Net zo Russisch als het Kremlin

De Krimoorlog en Tolstoj zijn uitdrukking van het Russische verlangen om een eigen plan te trekken.

Orlando Figes, De Krimoorlog of de vernedering van Rusland, € 29,95

Orlando Figes, Crimea: The Last Crusade, € 44,55

Rosamund Bartlett, Tolstoy: A Russian Life, € 35,75

Op school leer je dat ‘de Russische Revolutie’ in 1917 plaatsvond. De machtsovername door de bolsjewieken is nog altijd wereldberoemd. Maar '1917’ zegt weinig over hoe Rusland er nu voor staat. Waarom mensen die ooit in de socialistische heilstaat leefden nu toezien hoe een roofzuchtig regime het land plundert. Het is zinniger om te stellen dat er in Rusland een revolutie plaatsvond van 1812 tot 1934. Die revolutie begon in 1812, toen het Russische leger Napoleon na zijn smadelijke vertrek uit Moskou achtervolgde tot in Parijs. En eindigde in 1934, toen Josef Stalin de moord op medebolsjewiek Sergei Kirov aangreep om door staatsterreur de bureaucratische dictatuur van de afgelopen eeuwen te herstellen.
In de tussenliggende eeuw zochten Russische heersers en hun tegenstanders naar eigen antwoorden op de Europese moderniteit; op de Verlichting en het afscheid van religie en door God gezonden koningen; op de industrialisering en de emancipatie van boeren, arbeiders en vrouwen. De Russische officieren die in 1815 terugkeerden uit Parijs brachten handenvol nieuwe, liberale ideeën mee uit Europa. En al die opvattingen, over vrijheid van meningsuiting en vrijheid van bestuur, bloeiden in de decennia daarna op - tegen de hevige censuur in. Want als de toenmalige Russische tsaar Nicolaas I iets was, dan een oerconservatief die Rusland en liefst ook de rest van Europa juist wilde redden van liberalisme. 'De politieman van Europa’ trad hard op tegen elke poging tot vernieuwing - of die nu kwam van een onschuldige dichter als Poesjkin, jonge adellijke officieren ('dekabristen’) die in 1825 in opstand kwamen, of van het Poolse volk.
Met als belangrijkste effect dat zijn critici zich even extreem opstelden. Zo autoritair als Nicolaas I en zijn opvolgers waren, zo anarchistisch waren hun tegenstanders. Rusland kon kiezen tussen de door God gegeven autocratie of de anarchie van Bakoenin of Herzen, in wier visioenen iedere boer zonder zich ooit nog wat van een overheid aan te trekken zijn akkertje zou ploegen. Een vertegenwoordigende democratie invoeren leek nagenoeg iedereen in Rusland belachelijk. Het was dan ook eerder een culturele dan een politieke revolutie die tussen 1812 en 1934 plaatsvond. Het ging om het zelfbewustzijn van verschillende elites, die wisten dat Rusland Europa niet was en Azië niet wílde zijn. De opkomst en ondergang van de Sovjet-Unie is in dat perspectief belangrijk maar niet doorslaggevend.
Cruciaal is de radicaliteit, waarmee de tsaren vasthielden aan hun door God gegeven positie, waarmee hun prominente critici alle bestaande structuren wilden vernietigen. Die radicaliteit staat ver af van het Europese debat tussen conservatieven, liberalen en linksen. Daar kreeg, na elke grote of kleine volksopstand, de gestaag uitdijende burgerij, of zoals dat tegenwoordig heet 'de middenklasse’, telkens wat meer te zeggen. Maar het uitblijven van succesvolle revoluties van de uitgebuite werkers; de compromissen die halfzachte opstandelingen sloten met monarchen en kapitalisten; de koningen die 'in één nacht veranderden van conservatief in liberaal’ (onze eigen Willem II, nota bene getrouwd met een zus van Nicolaas I) - dat alles wekte in Rusland lachlust bij de hervormers en groot verdriet bij de tsaar.
