Neoglasnost

Moskou - Je moet altijd blijven hopen. Het afgelopen jaar werden er in Rusland dertig journalisten in elkaar geslagen en acht vermoord. Meest recente voorbeeld is de Kommersant-journalist Oleg Kashin. Die eindigde in coma, omdat hij niet ophield te schrijven over een bos even buiten Moskou dat moet wijken voor een snelweg naar nergens. Twee weken geleden nam president Dmitry Medvedev weer eens ondubbelzinnig stelling door te verkondigen dat het de facto eenpartijstelsel van Rusland de dood in de pot is. De overdominante rol van Verenigd Rusland, de partij van Poetin en Medvedev, en de vanzelfsprekende verkiezingsoverwinningen leiden tot ‘politieke stagnatie’, volgens de president. Die zegt natuurlijk wel vaker progressieve dingen.
Maar als om deze 'neoglasnost’ te onderstrepen hield een gevierd televisiejournalist vorige week een onverwacht kritische speech. Leonid Parfjenov constateerde bij een prestigieuze prijsuitreiking dat televisiejournalisten ambtenaren zijn, en dat de Russische media meer diversiteit in meningen nodig hebben. Nu is de televisie een verlengstuk van de regering. De zender RT biedt verrukkelijke staatspropaganda over de goede werken van het Kremlin en de duivel in Washington. Wanneer een kwart van de mensen het oneens is met Poetin moeten die toch ook iets van hun gading op de buis weten te vinden, stelde Parfjenov. Weliswaar werden zijn opmerkingen gecensureerd in het journaal, maar internet loste dat keurig op. Al snel namen alle media zijn speech over, hoopvol.
Of de neoglasnost op termijn echt verschil zal maken is niet te voorspellen - zoals altijd. Natuurlijk had de baas van Parfjenov het kritische verhaal van tevoren gelezen. En die baas let wel op of de regering niet al te zeer beledigd wordt, anders is hij zijn mooie directeursbaantje kwijt. Het zou dus kunnen dat Poetin en Medvedev hebben besloten dat iets meer kritische geluiden in de media hen kunnen helpen om een beetje schoon schip te maken onder de maffiose bende die een deel van het Russische overheidsapparaat bevolkt.
Het was immers ook om de iedere vernieuwing blokkerende communistische partij eronder te krijgen dat Michael Gorbatsjov ooit meer openheid ('glasnost’) bood. Dat de huidige machthebbers het zo ver laten komen, lijkt zeer onwaarschijnlijk, dat ze bijvoorbeeld de grootste oppositiewoordvoerders zouden toelaten in het parlement om daar tekeer te gaan over de wijdverbreide corruptie. Net zoals het onwaarschijnlijk is dat de echte opdrachtgevers voor de aanslagen op journalisten achter tralies verdwijnen. Zo groot is de onvrede in Rusland nu niet dat de leiders echt rare sprongen moeten maken. Maar wie weet, toen Gorbatsjov de deur op een kier zette was de revolutie ook al snel niet meer tegen te houden.