nog bijzonder waren, een gemengd publiek van jong en oud, arm en rijk, het was precies zoals het moest zijn. Toen de Haarlemmerstraat in 2012 werd uitgeroepen tot de leukste winkelstraat van Nederland, verwierf Nel de Jager in Amsterdam een bijna legendarische status. Ze stond in de krant en haar naam zoemde overal rond. ‘Nel’ was een begrip.

Die eerste ontmoeting was een paar maanden daarna. Ik wilde haar visie horen op de snelle veranderingen in het Amsterdamse winkel- en horeca-aanbod. De Starbucks aan het Rembrandtplein in het monumentale pand van de Amsterdamse Handelsbank was net geopend, net als de Apple Store in het al even monumentale Hirschgebouw aan het Leidseplein. Iets verderop werd druk verbouwd in het voormalige pand van Metz & Co in de Leidsestraat. Hoewel er officieel nog niets bekend was, waren er al sterke geruchten dat het zou gaan om de eerste Nederlandse vestiging van het Amerikaanse kledingmerk Abercrombie & Fitch. Grote internationale merken hadden Amsterdam ontdekt en het ging snel. Wat was er aan de hand?

De Jager kwam iets te laat aan in de Starbucks, haalde koffie en een croissant die ze al pratend opat, sneerde en passant naar de opzichtige branding van de Amerikaanse koffiezaak en de matige kwaliteit van de koffie en hield pas op met praten toen ze weer verder moest naar een volgende afspraak. Maar alles wat ze zei was raak en de moeite waard. De Jager wist alles over iedere vastgoedhandelaar in de stad, over winkelformules en verdienmodellen en dacht graag na over de veranderende relatie tussen de verschillende gebruikers en over de nieuwe betekenis van de openbare ruimte in een stad die steeds drukker wordt. Als een van de eersten voelde ze aan dat de commercie de stad steeds meer in haar greep kreeg en dat dit reden was voor zorg. ‘De diversiteit in het Amsterdamse winkelaanbod is optisch bedrog’, zei ze. ‘Het zijn de bekende gezichten, maar dan in een authentiek Amsterdams pand.’ De Jager ervoer in de praktijk dat vastgoedeigenaren steeds vaker kozen voor populaire winkelformules die snel geld opleverden en minder vatbaar waren voor haar lobbywerk om te kiezen voor kwaliteit en authenticiteit.

Alles wat ze zei was raak en de moeite waard

Maar echte zorgen had ze toen nog niet. Het ging met de stad, ze was geliefd, druk en kon altijd ergens terecht om haar verhaal te doen, de dingen naar haar hand te zetten. Met haar haren in de wind reed ze op haar zwarte opoefiets de stad rond, van de ene afspraak naar de andere, haar iPhone en pakje shag in haar leren jaszakken.

Achteraf zou je kunnen zeggen dat De Jager slachtoffer is geworden van het commerciële succes van Amsterdam. In de jaren die volgden verloor ze de greep. Uit haar eigen Haarlemmerstraat werd ze weggestuurd als winkelstraatmanager omdat een groeiende groep ondernemers een andere weg in wilde slaan en ook de gemeente wilde niet langer met haar samenwerken. Ambtenaren voelden zich geïntimideerd door haar directheid en haar priemende vinger. De eigenschappen die haar zo ver hadden gebracht keerden zich plotseling tegen haar. Naarmate Amsterdam netter, braver en rijker werd, werd Nel de Jager eenzamer en armer.

We spraken zo nu en dan af, en het ging elke keer iets minder goed met haar. Omdat de gemeente elke samenwerking weigerde, kwam ze in Amsterdam niet meer aan de bak. ‘Er zijn zulke vuile spelletjes gespeeld’, zei De Jager, zichtbaar aangedaan, een van de laatste keren dat we elkaar zagen in lunchcafé Zuivere Koffie in de Utrechtsestraat. ‘Ze hebben me er gewoon uitgewerkt.’ Zo trots en sterk als ze was geweest die eerste keer in de Starbucks, zo kwetsbaar oogde ze nu. Haar inkomen was verdwenen, het water stond haar aan de lippen. ‘Als ik niet snel iets vind, moet ik mijn huis verkopen’, zei ze. Niet veel later was het zover. Met pijn in het hart verkocht ze haar appartement bij de Utrechtsestraat en verhuisde naar Leiden, waar haar dochter woont. Dat de Haarlemmerstraat zonder haar bemoeienis geleidelijk aan zijn charme verloor, maakte de situatie alleen maar pijnlijker.

Ik beloofde haar een keer op te zoeken daar, was dat ook nog steeds van plan, toen ik op haar Twitteraccount las dat ze was overleden. Ze bleek al enige tijd ziek te zijn geweest. Haar dochter Merlin plaatste een foto van bloemen en champagne op haar kist, varend langs de Kaasmarkt in Leiden. Een stad waar ze, zo zei Merlin in de NRC, ook fijn had gewoond. Het zal zeker waar zijn. Nel was een vechter, ze hield van het leven en weigerde zich neer te leggen bij tegenslag. Ze zal Amsterdam toch ook hebben gemist, maar niet zoveel als de stad haar zal missen. Een cowboy in de beste zin van het woord, heldhaftig en vastberaden, een echte Amsterdammer die voor altijd verbonden zal zijn met de Haarlemmerstraat.