Beide zijden van die Russische radicaliteit zijn recent knap beschreven. In Crimea: The Last Crusade geeft de beroemde historicus Orlando Figes de Krimoorlog (1853-1855) een nieuwe interpretatie. De Krimoorlog staat vooral te boek als een onnodige oorlog. Figes zet dat beeld recht. Het was de eerste moderne godsdienstoorlog. De schrijver maakt het zeer actuele punt op een meeslepende manier. De westerse kranten stookten ook toen al het publiek op tegen de malafide religie van de vijand. Die waanzin had een serieuze tegenhanger in de onnozele zelfverzekerdheid waarmee tsaar Nicolaas I besloot om het heilige Rusland uit te breiden met het Ottomaanse rijk, namens niemand minder dan God.
En in Tolstoy: A Russian Life beschrijft de Britse slaviste Rosamund Bartlett het hevige leven van graaf Lev Nikolajevitsj Tolstoj, die honderd jaar geleden overleed. Tolstoj, prominent als romancier, verwierf in de tweede helft van zijn leven internationaal aanzien als profeet, asceet, anarchist en kolossale tegenstander van het tsarenregime. Er zijn al veel biografieën van Tolstoj, en bijvoorbeeld die van Henry Troyat is levendiger geschreven, met meer oog voor de contradicties in het leven van de schrijver, maar Bartlett kruipt liefdevol dicht op de huid van Tolstojs familieleven, en laat bovendien zien wat zijn plaats is in het huidige Rusland.
De Krimoorlog en Tolstoj zijn fundamenten van een Russisch wereldbeeld waarin begrippen als middenklasse, middenveld en middelmaat moeilijk een plaats vinden. En waarin radicaliteit, lijdzaamheid en uitzonderlijkheid terugkerende antwoorden zijn. Ze zijn uitdrukking van een verlangen van het allergrootste land ter wereld om niet het Westen als voorbeeld voor hun maatschappij te hoeven nemen en ook zeker niet het Oosten, maar om een eigen plan te trekken. Wat de prijs ook moge zijn.
De oorzaken van de Krimoorlog zijn curieus. Jeruzalem was in de negentiende eeuw onderdeel van het Ottomaanse rijk. Door de groeiende reismogelijkheden (trein, stoomboot) was het een populair bedevaartsoord geworden, maar met twee soorten gelovigen. De katholieken en protestanten kwamen om een reisboek te schrijven of om wat geschiedenis op te snuiven. Ze keken met opgetrokken wenkbrauwen naar de orthodoxen die, zo laat Figes waarnemers uit die tijd vertellen, met grote passie duwden, trokken, hun kleren afwierpen en anderen dooddrukten om maar dichter bij de tombe van Christus te komen.
Rond 1850 kwamen jaarlijks soms vijftienduizend pelgrims vanuit Rusland naar het heilige land, vaak te voet. Maar het bestuur van sultan Abdulmedic was zwak en het toezicht op alle heilige plekken in en rond Jeruzalem beperkt. Daardoor was het regelmatig moord en doodslag onder de pelgrims. Met name op hoogtijdagen betuigden katholieken, protestanten en orthodoxen hun liefde voor Christus door elkaar flink in het rond te meppen.
Tsaar Nicolaas vond het zijn plicht om zijn onderdanen te beschermen. Orthodoxie - en niet etniciteit - was wat hem betrof het hart van zijn rijk. Hij streed tegen moslims in het zuiden van Rusland (op de Krim, op de Kaukasus), tegen nationalisme van de katholieke Polen, tegen het rationalisme van Franse filosofen. Palestina was voor orthodoxen deel van het 'heilige Russische rijk’, een spiritueel land van diep in Siberië tot aan de Middellandse Zee. Voor Nicolaas was het daarom tijd om het Ottomaanse rijk ('de zieke man van Europa’) te verdelen met de andere grootmachten. Hij knaagde daarom in 1853 vast wat van het huidige Roemenië af. Dat werkte de Fransen en Engelsen op de zenuwen. Wanneer Rusland Constantinopel bemachtigde zou het de Zwarte Zee beheersen. Het land was in de voorgaande decennia al flink gegroeid. Nog meer concurrentie zag men in Parijs en London niet zitten. De Engelse en Franse kranten gingen energiek te werk om regering en publieke opinie ervan te overtuigen dat de Rus gestopt moest, met zijn achterlijke religie als aanleiding. Figes weet dat de lezer de recente mediaoffensieven tegen Irak, Afghanistan en moslims in het algemeen in het achterhoofd heeft. Uitgebreid citeren is genoeg voor het sombere feest der herkenning.
