Koningsdrama met moord

Nepalese schimmen

Vermoordde kroonprins Dipendra werkelijk zijn ouders en zeven andere leden van zijn familie? Ook de Nepalezen in Nederland betwijfelen het. De moord op koning Virendra komt op een moment dat Nepal onder grote pressie staat.

«Eigenlijk zitten jij en ik in hetzelfde schuitje», zei de Nepalese kroonprins Dipendra tegen zijn Nederlandse collega Willem-Alexander toen hij in juni 1998 een bezoek bracht aan Nederland. De prins uit de Himalaya refereerde daarmee aan de problemen die beide toekomstige monarchen ondervonden bij het vinden van een geschikte huwelijkspartner. Dipendra had het aan de stok met zijn moeder, koningin Aisvarya, en haar stoet van koninklijke waarzeggers, vanwege zijn wens te trouwen met zijn jeugdliefde, de ravissante schoonheid Devyani Rana. Willem-Alexander kampte toen nog met de nawerkingen van de Emily-affaire, waarbij hij met een al even vertoornde moeder te maken had. Dipendra had als veelvuldig bezoeker van de Europese hoven ongetwijfeld van die affaire gehoord.

Niemand van de aanwezigen op het banket in paleis ’t Loo ter ere van de Nepalese prins kon vermoeden welk kolossaal drama achter Dipendra’s woorden verscholen zat. Er werd vooral gedronken op de bloeiende Nederlands-Nepalese vriendschap, waaraan koningin Beatrix warme woorden wijdde. Dipen dra’s grootvader, koning Mahendra, was in 1967 al te gast geweest op paleis Soestdijk en sindsdien mochten de banden tussen het huis van Oranje-Nassau en dat van het roemruchte Shah-geslacht meer dan hartelijk worden genoemd. Onder Dipendra’s vader, koning Virendra, die in 1971 de troon van het enige hindoe-koninkrijk ter wereld had bestegen, was Nepal uitgegroeid van een absolute tot een constitutionele monarchie. Daarbinnen stond de koning echter nog steeds te boek als een levende god, een incarnatie van de hindoe-oppergod Vishnu. In 1991 had Virendra het Nederlandse model omarmd als enige overlevingskans voor zijn verdrukte monarchie. Sindsdien was het zelfs mogelijk dat koninklijk Nepal geregeerd werd door een gedeeltelijk uit communisten bestaand kabinet, waarmee het poldermodel wat betreft vreedzame coëxistentie tussen onverenigbaar geachte grootheden nog verre werd overtroffen.

Op 1 juni 2001 veranderde in Nepal alles dramatisch. Maar liefst tien leden en directe aanverwanten van de koninklijke familie, inclusief koning Virendra en koningin Aisvarya, kwamen die avond om in een regen van kogels uit een machinegeweer. Als dader wordt kroonprins Dipendra opgegeven, die zelf ook is bezweken. Dipendra zou tijdens een familieberaad over zijn huwelijksproblemen in het koninklijk paleis te Kathmandu ineens dolgedraaid zijn en onder invloed van whisky, cocaïne en marihuana tot zijn wanhoopsdaad zijn gekomen. Volgens het officiële verhaal zou hij zich van de familiemaaltijd hebben teruggetrokken naar zijn eigen vertrekken, alwaar hij een militair uniform aandeed. Vervolgens keerde hij terug met twee machinegeweren (waaronder een Russische aka-47 die hij zou hebben gekocht tijdens een bezoek aan Japan) om een einde te maken aan het leven van zijn ouders, zijn broer en tal van andere familieleden en ten slotte de hand aan zichzelf te slaan.

De slachting stortte Nepal in een diepe crisis. De gebeurtenissen van 1 juni worden al vergeleken met de beruchte slachting van Kot in 1846, toen enige honderden leden van de Nepalese aristocratie, inclusief leden van het sinds het einde van de achttiende eeuw heersende Shah-geslacht, omkwamen in een bloedbad dat werd georganiseerd op last van de legendarische Jung Bahadur Rana, een hofmeier die zich op die manier verzekerde van de macht in het tussen China en India ingeklemde koninkrijk. De slachting van Kot was een voorbode van een nieuwe era. De gebeurtenissen van 1 juni hebben dezelfde potentie. De nieuw benoemde koning Gyanendra, broer van de vermoorde koning, bedient zich van een staat van beleg plus avondklok om het roerige volk eronder te krijgen. Dodelijke schietpartijen zijn aan de orde van de dag. De pers is aan banden gelegd en diverse kritische journalisten zijn gearresteerd. Het probleem is dat maar weinig mensen in Nepal geneigd zijn de officiële versie van de slachtpartij ten paleize te geloven.

