Het vierde kabinet-Netanyahu

Nestor Benjamin

Nooit eerder had Israël een regering die zo rechts was en die Amerika en Europa zo schoffeerde als het nieuwe kabinet van Benjamin Netanyahu. Maar binnenslands bevindt de premier zich in een slangenkuil.

Medium israel

De meest rechtse regering ooit. De meest koloniale regering ooit. En tegelijk de meest fragiele regering ooit. Het net gevormde Israëlische kabinet belooft weinig goeds, voor Israël noch voor de Palestijnen. In de bezette gebieden kunnen we meer landjepik, meer nederzettingen en misschien regelrechte annexatie verwachten. Zelfs de schijn van bereidheid tot onderhandelen met de Palestijnen hoeft niet meer te worden opgehouden. Israël zal zich verder vervreemden van zijn vrienden, maar so what? Fort Israël tegen Amerika, tegen Europa, tegen de rest van de wereld. De enige troost is dat het vierde kabinet-Netanyahu zo’n zwak allegaartje van vijanden is, zo’n schreeuwend gebrek aan visie en durf vertoont en zo veel verzet zal oproepen dat het geen lang leven lijkt beschoren. Bij het ontbinden van zijn kijvende derde kabinet beloofde Netanyahu, alias Bibi, de Israëlische kiezers een stabiele, slagvaardige regering. De uitslag van de verkiezingen van 17 maart leek die belofte reëel te maken. Bibi’s partij Likud won immers met dertig zetels, haar hoogste score sinds jaren. Maar vraag niet hoe. De Israëlische politiek is nooit een schoolvoorbeeld van fatsoen en fair play geweest, maar zo bruin als in de afgelopen verkiezingscampagne is het zelden gebakken.

Tegen het eind van de campagne kenden de opiniepeilers de overwinning toe aan de Zionistische Unie van Isaac Herzog, de voortzetting van de oude Arbeiderspartij van David Ben-Gurion en Golda Meir. Kennelijk sprak Herzogs sociale programma meer aan dan Netanyahu’s overbekende gehamer op de nationale veiligheid, die hij door steeds meer vijandige krachten bedreigd ziet: niet alleen meer door Iran en terroristen van allerhande pluimage, maar ook door boycot- en vredesactivisten en kritische politici in binnen- en buitenland. Netanyahu gaat er, net als veel Israëliërs, van uit dat Israël constant in zijn bestaan wordt bedreigd. In die visie zijn degenen die ijveren voor vrede op z’n zachtst gezegd selectief verontwaardigde naïevelingen en op z’n hardst gezegd antisemieten en vijanden van de staat. Om de dreiging van een centrum-linkse overwinning te keren begreep Bibi dat hij ander geschut moest inzetten dan de Iraanse atoombom, waarvan hij al ruim twintig jaar obsessief beweert dat die op het punt staat operationeel te worden.

Het eerste wapen was vooral bedoeld om stemmen af te snoepen van de kolonistenpartij Habayit Hayehudi (‘Joods Huis’) van de charismatische Naftali Bennett, een soort Wilders in het kwadraat die Netanyahu een slappeling vindt. Daags voor de verkiezingen verklaarde Bibi dat zolang hij premier is er geen Palestijnse staat zal komen. De kolonisten hoefden dus niet bang te zijn en konden beter op Likud dan op Joods Huis stemmen. Op verkiezingsdag zelf speelde Netanyahu zijn laatste troefkaart uit: de Arabieren, waarschuwde hij – hij bedoelde de Israëlische staatsburgers van Arabische afkomst – komen ‘in drommen’ op de stembus af. De boodschap was dat de gewone Israëliërs dat gevaar moesten keren door in veel grotere drommen uit te rukken en te stemmen op Likud. Hetgeen geschiedde. De Zionistische Unie werd met 24 zetels verre tweede. Bennett verloor vier van zijn twaalf zetels aan Netanyahu.

Bibi’s trucjes waren niet alleen effectief maar ook onthullend. Dat hij geen vriend van de Arabische Israëliërs (twintig procent van de bevolking) is, wisten we al lang. Die afkeer heeft hij geërfd van zijn grote mentor die tevens zijn vader was: de historicus Benzion Netanyahu. Maar nog nooit eerder had zoon Benjamin zijn racistische inborst zo openlijk laten doorschemeren als met die infame opmerking over het Arabische bevolkingsdeel. In een normaal democratisch land zou een regeringsleider daarna hebben moeten aftreden en zou hij voor de rechter zijn gesleept. In Israël was een tot niets verplichtend ‘sorry’ voldoende. Het was immers, zei Bibi, niet zijn bedoeling geweest om mensen te kwetsen.