'Als uw zoon ooit ontevreden is over Frankrijk’, heette het in een populair Frans pamflet, 'stuur hem naar Rusland. Wie dat land gezien heeft is blij ergens anders te wonen.’ 'Laten we de toegang tot de havens van Petersburg afsluiten’, zo schreef de hoofdredacteur van de Manchester Times, 'wat is de keizer van Rusland dan nog? Een Kalmuk omringd door wat barbaarse stammen, een wilde die niet meer invloed heeft dan de keizer van China.’
Tot Ruslands verbijstering besloten de Engelse protestanten en de Franse katholieken in 1854 om met moslims op te trekken tegen medechristenen. Zo werd het voor Nicolaas waarlijk een heilige oorlog - de autocraat van het heilige Russische rijk tegen de ongelovige Turken, Engelsen en Fransen.
Na wat onhandige schermutselingen op de Balkan besloten Engeland en Frankrijk de Russische vloot op de Krim te vernietigen. Dat zou alleen lukken na grote stupiditeiten, vooral van Engelse kant. De adellijke Engelse legertop was gevrijwaard van verstand. In de Krimoorlog vochten zo'n tachtigduizend Britse soldaten van wie een kwart stierf, maar nog geen vierduizend door gevechtshandelingen. Voedsel, medicijnen en tenten kwamen steevast te laat. Het zou de opkomst van de middenklasse in West-Europa aanjagen, zo laat Figes zien. Want het falen van de aristocratie werd voor het eerst van dag tot dag aan de kaak gesteld door journalisten als William Russell van The Times. En daardoor maakten vrijwilligers als Florence Nightingale hun opwachting aan het front, om met typisch burgerlijke idealen als eigen initiatief, zelfopoffering, zelfverbetering, maar ook reinheid, schone lakens en propere slaapzalen de soldaten te helpen. Uiteindelijk waren de gewone soldaten, de journalisten en de vrijwilligers de westerse helden van deze eerste moderne oorlog.
Maar het Russische leger was nog slechter georganiseerd dan het Engelse. Het leed dan ook een verpletterende nederlaag. Dit vergrootte de afstand tot Europa verder. Het overnemen van 'westerse’ zaken als stemrecht en vrije pers werd nog onwaarschijnlijker. Wat restte was een land aangeslagen door de onmacht van zijn enorme leger, met een ongeletterde, horige bevolking en een overwegend apathische elite. De schaarse hervormingen die de opvolger van Nicolaas doorvoerde hadden weinig effect.
Helden had het land wel opgedaan in de Krimoorlog. Zoals de jonge graaf Lev Tolstoj, die als 27-jarige doorbrak met zijn Schetsen uit Sebastopol waarin hij verslag deed van de belegering en val van de havenstad. Maar de schrijvende grootgrondbezitter was geen middenklassefiguur als Florence Nightingale. Tolstojs grootmoeder had een blinde lijfeigene om haar verhalen te vertellen tot ze insliep. Zijn vader kreeg op zijn zestiende een meisje in bezit, 'voor zijn gezondheid’. Ook de jonge Tolstoj zelf deed vooral aan paardrijden, gokken en meisjes. Het heet bij Bartlett dat hij ze 'verleidde’. Maar Lev Nikolajevitsj stond niet met een roos voor de deur wanneer de lust hem beving.
Tolstoj is net zo Russisch als het Kremlin, schrijft Bartlett. Eerst in zijn dionysische uitspattingen, later in zijn christelijk ascetisme. Eerst in zijn meeslepende romans, het epische Oorlog en vrede en de psychologische studie Anna Karenina, daarna in stichtelijke maar daarom niet minder aangrijpende fabels als Hoeveel land heeft een mens nodig? en De dood van Ivan Iljitsj. Ettelijke keren in zijn leven gooide de schrijver het roer volledig om, van aristocraat naar soldaat, van soldaat naar romancier, van romancier naar boer, van boer naar profeet tegen wil en dank. Elke keer stapelde de nieuwe identiteit zich op de vorige, zodat Tolstoj aan het eind van zijn leven de verzinnebeelding was van het totale Russische leven.
