Het zonnige zomerlezen

Net niet de beste

Niets fijner dan een boek waar je vrolijk van wordt. Niets zeldzamer ook. De Groene-medewerkers dolven naar goud. Dertien tips voor het betere optimistische lezen.

Mijn ouders gaven me voor mijn verjaardag een zwemabonnement cadeau. Geen tienrittenkaart voor het nabijgelegen en altijd drukke sportfondsenbad, maar een punch card voor het zwembad-met-een-concept aan de andere kant van de stad: twee banen breed en vijftig meter lang, tijdslot te boeken via een app, nooit meer dan acht mensen in een baan. Sinds ik daar ongestoord mijn meters maak, ga ik toch aanmerkelijk luchthartiger door het leven.

In haar wonderschone memoir Swimming Studies (2012) verwoordt de Canadese oud-zwemster Leanne Shapton helder de lichamelijke en geestelijke effecten van zwemmen: ‘Het lichaam, ondergedompeld, voelt vergroot, zwaarder en lichter tegelijkertijd. Gewichtloos en toch sterker.’ Terwijl de tegeltjes op de bodem aan haar voorbijtrekken, verwerkt ze meditatief de levendige herinneringen die elkaar willekeurig afwisselen: ‘Mijn reacties op die gedachtes bubbelen langs mijn lippen het water in, verbeteringen op de geschiedenis – wat ik had moeten zeggen, had willen kunnen zeggen.’

Shapton was buitengewoon goed en schopte het bijna tot de Olympische Spelen. Meer dan een terugblik op het leven als topsporter is Swimming Studies dan ook een reflectie op de vraag wat het betekent om na jarenlange offers net níet de beste te zijn. Hoe incorporeer je een oude identiteit, opgehangen aan een talent waaraan weinig eer meer valt te behalen, in een nieuw zelfbeeld?

In dat licht valt Swimming Studies te lezen als een pleidooi voor toewijding – in sport, kunst, liefde. Als Shapton begint met een tekenopleiding – sommige hoofdstukjes bestaan uit aquarellen van haar hand – merkt ze wat eindeloze zwemsessies haar over weerstand hebben geleerd: ‘Telkens wanneer ik aan een groot project begin, en als zwemmer een training overweeg, verschijnt er voor mijn geestesoog een grijze, sisyfusachtige berg die ik moet negeren om met klimmen te kunnen beginnen.’ Waar het voor de kunst noodzakelijk is vasthoudend te blijven werken, merkt ze dat ze in haar huwelijk haar heerszucht beter los kan laten: ‘Het is mijn kleine, open watervlakte, en als ik voorzichtig ben, zou het me kunnen dragen.’

Een bemoedigende gedachte die ik aan Swimming Studies ontleende: hoe goed of slecht iets gaat, er is altijd de oefening om op terug te vallen – een gecontroleerde ademhaling, een ritmische slag.