Van zijn vader erfde Netanyahu ook zijn afkeer van een onafhankelijk Palestina. Toch had hij zichzelf in 2009 uitgeroepen tot voorstander van de stichting van een Palestijnse staat. Maar Netanyahu zegt alles wat hem op dat moment uitkomt, en daarna als het hem uitkomt van alles het tegendeel. Het heeft lang geduurd voor ook de Amerikanen erachter kwamen dat ze zich jaren door de zigzaggende Bibi zand in de ogen hebben laten strooien. Pas toen hij vorig jaar de hardnekkige bemiddelingspoging van minister Kerry liet mislukken moesten ook de meest verblinde optimisten in Washington toegeven dat Bibi’s woorden geen enkele betekenis hebben.

Twee dagen na de verkiezingen herriep Netanyahu zijn uitspraak. Ik geloof nog altijd in een tweestatenoplossing, zei hij, alleen zijn de voorwaarden daarvoor nog niet te verwezenlijken. Allicht niet, want de voorwaarden die hij stelt zijn voor de Palestijnen onaanvaardbaar. Washington was dan ook niet onder de indruk van die rectificatie. Barack Obama heeft zijn laatste spatje vertrouwen in Bibi verloren. Hij heeft hem laten weten dat een Amerikaans veto in de VN-Veiligheidsraad tegen Israël onwelgevallige resoluties niet meer vanzelfsprekend is. De eerste test van die ommezwaai kan komen wanneer Frankrijk binnenkort de Veiligheidsraad een resolutie voorlegt over een tweestatenoplossing, met een gedeeld Jeruzalem en grenzen zoals die golden tot de Zesdaagse Oorlog van 1967. Een andere test zal een nieuwe Palestijnse aanvraag zijn om door de VN erkend te worden als staat.

Waarom zou Obama opnieuw riskeren door Amerika’s opstandige vazal Netanyahu te worden vernederd?

Een veel drastischer Amerikaanse maatregel zou op slag een eind maken aan Bibi’s chantage en vrijwel zeker ook aan zijn regering: het opschorten van de Amerikaanse militaire hulp aan Israël. Jaar in, jaar uit krijgt Israël van Washington voor drie miljard dollar aan wapens. Geen enkel ander land wordt door Amerika militair zo vertroeteld. Alleen al door te dreigen met opschorting of inkrimping van die vitale leveranties zouden de VS iedere Israëlische regering kunnen krijgen waar ze haar hebben willen. Maar dat zal niet gebeuren zolang de pro-Israëlische lobby in de VS buitenproportioneel machtig is, zolang de Republikeinse presidentskandidaten in de rij staan voor hun megasponsor, de Amerikaans-joodse casinomagnaat Sheldon Adelson die tevens Bibi’s patroon is, zolang de Republikeinen Netanyahu als hun goeroe zien en zolang voor de Amerikaanse evangelische christenen blinde steun aan Israël een soort geloofsdogma is, ongeacht de regering die er in Jeruzalem in het zadel zit.

Het is goed denkbaar dat Obama geen zin meer heeft in een nieuw diplomatiek initiatief om Israëliërs en Palestijnen tot elkaar te brengen. Waarom zou hij opnieuw het risico lopen om door Amerika’s opstandige vazal Netanyahu te worden vernederd? De Amerikanen hebben meer dan genoeg van de – voor een groot deel door henzelf – uitgelokte chaos in het Midden-Oosten, dat ze dankzij hun eigen schalieolie en -gas niet meer zo nodig hebben. Maar het kan ook zijn dat Obama met het oog op zijn politieke nalatenschap de laatste anderhalf jaar van zijn presidentschap alles op alles gaat zetten om het Israëlisch-Palestijnse conflict uit de wereld te helpen, vooral wanneer het nucleaire akkoord met Iran rond komt. Tot op het laatste moment zal Netanyahu onvermoeibare pogingen doen om dat akkoord te torpederen, hoe vaak Obama hem ook verzekerd heeft dat Amerika nooit zal toestaan dat Iran de bom krijgt en dat het onverminderd Israëls veiligheid zal garanderen.

