H.J.A. Hofland

Neokoloniaal dédain

Zelden zal een zo onsamenhangend leger met zoveel militaire beperkingen onder een zo zwak opperbevel naar een zo gevaarlijk en ingewikkeld gebied zijn gestuurd als deze vredesmacht van de Verenigde Naties naar Libanon. Er zijn drie oorzaken die maken dat we over deze missie, hoe noodzakelijk en onvermijdelijk die op zichzelf ook mag zijn, niet pessimistisch genoeg kunnen zijn.

Ten eerste. Hoe we het ook wenden of keren, Israël heeft deze oorlog voor het grootste deel verloren. Eerst heeft de inlichtingendienst zich verschrikkelijk vergist. Toen is de regering van premier Olmert in kritiekloze overschatting van de eigen macht de strijd begonnen. Vervolgens zijn voor de camera’s van de wereldtelevisie grote verwoestingen aangericht waardoor de reputatie van Israël onnoemelijk veel kwaad is gedaan. Ten slotte is geen van de gestelde doelen bereikt. Het volk is boos, zoals ieder volk dat is als het ontdekt dat de leiders te veel beloofd hebben. Geen wonder dat de stemming in het sterkste leger van het Midden-Oosten beneden peil is.

Ten tweede. Voor het eerst kan een Arabische macht met kracht van bewijs zeggen dat het een oorlog tegen Israël heeft gewonnen. Er mogen een paar honderd strijders van Hezbollah gesneuveld zijn, de organisatie als geheel is met haar leider sterker uit de strijd te voorschijn gekomen. Ondanks internationale protesten is de herbewapening door Iran en Syrië in volle gang. Sjeik Hasan Nasrallah zou volgens sommige Arabisten (met wier deskundigheid je altijd voorzichtig moet zijn, maar er zijn geen anderen) de volgende charismatische leider kunnen worden na Nasser, Kadafi en Saddam. Hoe verschillend ook, geen van de drie was een vriend van het Westen.

De strijdkrachten van de VN, volgens de laatste berichten niet onder Frans maar Italiaans opperbevel, hebben dus tot taak om twee partijen uit elkaar te houden waarvan de ene verlangt naar revanche, eerherstel en een nieuwe bevestiging van haar reputatie als onverslaanbare militaire macht in de regio, terwijl de andere met élan en ervaring, gesteund door de relatief machtige bondgenoten Syrië en Iran binnenkort wel naar een mogelijkheid zal zoeken om de strijd te hervatten. Tussen deze twee bevindt zich de rommelige strijdmacht van de VN.

Het is duidelijk: de openbare verwoesting van Libanon kon niet voortduren. Er moest worden ingegrepen. En tegelijkertijd is het duidelijk dat met de aanwezigheid van deze missie op z’n hoogst een voor beide partijen ondraaglijke toestand zeer tijdelijk kan worden bevroren, terwijl op de achtergrond de voorbereidingen tot hervatting van de oorlog worden getroffen.

Deze oorlog in Libanon vertoont enige overeenkomst met de Spaanse burgeroorlog, waarin de partijen die elkaar in de Tweede Wereldoorlog zouden treffen op kosten van de Spanjaarden hun realistische manoeuvres uitvoerden. Hezbollah is nu de uitvoerder van Iran en Syrië (met de steun van we weten niet hoeveel miljoenen uit de Arabische massa’s). En Israël is na 9/11 verzeild geraakt in de oorlog tegen het terrorisme volgens het concept van Washington. Deze twee grote partijen, nog min of meer achter de coulissen, hebben ingezet op een strategie van onverzoenlijkheid. Ze praten niet met elkaar, beschouwen diplomatie als een uiting van zwakte. En tussen deze twee blokken wordt van de VN verwacht dat zij de vrede stichten, als een wijkagent bij een burenruzie.

Richard Holbrooke heeft de nu heersende chaos in de internationale verhoudingen vergeleken met de toestand in de zomer van 1914, toen de Eerste Wereldoorlog op uitbreken stond. Hij bedoelde natuurlijk niet dat er tussen toen en nu letterlijke congruenties zijn. Hij ziet alleen gelijkenis in het gebrek aan inzicht van degenen die zich de wereldleiders noemen, hun zelfoverschatting en hun onbegrip voor de omvang van de krachten die ze denken te beheersen.

Daar ligt de overeenkomst. Zo is het Israëlisch-Palestijnse conflict en nu dat met Hezbollah al lang geen lokale oorlog meer, maar een krachtmeting waarbij de «oorlog tegen het internationaal terrorisme» weer verder genaderd is tot een strijd tegen de Arabische wereld. In NRC Handelsblad van 15 augustus staat een verhelderend artikel van Rami G. Khouri, hoofdredacteur van de in Beiroet gevestigde Daily Star. De Arabieren hebben vijf militaire nederlagen tegen Israël geleden. Hun staten worden geregeerd door corrupte autocraten. De malaise in de regio duurt al meer dan een halve eeuw. En honderden miljoenen «zijn verbitterd door het chronische neokoloniale dédain» waarmee ze door het Westen worden behandeld. Is het een wonder dat ze «gehoor geven aan zijn lokroep, hoe misplaatst of suïcidaal die ook mag zijn?»

Ook aan de kant van het Westen winnen deze suïcidalen gestaag terrein. Ze leven in de overtuiging dat wij, die tot het uiterste willen vasthouden aan diplomatie, met deze softheid niet begrijpen dat het internationaal terrorisme onze doodsvijand is. Een grote vergissing. We denken alleen dat als je met leugens de oorlog tegen Irak begint om het te democratiseren en het zich vervolgens onder je militaire begeleiding in een burgeroorlog laat verwoesten, je al behoorlijk op de verkeerde weg bent. En als je dan onder het roepen van «We’ll stay the course» in Libanon in de herhaling gaat, ben je volgens ons, softe diplomaten, nog verder van huis. De kans is niet denkbeeldig dat nu, onder begeleiding van de VN, in Libanon het toneel voor de volgende fase van de grote krachtmeting in gereedheid wordt gebracht. Misschien is het beter de hele Arabische wereld meteen te verwoesten. Dan zijn we van al dat gesodemieter af.