Tijdens een herdenkingsbijeenkomst voor de overleden leden van de koninklijke familie in Amsterdam overheerste afgelopen zondag bij de Nepalese gemeenschap in Nederland de scepsis. Zelfs de uit België overgekomen ambassadeur Kedar Bhakta Shresta zei in zijn speech dat hij eraan twijfelde of ooit bekend zal worden wat er precies is gebeurd op de avond van 1 juni 2001. De verwikkelingen aan het hof van Nepal behoren sowieso tot een mystiek terra incognita. Alle moderniseringen onder koning Virendra ten spijt (hij studeerde als eerste van zijn familie in Europa, en wel in het Engelse Eton, net als zijn zoon Dipendra) is de Nepalese monarchie een middeleeuws enigma gebleven, waar men eerder leunt op de adviezen van staatsorakels, hofastrologen en zelfs levende godinnen dan op de raad van ministers. Voor de buitenwereld was het altijd al speculeren over wat zich precies afspeelde aan het hof. De slachting van 1 juni had echter niemand voor mogelijk gehouden.

De Nederlandse taalwetenschapper George van Driem was in Nepal tijdens het drama in Kathmandu. Op de herdenkingsbijeenkomst in Amsterdam vertelde hij uitgebreid over zijn ervaringen. Van Driem, hoogleraar aan de Universiteit van Leiden, geldt als een groot kenner van de Nepalese verhoudingen. Hij bezoekt het land al twintig jaar en spreekt vloeiend Nepalees. Hij was op een dansfeest in Kathmandu toen hij vrijdag 1 juni in de loop van de avond de eerste verhalen hoorde over de tragedie die zich had afgespeeld in het paleis. «Een vriend probeerde op zijn mobiel het paleis te bereiken, maar alle drie codenummers van het paleis waren bezet», vertelde Van Driem. «Hij had dat nooit eerder meegemaakt en vertrok naar het Virendra Militair Ziekenhuis om te kijken wat er aan de hand was. Hij wist dat een lid van de koninklijke familie daar onmiddellijk naartoe zou worden gebracht als er iets was gebeurd. Het dansfeest werd afgelast voordat het echt op gang was gekomen.»

De volgende dag bereikten Van Driem diverse verhalen over de slachtpartij, waarbij telkens kroonprins Dipendra als dader werd bestempeld. Het zou toen nog een week duren voordat alle details over de slachtpartij wereldkundig werden gemaakt. Van Driem was er ook bij toen de lijken van koning Virendra en koningin Aisvarya, plus van drie anderen, die dag tijdens een officiële ceremonie werden verbrand. Hij zag dat de stoffelijke overschotten zwaar waren verminkt. Van Driem: «Ze waren omgekomen in een regen van kogels. Dipendra moet als een wilde om zich heen hebben geschoten. Er zaten alleen al veertig kogelgaten in het plafond van het paleis.»

Intussen hadden de Nepalese autoriteiten volgens Indiase en Britse kranten verklaard dat de tragedie was veroorzaakt door een «ongeluk». De wapens zouden vanzelf zijn afgegaan. Van Driem had al gehoord dat de kroonprins de dader zou zijn geweest. Ook wist hij reeds dat Dipendra op een brug buiten het paleis, kennelijk op de vlucht, was omgekomen door schoten van de paleiswacht. Officieel stierf Dipendra in de nacht van 3 op 4 juni, maar hij was toen al twee dagen klinisch dood. Zijn stoffelijk overschot werd in alle stilte tijdens het uitgaansverbod via de ringweg naar de Pasupatinath-tempel gebracht om te worden gecremeerd. Diezelfde dag besteeg Dipendra’s oom Gyanendra de Nepalese troon.

Van Driem: «Het gonsde in Kathmandu van uit de lucht gegrepen geruchten. Men had het over een samenzwering, over betrokkenheid van de CIA. Al het water en al de melk van Kathmandu zou zijn vergiftigd op last van de maoïsten. Anderen zagen juist een complot van premier Koirala.»