Bibi’s nieuwe kabinet zal ook in Europa op weinig sympathie kunnen rekenen. De treurige impasse in wat niemand meer het vredesproces durft te noemen doet Israël in Europa veel goodwill verliezen. Vorige week werd de goedkeuring aangekondigd van de bouw van negenhonderd illegale huizen in Oost-Jeruzalem, waarover slaande ruzie was geweest met de VS. Washington reageerde boos, de Europese Unie kwam met een verklaring van nauwelijks ingehouden woede. Vermoedelijk zal het niet bij verklaringen blijven. Meer parlementen zullen Palestina erkennen, de boycot van producten uit de bezette gebieden en wellicht ook uit Israël zelf zal zich uitbreiden, de academische en culturele boycot eveneens, al zal die vooralsnog geen Zuid-Afrikaanse proporties aannemen. Een vers Europees vredesinitiatief zou die economische pressie moeten vergezellen.

Maar nog voordat zo’n internationale actie van de grond komt kan de nieuwe regering al weer ten onder zijn gegaan. De verkiezingen hebben het rechts-linkse evenwicht nauwelijks veranderd; de enige echte verrassing was dat de gemeenschappelijke lijst van Arabische partijen met vijftien zetels de op twee na grootste partij werd. Op de wip kwam de nieuwe centrum-rechtse partij Kulanu (‘Wij Allen’). Voor zijn toetreding tot de regeringscoalitie eiste Kulanu-leider Moshe Kahlon, die in 2012 met Likud en Netanyahu had gebroken, de portefeuille van Economische Zaken. Ook twee religieuze partijen stelden voor hun comeback zware eisen. Netanyahu willigde ze allemaal in. De net ingevoerde dienstplicht voor ultraorthodoxen zal ongedaan worden gemaakt, hun kindertoelagen worden verhoogd, religieuze scholen krijgen meer geld van de overheid en de strenge voorwaarden voor bekering tot het jodendom worden nog strenger.

De zwaarste condities kwamen van Bibi’s voormalige politieke discipel Naftali Bennett. Tegenwoordig verachten de twee elkaar. Netanyahu was niet van plan toe te geven, totdat een paar dagen voor de deadline van de kabinetsformatie de geslepen vos Avigdor Lieberman een meesterzet deed. In zijn politieke project is voor zijn vroegere leermeester, ex-coalitiegenoot en huidige vijand Netanyahu geen plaats. Hij trad af als demissionair minister van Buitenlandse Zaken, spuwde zijn gal op Netanyahu en stapte met zijn uitgedunde partij Yisrael Beiteinu (‘Israël Ons Huis’) over naar de oppositie. Daarmee zag Bibi een comfortabele meerderheid van 67 van de 120 zetels gereduceerd tot de krapst mogelijke meerderheid van 61 en was hij aan de genade of ongenade van Bennett overgeleverd.

Dezelfde Netanyahu die in het Amerikaanse Congres onder het motto ‘beter geen akkoord dan een slecht akkoord’ de vloer had aangeveegd met Obama’s Iran-politiek moest akkoord gaan met alle eisen van Bennett. Deze wil als minister van Onderwijs de jeugd de waarden van de kolonisten bijbrengen. Justitie is gegaan naar zijn even rechtse rechterhand Ayelet Shaked, die bevoegdheden krijgt om de rechterlijke macht en vooral het Opperste Gerechtshof, dat soms door het parlement aangenomen wetten ongrondwettig verklaart, onder politieke invloed te brengen.

Op het allerlaatste nippertje had Netanyahu zijn coalitie rond. Om iedereen tevreden te stellen moest de recente wet die het maximum aantal ministers beperkt tot achttien worden gewijzigd. Niet één parlementariër van de coalitiepartijen mocht tegen stemmen. Netanyahu kan ieder moment in de slangenkuil vallen die Lieberman voor hem gegraven heeft. Hij hoopt op redding door Isaac Herzog, voor wie hij de zetel van Buitenlandse Zaken warm houdt. Maar de leider van de Zionistische Unie wenst zich niet te transformeren tot Bibi’s reddingsboei. Het Midden-Oosten staat in brand, maar in Israël hebben ze het veel te druk met de oude politiek.


Beeld: De nederzetting Kiryat Arba, op de Westoever. Een soldaat van de IDF (Israeli Defense Forces) toont zijn wapens tijdens festiviteiten rond Israëls onafhankelijkheidsdag (Ronen Zvulun / REUTERS)