Net als bint, maar dan anders

Wim van de Woestijne, Felacci. Uitgeverij Meulenhoff, 103 blz., f26,90
In 1934 publiceerde Bordewijk zijn beklemmende, fascistoide verhaal Bint, waarin de tucht die schooldirecteur Bint uitoefent over de klas ‘de hel’ een verzinnebeelding is van dictatoriale machtswellust en ijzeren discipline. Felacci, de debuutnovelle van Wim van de Woestijne, brengt onvermijdelijk Bordewijks hoekige monument in herinnering. Bordewijk schilderde het portret van een leraar die een klas als een nukkige, temperamentvolle hengst gedwee wil laten dressuurrijden; Wim van de Woestijne geeft het verhaal van een vertrapte scholier weer. Is Bint een verhaal van tucht, Felacci is de geschiedenis van wreedheid en vernedering. Wim van de Woestijne toont zogezegd de keerzijde van dictatuur.

De novelle vertelt over de schooltijd van de Franse jongen Antoni Maria Felacci, zoon van een steenhouwer die veel van huis is, en een bezorgde moeder. Zij weigert hem aanvankelijk naar school te sturen, omdat je daar niets deugdelijks leert: ‘In de eerste jaren op school wordt de kiem voor je ongeluk gelegd. Iedereen die zich aan iets vergrijpt, is op school geweest. Dat is toch wel het beste bewijs dat daar verderf broeit.’ Even later, als Felacci op zijn tiende verjaardag toch onderwijs moet volgen, wordt de school als een monster gekenschetst dat iedereen ’s ochtends opslokt en ’s middags weer als braaksel uitspuugt. 'Op mijn verjaardag word ik een stukje kots, een stukje onverteerde kennis, bitter als olijfolie’, denkt Felacci.
De sombere voorgevoelens van Felacci en zijn moeder worden meer dan bewaarheid. De eerste directrice met wie hij te maken krijgt, houdt er reeds akelig krenkende onderwijsmethoden op na. Felacci heet voortaan nummer vijfentwintig omdat ze niet van vreemde namen is gediend. Als hij zijn vinger te hebberig in de lucht steek, onthult ze haar merkwaardige filosofie: 'Leren is een ingetogen bezigheid, Felacci. Het heeft met beschaving te maken, met innerlijke rust en niet met een priemerige vinger die het eigen weten etaleert.’ Nadat ze hem vervolgens als een chimpansee die kunstjes heeft geleerd en een plattelandskinkel te kijk zet, gooit hij met al zijn kracht een steen naar haar hoofd.
Een tocht langs verschillende scholen en een reeks vernederingen volgt. Zijn nieuwe lerares is wat al te lief en charmant, ze geeft Felacci na school massages met geurige olie. Vandaar dat hij van zijn moeder weer ergens anders lessen moet gaan volgen en weer met een andere Madame te maken krijgt, die hem onmiddellijk tot 'Felacci le Rien’, 'het Niets’ omdoopt. Zij schept er net als zijn eerste lerares ple zier in hem voor aap te zetten, hij roept bij haar vooral wreedheid en onredelijkheid op.
Macht gaat, zo lijkt van de Woestijne te willen zeggen, hand in hand met minachting, misbruik en willekeur. Zo laat Madame Felacci’s zusje in een snoepje stikken, geeft ze hem de schuld en vindt ze dat 'het moordenaartje’ maar naar een andere klas moet. Daar wordt hij voor de klas kaalgeschoren en moet hij als toppunt van vernedering naakt gymnastieken omdat hij nog geen passende sportkleding heeft. Hij voelt zich gedeformeerd 'tot een dwerg, een mislukkeling, tot het voorwerp van gelach. Ik ben gedeformeerd tot minder dan niets. Felacci, le Rien.’
Uiteindelijk belandt de getergde Felacci - die op de steenworp naar de directrice na een willoos slachtoffer is - in een opvoedingsgesticht. Het kan altijd nog onrechtvaardiger en gruwelijker, blijkt uit zijn verblijf daar.
Simon Vestdijk schreef ooit dat Bordewijk in Bint een 'fantastisch gesublimeerde essentie’ van de werkelijkheid liet zien. Hoe anders de literaire middelen van Van de Woestijne ook zijn - zijn stijl is niet kaal en uitgebeend, maar beeldend en zinnelijk - Vestdijks karakterisering gaat ook voor hem op. Zijn novelle heeft weinig met de werkelijkheid te maken, geeft eerder een verhevigde werkelijkheid weer. Felacci is een raadselachtig, broeierig, seksueel geladen boekje - het wulpse wordt benadrukt door de illustraties die de auteur zelf maakte - en als debuut eigenaardig en bijzonder.