Al in Sebastopol bouwde Tolstoj grote weerzin op tegen het Russische bestuur, dat afdwong dat officieren zich verrijkten en dienstplichtige soldaten als slachtafval behandeld werden. Maar hij nam zich tijdens de Krimoorlog en passant ook voor een eigen religie te beginnen. In de loop der jaren groeide het engagement van Tolstoj met de gewone Rus exponentieel. Toch beperkte hij zich eerst tot het schrijven van romans. Hij werd al snel erkend als de grootste onder de grote Russische schrijvers van de negentiende eeuw.
Alleen… Tolstoj vond schrijvers slappelingen. Zijn geldingsdrang paste nog niet door tien vulpennetjes. Het sociale onrecht bood Tolstojs monumentale ego veel diepere grond om in te ploegen. De armoede onder de boeren, de hongersnoden, de kerk die de bevolking dom hield, de tsaristische censuur - het wekte een grotere energie in hem dan het schrijven van de duizenden pagina’s literatuur al had gedaan. Tolstoj liet het reguliere christendom en het reguliere onderwijssysteem achter zich. Hij kwam met eigen leerboeken voor de boerenjeugd en met eigen bijbelvertalingen. En met voorschriften hoe fatsoenlijk te leven - vegetarisch, zo eenvoudig mogelijk, zonder het gezag van priester of politicus en het liefst ook zonder wellust.
Zijn latere werk was één compromisloze aanval op de heersende orde. Al die boeken en pamfletten werden verboden in Rusland. Maar teksten als Wat ik geloof (1884) en Wat moet gebeuren (1886) circuleerden snel als illegale kopieën in grote oplage. En naarmate Tolstoj meer ruzie kreeg met het hof en met de orthodoxe kerk nam het aantal volgelingen toe. Zijn werk raakte bekend over de hele wereld. Tolstojs ontembare passie, zijn positie als aristocraat en zijn gigantische schrijftalent maakten hem tot een rotsblok op de weg van tsaristisch Rusland naar de twintigste eeuw. 'Tolstoj is de spiegel van de Russische revolutie’, schreef Lenin dan ook in 1908, verheugd over diens hulp om het socialisme, verzonnen voor een industriële samenleving, aan te passen aan het boerenland dat Rusland was. Maar Tolstojs critici maakten zich vrolijk over zijn antimodernisme; over zijn opvattingen over de rol van de vrouw; over zijn afkeer van wetenschap en van industriële vooruitgang. Hij meende toch niet serieus dat iedereen gelukkig wordt van drie uur per dag hooien op het land, of dat seks waar geen kind van komt prostitutie is? Ze wijzen op de dagboeken van zijn vrouw Sonja - permanent zwanger tussen haar achttiende en vijftigste - die hem regelmatig afschildert als een egoïstische en inconsequente tiran. De film Last Station (2009) met Helen Mirren is daar de weerslag van.
Mooi schrijven maar niet denken, is een onterecht verwijt volgens de Lets-Engelse filosoof Isaiah Berlin. Tolstoj had inderdaad de pest aan intellectuelen, professoren, experts. Omdat zij niet zien dat alle instituties en alle theorieën de mens afhouden van de waarheid die noodzakelijk simpel is, onveranderlijk, pretentieloos. En dat alleen zélf doen, zélf leren de mens dichter brengt bij wat niet-triviaal is, bij wat goed is en wat slecht. De kozak op zijn paard, de boer op zijn land, die weet wat de waarheid is. Zelfs de gokverslaafde soldaat weet meer van de waarheid dan de geleerde die achter zijn bureau zoekt naar verklaringen. Want er zijn geen wetten die de mensheid regeren. 'De geschiedenis is als een dove die antwoord geeft op niet gestelde vragen’, stelde Tolstoj als student, en later schreef hij een hele roman rond deze stelling, Oorlog en vrede.
