Nelleke noordervliet schrijfster/ ‘jefta of semitische liefdes’

‘HANS CROISET heeft een goede naam opgebouwd met het spelen van Vondel. Een paar jaar geleden deed hij Lucifer, prachtig. En Joseph in Dothan… Hij probeert heel consequent om die oude Vondel nieuw leven in te blazen zonder dat de tekst en de verzen geweld wordt aangedaan. Hij is niet bezig om dat couête que couête te moderniseren. Hij wilde ook dolgraag een keer Jefta doen. Maar je moet wel iets doen natuurlijk aan Vondels taal, om het een beetje begrijpelijk te maken.

Hij wilde dus een bewerking laten maken door Benno Barnard die met All for Love prachtig werk had afgeleverd. Benno is een heel goede dichter en schrijver, dus het lag voor de hand om dat aan hem te vragen. Benno vond die verzen van Vondel echter erg mooi en hij zag niet in wat hij moest bewerken, dus besloot hij zijn eigen Jefta te doen. Wel gebaseerd op Vondel en met dezelfde thematiek, en ook gebaseerd op de klassieke eenheden, en ook geschreven in verzen. In moderne Nederlandse verzen. Dat heeft hij ongelooflijk goed gedaan. Maar het is dus niet meer de tekst van Vondel.’
‘WIJ KUNNEN ONS niet meer inleven in iemand die zijn kind offert. Daar is heel moeilijk een tragische held van te maken. Dat is in deze tijd een psychopaat of zo, iemand die behandeld moet worden. Het is niet iemand met wie je vreselijk gaat meeleven. Dus dat mensenoffer van Jefta’s dochter is eruit gelaten en vervangen door iets anders ingrijpends. En dat is haar uithuwelijken. Tegen haar wil. Haar vader belooft zijn militaire adviseur dat het eerste wat hem tegemoet komt, voor hem zal zijn. Die man moet het wel vermoed hebben. Want zal hij zijn adviseur een geitje geven? Een hond? Zijn eigen vrouw? Mwah… Hij moet rekening hebben gehouden met de mogelijkheid dat het zijn eigen dochter was. De bijbel is daar onduidelijk over.
Het gaat dus inderdaad om die belofte. Die moet hij houden, vindt Jefta, want een belofte is iets heiligs. Natuurlijk wordt hij verscheurd door tweestrijd, maar als hij zijn belofte niet nakomt, dan wankelt zijn macht en dan wankelt zijn land. Het algemeen belang en de macht gaan boven de liefde.
Aan de andere kant heb je Ifis, het meisje dat gehoorzaam wil zijn aan haar vader. Ze begrijpt hem en ze begrijpt hem ook weer niet. Ze heeft ook een geliefde, dat is anders dan bij Vondel. Daar is ze meer gemodelleerd naar Iphigeneia van Euripides. Benno Barnard heeft er weer een warmbloedige Ifis van gemaakt, die vecht.
Een prachtig dramatisch conflict. Enerzijds dus het conflict bij Jefta, anderzijds het conflict tussen die twee geliefden. Dat heeft hij ontzettend mooi gedaan.
Ik vind het geweldig als iemand een keer niet bang is om de taal op die manier te gebruiken, zoals Barnard heeft gedaan met zijn verzen. En hij is op die manier geweldig in staat geweest om het heel geconcentreerd en heel beeldend te doen. Af en toe met rijm, met klankrijm, en veel beelden en metaforen. Het is een gespierde taal. Ik vind het prachtig dat het Nederlands zich daartoe leent.’ 'DE TWEE Jefta’s zijn eigenlijk niet te vergelijken. Ik weet niet hoe Vondel in zijn tijd werd ontvangen. Het waren in hoge mate leesdrama’s, die mensen moesten doorwerken om te geraken tot de theologische kern, zeker bij Jefta. Je moet er heel wat aan doen om het naar deze tijd te verplaatsen.
De thematiek van de nieuwe Jefta is meer geconcentreerd op de machtsverhouding tussen mensen. De manier waarop iemand die de macht begeert, zich uitlevert aan zijn adviseurs, aan het abstracte begrip macht, en bereid is daar alles voor te doen. Jefta zit in een oorlogssituatie en denkt dat hij niet anders kan. Als hij zijn macht kwijtraakt, is dat het einde van het land, denkt hij. Maar daaronder zit een forse machtswellust.
