TONEEL: De laatste dans

Neo-activisten (2)

Een feest heeft hij ons beloofd. En dat partijtje gaan we krijgen. Ilay den Boer serveert het uit aan het eind van zijn serie toneelontmoetingen. Een dwarse queeste is Het beloofde feest geworden. Vol voetangels en klemmen in het hoofdpijndossier Israël. Vol ongemakkelijke vragen die Den Boer zichzelf en ons stelde over het bestaan van een joodse jongen in het verwarde Nederland tussen 2008 en 2013. Waarin antisemitisme de nare bijvangst lijkt van mislukt multiculturalisme. Zes jaar lang schoffelde hij in zijn weerbarstige landschap. Tijd voor een tussenbalans.

Voor het eerst staat hij niet als zichzelf op het toneel. Ilay den Boer laat acteur Tim Murck een jongen spelen die ook Ilay heet en die een tijd actie heeft gevoerd in de bezette gebieden. Nu gaat hij trouwen. Met Bien, gespeeld door Sofie Joan Wouters. Ze is niet joods. Ze is wel de beste die hij heeft kunnen kiezen. Zegt een vriend en over-enthousiast ceremoniemeester in zijn lofrede op de bruid. Wíj zijn zowel toeschouwers als feestelingen om het joodse bruidspaar heen. Sommigen van ons mogen speechen. Op den duur wordt de sfeer grimmig en ijzig. Ilay den Boer, die zelf de regie voert (met tekstbijdragen van Joeri Vos) bewerkstelligt de ijzigheid middels een bijzondere ingreep. Hij voegt een commentator van buiten toe. Die heet Jack. Naar de acteur Jack Vecht die hem ook speelt. Als we binnenkomen heeft hij zo te zien al aardig wat op. Hij danst zwierig, ontspannen en binnenpretterig. En hij straalt uit dat hij álles over die eeuwige joodse diaspora en dat zeurderige gojse schuldgevoel wel zo’n beetje heeft gezien gehoord. Hij lijkt een vertrouweling van de bruidegom. Als het feest losgaat, gaat Jack ook los. Op alles en iedereen heeft hij commentaar. Vooral op die felle joods-Nederlandse jongen die in zijn eigen gordiaanse knopen is verstrikt. Jack is een kruising tussen Tevje en Ischa Meijer. Een oud en wijs geworden joods spook. Er had meer in gezeten, dacht ik na afloop. Die figuur van de relativerende buitenstaander is een gouden greep die niet volledig wordt uitgebuit. Hij legt de stukjes van de puzzel pesterig steeds weer andersom. En dat is hard nodig ook.

Als kijker zit je (ik) er namelijk ook op te wachten. Niet op een deus ex machina. Niemand verlangt hier oplossingen. Maar een beetje lucht, wat meer ontregeling, dat kan geen kwaad. Te meer daar de tot fictie, tot personage gestolde Ilay het aan het eind van de rit even niet meer weet. Zijn persoonlijke ontreddering lijkt groter geworden dan hij zelf had verwacht. De theatermaker grijpt in dat slot quasi-impulsief naar het grote gebaar. Er zakken vellen (‘muren’) vol graffiti naar omlaag, waarin de hele zoektocht nog eens wordt samengevat. Met een geluidsdecor in de grotere toonsoorten. Deze apotheose glijdt onderuit. In verkeerd pathos. Dat met de maker op de loop gaat. Den Boer propt de finale vol met gevoelsexplosies die mij te onsamenhangend zijn, te particulier ook, melodramatisch eigenlijk. Urgentie drukt zich in toneel het best uit in sterke vormen. Niet in existentialistisch bedoelde oerkreten. In het verstilde slotbeeld raakt de cirkel wel weer mooi rond. Via de bezorgde, rustgevende en troostrijke vermaning van moeder Den Boer: ‘Jongen, dat is alleen maar je eigen onvermogen om met het onderwerp om te gaan.’


PS: ‘Il faut cultiver notre jardin’, in de recensie van Paradijs vorige week is geen oproep van Rousseau maar van Voltaire.

De laatste dans is nog tot eind mei overal in Nederland te zien. Speeldata op tgilay.nl