Ook vonden er demonstraties plaats tegen de nieuwe koning en diens zoon, de controversiële prins Paras. Paras zou volgens de geruchten eigenhandig zeven mensen hebben neergeschoten tijdens een demonstratie tegen het bewind van zijn vader. De nieuwe kroonprins na Dipendra staat in Kathmandu te boek als de bonte hond. Hij zou net als wijlen Dipendra een voorkeur hebben voor drank en drugs, en was betrokken bij niet minder dan vier dodelijke hit and run-auto-ongelukken, waarbij onder meer een populaire Nepalese zanger het leven verloor. Paras geldt in grote kringen van de Nepalese gemeenschap dan ook als absoluut ongeschikt om het koninklijke roer straks over te nemen. Wel deden de Nepalese autoriteiten meteen na de slachting een poging het imago van Paras te herstellen. Zo zou het aan zijn heroïsche ingrijpen te danken zijn dat Dipendra niet nog meer slachtoffers had gemaakt.

Paras’ vader, koning Gyanendra, beschikt evenmin over een vlekkeloze reputatie. In het recente verleden werd zijn naam veelvuldig genoemd in verband met grootschalige smokkel van Nepalese antiquiteiten. Gyanendra zou al jaren geloerd hebben naar de troon, nadat hij in zijn jeugd al even als tijdelijk vervanger van een gevluchte vorst had dienstgedaan. Hij zou het fundamenteel oneens zijn geweest met de politiek van zijn broer Virendra, die naar zijn mening veel te veel had meegegeven met de maoïstische krachten in het land. Vooral de weigering van Virendra om de staat van beleg uit te roepen tegen het communistische gevaar zou kwaad bloed hebben gezet. De afgelopen vijf jaar hebben maoïstische guerrillastrijders, opererend naar het voorbeeld van Lichtend Pad in Peru, grote delen van Nepal onder militaire controle gekregen. De druk op koning Virendra om tegen hen in te grijpen was groot. De als uiterst verfijnd bekend staande monarch, bevreesd voor een directe bur geroor log, weigerde echter om aan die pressie toe te geven. Volgens veel Nepalezen zou hem dat fataal zijn geworden.

Broer Gyanendra lijkt als koning meteen korte metten te willen maken met de maoïstische krachten in zijn land. Afgelopen week gingen diverse linkse journalisten de cel in omdat zij de slachtpartij ten paleize hadden beschreven als een internationaal complot. De maoïsten op hun beurt hebben de vermoorde koning Virendra inmiddels uitgeroepen tot hun martelaar. Feit is dat Virendra de banden met communistisch China had aangetrokken. Hij streefde verdere economische samenwerking na, terwijl de verhoudingen met de andere grote buur India juist rap verslechterden (vandaar de Nepalese volkswoede toen een bekende Indiase filmster laatdunkende opmerkingen over Nepal had gemaakt).

Diverse commentatoren wijzen erop dat de Nepalese monarchie onder Virendra leek af te koersen op herstel van de koninklijke almacht die tien jaar geleden juist werd afgezworen in de nieuwe Grondwet. Het door corruptie geplaagde land zou nog lang niet klaar zijn voor een constitutionele monarchie. Om de totale ondergang van het schrijnend arme Nepal te voorkomen zou er door Virendra reeds zijn nagedacht over herstel van de oude vorstelijke luister. Zijn broer Gyanendra zou die macht nu naar zich toe kunnen trekken. Vandaar het idee van veel Nepalezen dat hij achter de moord op koning Virendra en de zijnen zit. Zij vinden het in ieder geval verdacht dat Gyanendra op de avond van de slachtpartij als enige van de familie op ver bezoek was, terwijl zijn vrouw, die de slachtpartij wel mee maakte, alleen gewond raakte aan een vingertopje.

Tijdens de herdenkingsdienst in Amsterdam deden dezelfde scenario’s uitgebreid de ronde. Vanwege mogelijke repercussies thuis in Nepal wenste niemand die theorieën met vermelding van naam en toenaam wereldkundig te maken in de media. Waarom, zo stellen deze sceptici, trok kroonprins Dipendra een militair uniform aan alvorens hij aan de slachtpartij begon? Was het wel Dipendra die daar met twee machinegeweren naar beneden kwam? Een door de regering naar voren geschoven getuige vertelde dat Dipendra tijdens het schieten een militaire pet droeg, zodat hij nauwelijks herkenbaar was. Mogelijk was Dipendra al lang vermoord, en was de schutter een dubbelganger.

Ook twijfelen deze sceptici aan het relaas dat Dipendra totaal dronken en stoned was. Volgens de officiële berichten werden bij de lijkschouwing sporen aangetroffen van cocaïne. Nu stond Dipendra inderdaad tijdens zijn studiejaren in Eton al bekend als een enthousiast innemer van whisky, maar over gebruik van cocaïne was geen van zijn vrienden iets bekend. Wel wist men dat hij af en toe een jointje rookte, geheel in overeenstemming met de permissieve traditie in zijn land, dat juist om die reden al in de jaren zestig een magische aantrekkingskracht uitoefende op het internationale hippiedom. Maar hoe was het dan mogelijk dat de totaal benevelde Dipendra in staat was om negen mensen te vermoorden met machinegeweren? Iemand die dronken en stoned is, moet toch niet in staat worden geacht zoiets klaar te spelen, gegeven alleen al de terugslag van dergelijke geweren? Daarbij komt dat de meeste slachtoffers van zeer nabij zijn doodgeschoten, gericht, dus niet in een spervuur van kogels. Hoe een stomdronken Dipendra dat alles moet hebben klaargespeeld is een raadsel.

De twijfelaars aan het officiële relaas vinden het bovendien verdacht dat de stoffelijke overschotten van de koninklijke familie een dag na de moord onmiddellijk werden verbrand. Volgens hen was dat om te voorkomen dat er een ordentelijke lijkschouwing kon worden gehouden. Op deze manier zou de waarheidsvinding over de werkelijke gebeurtenissen dus zijn gefrustreerd. En ook in Amsterdam wekt het de nodige verdenkingen dat prinses Shova, de echtgenote van de nieuwe koning Gyanendra, de slachtpartij overleefde met alleen een aangeschoten vingertopje.

Dipendra stond te boek als een rustige, poëzieminnende prins. Weliswaar met een passie voor wapens, maar daarmee onderscheidde hij zich niet van de rest van de internationale royalty. «Hij gaat rustig op zijn doel af, stap voor stap», had zijn Nederlandse collega Willem-Alexander in 1997 nog verklaard toen hij Dipendra in Nepal bezocht. Ook tijdens zijn bezoek aan het huwelijk van de Belgische kroonprins Filip in 1999 verraadde Dipendra’s gedrag niets van royale stress. Niemand kan geloven dat de al jaren smeulende crisis over Dipendra’s amoureuze gevoelens voor Devyani — die inmiddels naar Engeland gevlucht schijnt te zijn — hem nu opeens tot zulke waanzin zou hebben gevoerd. Devyani behoort bovendien tot het Rana-geslacht, waarmee de heersers van de Shah-familie in de negentiende eeuw weliswaar uiterst gespannen verhoudingen hadden (de reeds genoemde massamoord van Kot in 1846 hield daar direct verband mee), maar dat toch deel uitmaakt van de traditionele aristocratische Umwelt van de Nepalese koningen. Een ondenkbare huwelijkskandidate was ze in ieder geval niet.

Wel had Dipendra’s moeder liever gezien dat haar zoon in het huwelijk trad met een andere prinses, Supya, omdat zij beter zou passen in het koninklijke streven de royale bloedlijn zo «zuiver» mogelijk te houden. Sommige bronnen in Nepal beweren overigens dat Dipendra pal voor de moordpartij in het huwelijk zou zijn getreden met zijn jeugdliefde Devyani.

George van Driem gelooft vooralsnog niet in al deze complottheorieën. Hij vergelijkt de paleistragedie met de recente «spontane» schietpartijen van Amerikaanse highschool- tieners. Ook Cas de Stoppelaar, de consul van Nepal in Nederland die bekendheid geniet door zijn publicaties (onder meer in NRC Handelsblad) over het leven in de Himalaya, spreekt in dit verband van «absurde verhalen». Andere bezoekers van de Amsterdamse herdenkingsdienst toonden zich daar minder zeker van. «Je moet kijken wie belang heeft bij deze ontwikkelingen», zeggen zij. «Volg het spoor van het belang, en je komt automatisch bij de daders.»

Deze week zouden de resultaten van een onderzoek naar de gebeurtenissen van 1 juni door een speciale regeringscommissie bekend worden gemaakt, maar publicatie is uitgesteld tot nog onbekende datum.