Net mensen

Ja, wat wil zij eigenlijk? Wat willen Caroline Tensen en Jacobien Geel? Kennelijk iets heel anders dan Hennie Huisman en Michaël Zeeman, van wie wij, al even kennelijk, weten wat zij willen. Maar wát wil ze dan? Wat willen Sabine en Karin anders dan Bart en Ruud? Mevrouw Milosevic anders dan meneer? Fanny Koen anders dan Jan Blankers? Is de vraag wel correct?
Toch een poging. Ik ben (zonder dat dat ooit letterlijk werd uitgesproken) opgevoed met de idee dat vrouwen betere mensen zijn dan mannen. Minder grof, moreel hogerstaand, porselein in plaats van aardewerk. Eigenlijk kwam uit vrouwen geen poep.
Dat is minder uitzonderlijk dan het lijkt. De verontwaardiging over Elena Ceaucescu en - andere prijsklasse - Margaret Thatcher berust op gronden van politiek fatsoen maar minstens zozeer (alsof we Lady Macbeth niet kenden) op de gedachte dat vrouwen zó niet zijn. Zoals zij in oorlogstijd ook ‘onschuldig’ heten. (Ooit werd Constant Kusters van wijlen CP'86 in KRO’s Katharsis om commentaar gevraagd op beelden van Turkse doden na een racistische aanslag in Duitsland. Hij keurde af: het betrof ‘onschuldige’ vrouwen en kinderen.)
In diezelfde opvoeding was geen plaats voor het onderwerp ‘seks’, maar in het vage schimmenrijk dat zich daaromtrent in de kindergeest vormde kwam één boodschap telepathisch toch door: ‘het verschrikkelijke’ werd begeerd door mannen - vrouwen stonden er mijlen boven. Was dat laatste niet zo (zoals in het geval van een klasgenote in gymnasium-2 die een pikant mopje fluisterde), dan waren ze buitengewoon verwerpelijk. En mede daardoor opwindend, in tegenstelling tot de reine engel die op afstand verliefdheid opwekte. Dus luidde, begrijp ik nu, het antwoord op onze vraag: zij wilden, op schandalige uitzonderingen na, niet denken aan dat ene waaraan mannen altijd zouden denken.
Het bleek ingewikkelder. Verwarrend veel nette meisjes bleken er toch aan te denken, erger, eraan te doen. Maar, leerde het feminisme, daarmee trapten ze in een val. Die van patriarchaat of heterodictatuur. Dus mochten ze er wel aan denken en doen (Meulenbelt) maar dan met elkaar; of, als ze gevangen bleven in geïndoctrineerde verlangens dan toch (Alice Schwarzer) zonder ‘het vreselijke’ van de penetratie. Aai en knuffel, dat was wat zij eigenlijk wilde. Ontelbare vrouwen zeiden het hen na; de braveriken onder de mannen aaiden zich suf.
Dit is geen pleidooi voor ‘erop en erover’, maar nog bleek het behelpen. En bleek verdeeldheid in het vrouwengelid: de brutalen repten spottend van ‘vanilleseks’, daarmee menige seksegenote en stugge aaier in verwarring brengend. Het hield niet op. Zozeer dat het axioma van vrouwenhatende kerkvaders (‘juist zíj kunnen maar aan één ding denken’) een kern van waarheid leek te bevatten. Wanneer het jongedamesblad Viva eens niet ‘sex met je ex’ of ‘ik heb twee minnaars’ in koeienletters op de omslag had, zakte de losse verkoop dramatisch.
Menig pretentieuzer vrouwenblad vaart inmiddels dezelfde koers. Zaterdag zag ik De toekomst van de man, gebracht door de vreselijke Karel van de Graaf. Nergens dienen wij sukkels meer toe, begreep ik van een ‘girl’. Behalve dan… jawel. Alleen, vooraf dient gedineerd, daarbij hoort conversatie en daarin wint elke vriendin het van de domme drager van het gewenste orgaan. Kortom, ‘das Weib’ wil eerst eten. Maar dan nog is zij vaak niet gelukkig. Soms lijken vrouwen wel mensen.