Tolstoj hamert zo rationalistisch op het belang van eigen inzichten, eigen ervaringen, dat hij niet als een wereldvreemde kunstenaar weggezet kan worden. Hij wil elk gezag uit het leven van gewone mensen vernietigen en weet tegelijkertijd dat zijn streven problematisch is. Je kunt niet zelf 'het goede’ beheersen en dan wachten tot anderen het ook spontaan zien. Uiteindelijk moet je onderwijzen. Maar hij blijft zoeken, offert als een echt kind van de Verlichting aan de zoektocht naar zijn idee van waarheid alles op - collega’s, vrienden, familie.
En zo komt hij uit waar ook de andere Russische radicalen eindigden: tussen het volk. Al het werk van Tolstoj, zowel de literatuur als zijn religieuze traktaten, draait om de adel die hij goed kende en om de boeren die hij bewonderde. Voor de heel beperkte Russische middenklasse had hij geen verbeeldingskracht over, hooguit wat minachting. Mensen die meenden dat je het leven kon organiseren, kon plannen, waren net als andere overheersers bezig met knechten, alleen dan niet door de wet of de kerk, maar door nutteloze kennis.
De tragiek van die schaarse Russische middenklasse zit diep in het werk van de burgermanszoon en dokter Anton Tsjechov. Zijn hoofdpersonen dromen van bescheiden vooruitgang. Ze proberen niet de ene mythe, de door God gezonden tsaar, in te ruilen voor de andere mythe, de arbeiders- en boerenhemel op aarde. Ze trachten zelf iets van hun bestaan te maken; of dat lukt is een tweede. Tsjechovs drie zusters uit het gelijknamige toneelstuk willen weg uit de provincie, naar Moskou om daar deel te nemen aan het echte leven. Maar, zo haalt Figes in een ander boek de vroege sovjetschrijver Osip Mandelstam aan, 'als die drie zusjes na het eerste bedrijf een ticket naar Moskou hadden gekregen, had dat een hoop gezeur gescheeld’. Het gebrek aan verdraagzaamheid voor het niet-dramatische dat uit die reactie spreekt is het doodvonnis voor iedere middenklasse.
Pas na 1945 herstelde Rusland zich weer van de tegenslag dat het Westen samen met de moslims tegen de Russen had gevochten. Het keek weer met zelfvertrouwen naar de buitenwereld. Maar de oogst van de lange Russische revolutie was ook de verduurzaming van een dubbelzinnige houding ten opzichte van overleg en compromis. De opeenvolgende bureaucratieën, van Stalin, Chroesjtsjov, Poetin, onderscheidden zich in gradaties van geweld en corruptie. Niet in geslotenheid. Doordat kritiek nog altijd onverdraaglijk is, is onderhandeling uitgesloten. En dat is juist wat de middenklasse doet: niet als koning alles nemen, niet als bezitloze boer alles geven, maar geven én nemen, onderhandelen, werk verdelen.
Of de heersende macht een door God, Lenin of de stembus aangewezen tsaar is, oppositie blijft gevaarlijk. En ingewikkeld: er zijn geen relevante voorbeelden, er is geen aanleiding te denken dat iemand anders het beter zou doen. Mensen als de schaker Gari Kasparov of de ondernemer Michael Chodorkovski hebben in het Westen aanzien als verlichte democraten, Russen zien hen eerder als deel van de boven hen gestelde charlatans.
Vandaar dat de honderdste sterfdag van Tolstoj, misschien wel de grootste schrijver ooit, wiens overlijden tot demonstraties en stakingen over de hele wereld leidde, eind vorig jaar niet officieel herdacht werd in Rusland. Hij was zo radicaal in zijn kritiek op de Russische samenleving dat hij bij leven geëxcommuniceerd werd door de orthodoxe kerk en honderd jaar later nog altijd aanstootgevend is voor bestuurders. Vladimir Poetin stuurt geen bloemetje aan een pacifistische vegetariër. Wel liet hij onlangs het portret van Nicolaas I ophangen in de antichambre van zijn presidentieel kantoor. Omdat die tsaar het in de Krimoorlog tegen de wereld opnam en een 'morele overwinning’ boekte in een rechtvaardige strijd.

ROSAMUND BARTLETT
TOLSTOY: A RUSSIAN LIFE
Profile, 545 blz., € 30,99

ORLANDO FIGES
CRIMEA: THE LAST CRUSADE
Allen Lane, 575 blz., € 35,99