Op kostschool is het niet eenzaam

Net één grote familie

Eerde, een van de laatste kostscholen, wil een thuis zijn voor kinderen van drukke ouders. Op de agenda: stijldansen.

EEN DAG op International School Eerde, in de buurt van Ommen, begint vroeg. Iets vóór achten verzamelt het docentenkorps zich in een statige kamer van het kasteel dat onderdak biedt aan de school. De vergadering op een dinsdagochtend in november heeft wat weg van de voorbereidingen voor een militaire operatie. Het belangrijkste agendapunt is de strategie om de schooldag - die tot vijf uur ’s middags duurt - soepel te laten verlopen. Ordeverstoring dreigt vanwege een leerling die de zorgvuldig aanlegde tuin in Engelse landschapsstijl gebruikt als parcours voor zijn crossfiets. Dat moet hem verboden worden. Halverwege de vergadering komt het bericht binnen dat een van de meisjes uit jaar vier te laat in de les zal verschijnen. Er zijn al drie pogingen gedaan om haar te wekken, maar ze is nog steeds niet uit bed. Met de woorden ‘ik ga erop af’ verdwijnt een van de docenten in de richting van het boarding house waar de pupillen wonen. Dan is het tijd voor de morning assembly, het tweede ochtendritueel op Eerde. Het team verplaatst zich daarvoor naar de gobelinkamer, een hoge ruimte met ornamentele haard, uitzicht op de velden rondom de school en met achttiende-eeuwse wandkleden aan de muur. De ruim honderd leerlingen stappen binnen. De jongste is elf, de oudste negentien jaar.
Eerde is de laatste vertegenwoordiger van een klassiek instituut: de kostschool. Halverwege de vorige eeuw kende Nederland nog ruim honderd internaten, vooral jongensscholen op katholieke grondslag of specimen van hun Nederlands Hervormde tegenhanger, het schippersinternaat. Bedoeld voor kinderen van ouders met een 'trekkend bestaan’. Tegenwoordig is daarvan nog maar een handjevol over. Onderwijs wordt er niet meer gegeven. Eerde is het enige internaat dat zowel thuis als school is.
De school is met zijn tijd meegegaan. De leerlingen dragen geen uniform. Eerde heeft wel kledingregels - geen heupspijkerbroeken of luidruchtige shirts - maar voldoet op dit punt niet aan het stereotiepe beeld van een kostschool à la Harrow of Sevenoaks. De leerlingen ogen als gemiddelde middelbareschooljongeren: jeans, Ugg-laarzen en bontkragen op de jassen. Het uniform dat past bij de nonchalance waarmee sommigen in hun stoel zakken.
De hoofddocent neemt het dagschema door en benadrukt dat de leerlingen tijdens de lessen in hun lokaal moeten blijven. Er wordt te veel gelopen over de gangen. Een oudere leerling staat op en meldt dat de studentenraad om half één vergadert in de bibliotheek. Het is vijf voor half negen. De lessen kunnen beginnen.
De strakke voorbereiding is er niet voor niets, zo legt coördinator Han van der Zwan uit: 'Op normale scholen zijn de leraren hun leerlingen halverwege de middag kwijt. Wij hebben ze 24 uur per dag onder onze hoede. In feite dragen we de ouderlijke verantwoordelijkheid voor de kinderen hier.’ Wat dat betekent is samengepakt in de veertig pagina’s schoolregels die Van der Zwan overhandigt. Een kleine greep: elke dag douchen en een smoking of galajurk dragen bij formele schooldiners. Andere regels hebben betrekking op het onderwijs. Van zeven tot negen ’s avonds is huiswerktijd. Studenten met leerproblemen kunnen dan extra lessen krijgen. De combinatie van strakke regels, lange schooldagen en intensieve begeleiding levert mooie resultaten. De school heeft al enkele jaren een slagingscijfer van honderd procent.
Behalve op de examenresultaten is Eerde trots op haar internationale allure. Een lesbezoek laat zien wat ze bedoelen. In het natuurkundelokaal wordt Newtons wet van de zwaartekracht onderwezen. De klas bestaat uit vier leerlingen. Ryan heeft een Nederlands en een Singaporees paspoort. Daarnaast zit Francis, een Zimbabwaan. Jeffrey is half Nederlands, half Nigeriaans en Tills accent verraadt een Duitse achtergrond. Maar de vraag waar hij vandaan komt blijkt volstrekt de verkeerde. Till woonde achtereenvolgens in Qatar, Texas en dus nu in Ommen. 'Dus wat bedoel je met “waar kom je vandaan”’? Zijn antwoord is kenmerkend voor de leerlingen op Eerde: een groot deel van hen heeft ouders die in de top van het internationale bedrijfsleven werken. Ze zijn gewend om regelmatig te verhuizen en om zich snel aan een nieuwe omgeving aan te passen.
Tills klasgenoot Jeffrey is het levende bewijs dat de mondaine sfeer en het kleinschalige onderwijs tevreden leerlingen kweken. Hij is een hippe zeventienjarige, met stekels in de gel en met brede zilveren ringen om de vingers. 'Eerde is net een grote familie’, vertelt hij enthousiast. Klachten over het kostschoolbestaan heeft hij niet. Of het moeten de leerlingen zijn 'die zich niet realiseren wat voor kansen ze krijgen’. Jeffrey is een van Eerde’s modelleerlingen. Hij is een aanspreekpunt voor jongere leerlingen, die hem constant aanschieten als hij door de gangen loopt. Tijdens de lunch gaat hij de docententafels langs om te vragen wie er dit jaar voor Sinterklaas wil spelen. Zijn enthousiasme voor Eerde bestaat bij gratie van het er af en toe aan kunnen ontsnappen, zo geeft hij toe. Jeffrey: 'Het probleem met boarden is dat je de hele dag wordt omringd door dezelfde mensen. Je eet, slaapt en werkt samen. Ik heb geluk, mijn familie woont in de buurt.’
Later op de ochtend voert Van der Zwan mij langs de sportvelden en woonvertrekken van de school. Ieder weggeworpen sigarettenpakje - en er zijn er nogal wat - raapt hij op. Al wandelend doceert hij. Eerde is een voormalig jachtslot van het adellijke geslacht van Pallandt. In 1924 schonk de familie het kasteel aan De Ster van het Oosten, een spirituele beweging onder leiding van de Indiase goeroe Jiddu Krishnamurti. In 1933 ging Kasteel Eerde over naar de Quakers, die er een internationale school stichtten voor gevluchte joodse kinderen. Halverwege de oorlog werden ze door de Duitse bezetters afgevoerd naar Auschwitz. Een monument op het schoolterrein herinnert aan wat Van der Zwan 'de zwartste bladzijde in de geschiedenis van Eerde’ noemt.
Om de drie kwartier verandert de doodstille school in een pandemonium. Leerlingen denderen de monumentale houten trap op en af op weg naar een volgende les. Enkelen houden Van der Zwan staande om iets te vragen over huiswerk of om naar het afgelopen weekend te informeren. Van der Zwan, zo is duidelijk, belichaamt de kostschoolmoraal: hij is doordrongen van de geschiedenis van het instituut en wil, zoals hij zelf zegt, 'een vriend voor de leerlingen zijn’. Die hebben ze nodig: 'Als ze hier komen voelen ze zich vaak in eerste instantie in de steek gelaten door hun ouders, maar na een paar weken komt er een omslagpunt. Ze leggen contacten en kunnen al snel op eigen benen staan.’

OP EIGEN BENEN staan. Op Eerde wordt er alles aan gedaan om kinderen dát te leren. 'Onafhankelijkheid’ staat op het lijstje van schooldeugden dat in een van de lokalen aan de muur hangt. Ook krijgen Eerdenaren EHBO-les en onderricht in etiquette. Binnenkort wordt het stijldansen weer ingevoerd. Het heeft al met al iets paradoxaals. De scholieren worden zelfstandig in een omgeving waarin alles tot in de puntjes is geregeld. De zelfstandigheid waar de school op hamert lijkt ook te slaan op het vermogen om op jonge leeftijd het ouderlijk huis te verlaten. Volgens Van der Zwan is een school als Eerde daarom een ideale voorbereiding op het leven na de school: 'Onze leerlingen gaan veel beter van start op de universiteit. Ze hebben al geleerd voor zichzelf te zorgen, terwijl hun medestudenten net onder de vleugels van hun ouders vandaan komen.’
Dat een teveel aan zelfstandigheid problemen oplevert, leerde de school eind jaren negentig. De leerlingen hadden in die tijd eerder een reputatie vanwege hun slemppartijen dan vanwege hun schoolprestaties. Het aantal aanmeldingen kelderde en de school was nagenoeg failliet. De komst van Herman Voogd, de huidige directeur, luidde een nieuw tijdperk in. De school ging over op een internationaal Engelstalig curriculum en verdubbelde de prijzen. Een jaar intern op Eerde kost nu bijna 45.000 euro. Wie alleen lessen volgt betaalt de helft. 'Dat is volledig marktconform’, zo benadrukt Voogd in zijn kantoor, dat geurt naar pijptabak. Zijn derde hervorming was het omarmen van een nieuwe onderwijsfilosofie. Na de wijsheden van Krishnamurti en de Quakers heersen nu die van Reuven Feuerstein op Eerde. Volgens deze 89-jarige Israëlische psycholoog liggen cognitieve vaardigheden niet vast in het brein, maar kan ieder kind een hoge intelligentie ontwikkelen. Onvoldoende schoolprestaties zijn vaak te wijten aan een ongunstige omgeving, volgens de Feuerstein-leer. De filosofie lijkt voor de school gemaakt, zo blijkt uit de pedagogische wijsheden waar Voogd - zelf vader van zeven kinderen - mee strooit. 'Vaak is het zo dat leerlingen op een gewone school niet goed begrepen worden. Daarom worden sommigen ook weggestuurd. Onze taak is ervoor te zorgen dat een kind gelukkig wordt’, legt hij uit. 'Veel kinderen die hier komen zijn ontheemd. Eerde moet eerst een thuis voor ze worden.’

KAN EEN KOSTSCHOOL eigen huis en haard vervangen? Die vraag wordt vaak gesteld bij dit type onderwijs. De antwoorden lopen nogal uiteen, zo bleek uit een geruchtmakende documentaire over het Britse kostschoolwezen die de BBC in de jaren negentig uitzond. In The Making of Them kwam een aantal jonge boarders aan het woord die, hoewel de heimwee van hun gezicht was af te lezen, benadrukten vooral heel dankbaar te zijn dat ze op kostschool zaten. Ze leerden daar alles wat ze nodig hadden om een zelfstandige volwassene te worden. Tussendoor benadrukten schoolmasters dat de kostschoolgemeenschap net één grote familie was.
In de verhalen op Eerde klinkt diezelfde overtuiging door. Van de docent Engels tot de kok, allemaal roemen ze het familiegevoel dat op Eerde heerst. En familie laat je niet zomaar in de steek, zo weet natuurkundeleraar Alex McKenzie. De Schot met lang, zilvergrijs haar, baard en John Lennon-bril geeft inmiddels zeventien jaar natuurkunde. Hij is de pensioenleeftijd ruim voorbij maar weigert afscheid te nemen. Omdat Eerde voelt als familie blijft hij voor de klas staan. Dat een kostschool 'thuis’ moet zijn voor de leerlingen die intern zitten, ligt voor de hand. Dat het ook voor docenten geldt, had ik niet verwacht. Ter illustratie: als om zes uur het avondmaal - biefstuk met friet - wordt geserveerd, schuiven ook docenten aan.
Maar iedereen weet dat een familiekring soms kan knellen. Dat geldt in ieder geval voor Cagla, een zeventienjarige leerling van Turkse komaf. Haar familie, die in Dresden woont, ziet ze alleen in de vakanties. Heimwee heeft ze naar eigen zeggen zelden, maar ineengedoken op de bank in de woonkamer van haar boarding house klaagt ze over de benauwing die haar soms overvalt. Zou ze liever thuis wonen? Dat niet. Eerde biedt haar de garantie van een diploma waarmee ze de wereld in kan. Cagla: 'Ik zit op Eerde voor mijn opleiding. Ze pushen me hier. Dat is goed. Als ik volgend jaar slaag, ga ik eerst een jaar reizen. Daarna wil ik architectuur studeren.’ Om haar leven nu te veraangenamen zou ze graag verlost zijn van het privilegesysteem dat Eerde hanteert. Als prikkel voor goed gedrag beloont de school leerlingen met meer voorrechten. Privilege 3 betekent: je laptop na elf uur ’s avonds in je kamer mogen houden. Privilege 8: een middag vrij. Voor jongere leerlingen vindt ze het een geschikt systeem, maar voor haarzelf, bijna volwassen, is het te kinderachtig.
Ryan, een van haar vrienden, beaamt dat het leven op Eerde soms beknellend kan zijn. Toch is ook hij blij in Ommen te zitten: 'Als ik in Singapore was gebleven, had ik nu in militaire dienst gezeten.’ Over de regels op Eerde is hij kort. Die zijn er volgens hem om het beste in iedereen naar boven te halen. Hij heeft het kostschoolethos duidelijk geïnternaliseerd. Ryan is een zogeheten week boarder. In de weekenden gaat hij op bezoek bij zijn familie in Zaandam. Hij heeft ook wel eens een doordeweekse poging gedaan om aan het kostschoolritme te ontsnappen, maar dat kwam hem duur te staan. Enige tijd geleden is hij ’s nachts stiekem naar buiten geslopen om de nacht te slijten in de cafés en de enige discotheek in Ommen. Hij werd betrapt toen hij graffiti aan het spuiten was. Van der Zwan bedacht een passende maatregel: hij moest zijn tags zelf verwijderen. 'Bovendien raakte ik al mijn privileges kwijt’, roept Ryan. Straffer en gestrafte kunnen er nu om lachen.
De dag eindigt in de gobelinkamer, waar Van der Zwan een korte kunsthistorische les geeft. De wandkleden verbeelden taferelen uit de Griekse mythologie: Dionysos aan de wijn en Eros en Artemis op liefdespad. 'Het zijn natuurlijk weinig passende voorstellingen voor een school. Maar gelukkig weten veel leerlingen niet wat de kleden voorstellen’, grapt hij. Hoe gaat de school om met de behoefte van jongeren om te experimenteren met seks, drugs en alcohol? De school treedt op in loco parentis en moet dus een duidelijke moraal hebben op dit gebied. Die blijkt een stuk strikter dan gemiddeld. Leerlingen ouder dan zestien mogen op vrijdagavond uitgaan in Ommen. Maar om twaalf uur worden ze met een busje opgehaald. Een blaastest moet uitwijzen of ze niet méér dan de toegestane twee glazen alcohol hebben gedronken. Drugsgebruik is uit den boze.
De school kan haar eigen gezag gelukkig goed relativeren. Officieel geldt de regel: bij bezoek op de kamer moet de deur open blijven. 'Maar in de praktijk zal dat niet altijd gebeuren’, zegt Van der Zwan. Een ander bewijs van een moderne moraal: een paar jaar geleden kwam er een einde aan de gescheiden jongens- en meisjeshuizen. Nu zijn de woonvertrekken ingedeeld naar leeftijd: één huis voor de scholieren tot zestien jaar, één voor de oudere leerlingen. Ook het zoenende stelletje dat in elke pauze een nis in de hal inneemt en de woorden 'Eerde sucks’ die in een van de zolderbalken zijn gekrast, laten zien dat ondanks strakke discipline een beetje tienergedrag Eerdenaren niet vreemd is.
Maar het is duidelijk dat buiten de puberstreken een vergelijking met een normale middelbare school snel ophoudt. Kinderen op Eerde kunnen zelfs hun hele schoolloopbaan binnen de muren van het kasteel doorbrengen. Op de bovenste verdieping huist de primary, een basisschooltje van drie klassen waar kinderen vanaf de leeftijd van vier in het Engels leren spellen en rekenen. Officieel kunnen kinderen vanaf zeven jaar op de school gaan wonen, maar liever ziet Eerde ze pas vanaf een jaar of twaalf boarden. Vóór die leeftijd brengen sommigen al wel af en toe een paar weken intern door, als papa en mama op vakantie gaan of verplichtingen in het buitenland hebben. Als ouders eenmaal de keuze hebben gemaakt hun kroost gedurende het hele jaar aan school af te staan, hoeven ze zich niet gewetensbezwaard te voelen. 'De meeste kinderen willen direct blijven na een bezoek aan de school. Ze hebben niet het idee dat ze worden ontrukt aan een vertrouwde omgeving, maar ontdekken de waarde van nieuwe vriendschappen in een welcoming environment’, zo valt in de schoolbrochure te lezen.

DAT NIEUWE vriendschappen een bittere noodzaak zijn om op kostschool te overleven weet Julia. Ze is vijftien, afkomstig uit Rusland en ze is net gearriveerd op de school. Ze kent nog niemand. Haar stiefouders werken als malaria-artsen in Rwanda. De boarding school in Tanzania waar ze naartoe ging, beviel niet. Julia’s schoolprestaties bleven achter. Via een vriendin kwam ze op Eerde terecht. Terwijl ze over het schoolterrein loopt knopen Chandra en Ryan een gesprek met haar aan. Ze stellen direct de juiste vraag om het ijs te breken: 'Waar woonde je voordat je op Eerde kwam?’ Het doet denken aan een sleutelscène uit The Making of Them waarin een nieuwe leerling, een kind gekleed in een geruit jasje met das, op de school arriveert. Zijn moeder kust hem gedag in de hal. Zijn vader schudt hem de hand. Eén moment kijkt de nieuweling hulpeloos om zich heen. Dan slaat een onbekende medeleerling een arm om zijn schouder en neemt hem mee, op weg naar zijn nieuwe familiekring. Ook op Eerde vervult de surrogaatfamilie haar taak.