Tanja Nijmeijer over haar tienjarige strijd voor de FARC

‘Nelson Mandela werd ook als terrorist gezien’

De Nederlandse Tanja Nijmeijer onderhandelt namens de FARC met de Colombiaanse regering. Deze week heeft De Groene Amsterdammer een uitgebreid interview met haar over het vredesproces en haar eigen rol in de guerrillabeweging. ‘Desnoods ga ik tachtig jaar de gevangenis in.’

Medium nijmeijer

Aanleiding voor het interview vormde een opiniestuk dat Nijmeijer via-via aan De Groene Amsterdammer aanbood. Hierin stelt ze dat ook de FARC onterechte slachtoffers heeft gemaakt en dringt ze aan op een onderzoekscommissie die het gedrag van alle betrokken partijen in Colombia onder de loep neemt.

Jeroen Kuiper, correspondent voor De Groene in Colombia, vloog naar Cuba en interviewde Nijmeijer ruim vier uur. Over het slechte imago van de FARC bijvoorbeeld. Daarover zegt ze: ‘De visie op de FARC kan veranderen. Nelson Mandela werd tot 2008 ook gezien als een terrorist.’ Ze gaat in op de beschuldiging dat de FARC zich vooral bezighoudt met grootschalige drugshandel. ‘Inderdaad, we innen belasting over geproduceerde coca. We verbieden de plaatselijke bevolking niet om coca te produceren, omdat we weten dat het een bron van inkomsten is, maar we zeggen wel tegen ze dat ze ook voedingsgewassen als yucca en bakbananen moeten produceren. Ik denk niet dat een gemiddelde drugsbende zoiets zou doen.’

Nijmeijer vertelt over haar aansluiting bij de FARC, haar leven in de jungle en de vele keren dat ze aan de dood ontsnapte. Uitgebreid wordt stilgestaan bij het vredesproces en de mogelijkheid dat in 2014 in Colombia voor het eerst sinds vijftig jaar vrede gaat heersen. ‘Voor een echte vrede moet er een verzoeningsproces gebaseerd op de waarheid op gang komen. Zonder zo’n waarheidscommissie wordt het heel moeilijk om vrede te bereiken’, meent ze.

Op Cuba is Nijmeijer lid van de dertigkoppige onderhandelingsdelegatie van de FARC. Ze beseft dat er offers voor de vrede gebracht moeten worden. ‘Wat mijzelf betreft: ik sluit niets uit. Als mijn gevangenisstraf tot resultaat zou hebben dat er in Colombia meer onderwijs zou zijn, dat mensen te eten zouden hebben, een dak boven hun hoofd zouden krijgen, dan met alle plezier. Desnoods voor tachtig jaar.’

Meer lezen: