Economie

Nepnieuws

Er is een titanenstrijd gaande tussen wetenschap en nepnieuws, als je de berichten mag geloven. Het klimaat verandert echt, van inentingen word je niet autistisch, samenlevingen storten niet in door immigratie, door vrijhandel neemt de welvaart toe: allemaal claims van wetenschappers die het deze dagen afleggen tegen nepnieuws. ‘Nieuws’ dat we willen geloven omdat het klopt met onze directe ervaringen en emoties: ik merk niks van klimaatverandering, de overheid stuurt mij dwingerige brieven over enge prikken, immigratie en handel bedreigen mijn culturele en economische identiteit. Verzin de feiten bij de emoties en je krijgt een roestvrij wereldbeeld.

Tot zover het narratief over nepnieuws, met een duidelijke conclusie: te wapen! Verdedig de feiten tegen de charlatans en volksmenners. Wij hebben gelijk, zij niet. Hooguit kunnen we meewarig begrijpen hoe het volk zich laat misleiden. Culturele identiteit kwijt, vatbaar voor sprookjes. Och arme.

Hier wringt toch iets. Over autisme en klimaat weet ik net zoveel als iedere krantenlezer, maar voor mijn eigen vakgebied geldt in ieder geval dat dit narratief wel heel prettig is, maar niet waar. Het is zelf nepnieuws. Economen overschreeuwen maar al te vaak met stelligheden hun onzekerheden. Vrijhandel is goed voor welvaartsgroei, staat in ieder leerboek internationale economie. In de echte wereld is dit te vaak niet waar: Engeland, Amerika, Duitsland, Japan – ze zijn allemaal industriële grootmachten geworden door kundig gebruik van protectionisme. Pas daarna gingen ze vrijhandel promoten. Inflatie is een kwestie van te snelle geldgroei, zei Milton Friedman in de jaren tachtig. Nu gelooft niemand dat meer, en met reden: de geldhoeveelheid in Nederland is sinds de jaren tachtig verzevenvoudigd, de inflatie dramatisch gedaald. Mensen maken economisch rationele keuzes, leren we onze studenten. Het is ook nog altijd de basis van macro-economische modellen. Klopt niet. Lees Daniel Kahnemans Thinking, Fast and Slow: we beslissen op basis van intuïties, associaties, metaforen en impressies – en bedenken daarna een rationalisatie. Amerikaanse mijnwerkers stemmen voor Trump, die ze hun Obamacare belooft af te nemen. Een andere misvatting vermomd als waarheid: hogere overheidstekorten en -schulden zijn een bedreiging voor economische groei en stabiliteit. De eerste empirische studie die dit aantoont moet ik nog lezen. Conceptueel klopt het ook niet: als de overheid meer leent en investeert in de economie, kan dit tot hogere groei en stabiliteit leiden. Doet ze dit niet, dan moet de private sector meer lenen, en we weten wat daarvan kan komen. Het zijn zomaar vier voorbeelden van beweringen die ooit consensus waren of dat nog zijn, maar daarom nog niet waar.

Ik schreef daarnet ‘vrijwel’. Wat weten wij economen nou écht?

Zo bezien kan het lijken of de economische wetenschap van nepnieuws aan elkaar hangt. Opvattingen die consensus werden omdat ze goed passen bij de politieke mode – hoe verschilt dat eigenlijk van Trumps tweet over autisme? Een ongemakkelijke vraag. De strakke scheiding tussen mening en feit is in de economie in ieder geval zwaar problematisch, en ik vermoed dat dit voor alle sociale wetenschappen geldt.

Ik zit daar trouwens niet mee. Vrijwel alle beweringen in de economische wetenschap zijn in rede betwistbaar, so what? Daar leeft de wetenschap van. Economen kunnen niets met universele geldigheid zeggen over oorzakelijke verbanden. Flexibeler arbeidsmarkten leiden tot minder werkloosheid? Hogere rente leidt tot minder inflatie? Misschien, soms, maar soms ook niet. Dat betekent niet dat we niets zeker weten – ik schreef daarnet ‘vrijwel’. Dus wat weten wij economen nou écht? Thomas Schelling, econoom en Nobelprijswinnaar (voor wat het waard is dus), kwam met een opvallend antwoord. De enige soort beweringen waarvan we wel zeker weten dat ze waar zijn, volgens Schelling, zijn boekhoudkundige vaststellingen. De eerste zin van Adam Smith’s boek The Wealth of Nations is er zo één: wat geconsumeerd wordt, werd geproduceerd, nationaal inkomen is gelijk aan nationale productie. Ruim twee eeuwen later geld dat nog steeds. Dichter bij tijdloze waarheden kun je niet komen in de economie.

Nog een paar. Waar kredieten uitgegeven worden, neemt de schuld toe. En: als het overheidstekort omlaag gaat, zal het tekort van de private sector omhoog gaan. Waarheden als koeien, die toch nuttig zijn. Hier zijn de toepassingen. Je kunt niet tegelijk een grotere financiële sector bevorderen, en dus in de regel toenemende kredietverlening, en schuldgroei tegengaan. Je kunt niet het overheidstekort elimineren (zoals we nu in Nederland voor elkaar hebben) zonder schuldgroei in de private sector, in Nederland of elders. Niets nieuws, en zeker geen nepnieuws. Er is hoop voor de economische wetenschap. Maar dan moeten we nepnieuws niet pareren met modieuze pseudo-zekerheden, maar met feiten, logica en boekhouden. Iets beters hebben we niet.