Op de middelbare school heb ik Jefta wel gelezen. Ik heb een tijdje een hekel gehad aan Vondel. Dan trek je meer naar die fraaie Hooft en die ras-Amsterdammer Bredero. Omdat Vondel door de katholieken was geannexeerd, kreeg ik spontaan de neiging te zeggen: doe mij dan maar even geen Vondel. Maar Jefta is toch een heel mooie, ingekeerde tragedie. Ik heb het, net als andere dingen van Vondel, opnieuw ontdekt.
En dan moet ik toch zeggen: Vondel is iemand die de taal hanteert als weinig anderen. En omdat we langzamerhand allemaal gaan lijden aan taalvervlakking, is het goed om af en toe een injectie uit de zeventiende eeuw te krijgen. Ik denk alleen niet dat veel mensen hem nog lezen, of zullen gaan lezen. Als je op de middelbare school alleen literatuur van na 1945 krijgt, wordt de naam Vondel al uitgewist.’ 'IK GA IN mijn introductie niet uitleggen wat Benno Barnard heeft gedaan. Ik neem het publiek niet aan het handje mee. Ze kunnen het stuk heel goed waarderen zonder dat ze ook maar iets van mijn verhaal hebben gehoord. Als je Vondels Jefta had genomen, zou een kleine introductie wel prettig zijn. Dat is nu niet nodig, het is puur een extra.
Ik ga in op de oorsprongen van de Jefta van Benno Barnard. En die oorsprongen zijn Vondel, de klassieke tragedie, de bijbel en de verhalen uit de Griekse mythologie. Daar heb ik een programma omheen gemaakt, een dialoog tusen mij en een acteur, waarin allerlei elementen uit het stuk aan de orde komen.
Een paar dagen van tevoren zijn wij in de schouwburg, zodat de mensen die van plan zijn om naar Jefta te gaan ook mijn programma kunnen zien. Je kunt het ook een uur van tevoren doen, maar dan wordt het een heel lange zit. Eerst anderhalf uur ik, en dan nog anderhalf of twee uur Jefta, dat is niet voor iedereen leuk.’
'FRANCIS Broekhuysen leest het verhaal van Jefta voor zoals het staat in Richteren. Dat bijbelboek is geschreven om het joodse volk godsdienstig onderwijs te geven. Het behandelt een periode dat het joodse volk wandelde in duisternis. Ze verlieten hun gestrenge God en helden een beetje over naar de godsdienst van de Kanaänieten. Dat was een veel prettiger godsdienst dan die van de joden. Maar als ze werden onderdrukt door een ander volk, dan smeekten ze God weer en die hielp hen dan door een richter te sturen, dat is geen rechter maar een leider, om het joodse volk op het rechte pad terug te brengen.
Een van die leiders was Jefta. Hij trok ten oorlog tegen andere stammen. Dat is ook de ondertitel van de voorstelling: 'semitische liefdes’. Het gaat over de semitische broedervolken in het Midden-Oosten, een broederstrijd als het ware. Die strijd gaat Jefta ook aan, en hij zal het joodse volk de overwinning bezorgen. Hij belooft God iets als God hem helpt.’
'HET VERHAAL in de bijbel is heel kort. Jefta belooft God het eerste vrouwelijke wat hem tegemoet zal komen. Hij komt thuis, ziet dat het zijn dochter is en trekt zich de haren uit zijn hoofd. Dan moet de belofte worden ingelost, het offer worden voltrokken. Dan staat er in de bijbel: “Hij deed zoals hij beloofd had.” Dat is nogal abrupt. Dat begrijpen we eigenlijk helemaal niet. Geen sprake van wroeging. Zoals bij Abraham en zijn zoon Izaäk, bijvoorbeeld.
Het verschil is dat Abraham door God werd bevolen om zijn zoon te offeren. Je hebt ook het offer van Iphigeneia in Aulis van Agamemnon. Zij wordt op het laatste moment vervangen door een hinde. Ook daar geen echte moord op dat kind. Ook Agamemnon kreeg het bevel van buiten, van de goden. Jefta doet het zelf. Dat is het verschil met die anderen: hij daagt God uit. En God laat zich niet uitdagen.’
Nelleke Noordervliet introduceert Jefta of semitische liefdes, een moderne bewerking van Vondels Jefta door schrijver/dichter Benno Barnard. Samen met acteur Francis Broekhuysen leidt Noordervliet het publiek in in de wereld van 'leider’ Jefta, via de bijbel, Vondel en het dichterlijke antwoord hierop van Barnard. Van 13 oktober tot en met 16 december, door het hele land.
De première van het toneelstuk is op vrijdag 16 oktober in de Stadsschouwburg te Amsterdam. Door Het Toneel Speelt. Landelijke tournee tot en met december 1998.