Profiel Barney Frank, ’s werelds invloedrijkste homo

Netheid is niet alles

Barney Frank kan in Amerika de wetgeving beïnvloeden, sturen, zelf schrijven of torpederen die cruciaal is in de huidige financiële crisis. En de sfeer bepalen. Hij herarrangeert nu de dekstoelen op de Titanic van de financiële wereld.

OP TIEN STOND HIJ, in de tophonderd van invloedrijke personen van The Financial Times: Barney Frank, voorzitter van de Commissie voor Financiële Diensten van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Barney who? U zult hem niet kennen, maar inderdaad, deze morsige, te zware, openlijk homoseksuele politicus, een scherp debater en amusant causeur, progressieve verdediger van de vrije markt, is misschien wel de machtigste politicus in het Congres. Zijn commissie maakt de wetgeving rondom de financiële crisis en Frank zet de toon en de letter van die wetten. Dat Barney Frank ook de leukste politicus is, is mooi meegenomen.
Volgens de Washingtonian, het dorpsblad van de Amerikaanse hoofdstad, was Frank vorig jaar de meest amusante man op Capitol Hill en trouwens ook de beste spreker. Geen nieuws voor mensen die zich zijn bijtende aanvallen herinneren nadat de Republikeinen in 1995 de meerderheid hadden veroverd. Toen zwierf Frank rond op de vloer van het Huis, altijd klaar om de Republikeinse hypocrisie aan te vallen of een waaghalzerige nieuwkomer op zijn plaats te zetten. Vier jaar later was Frank de meest gepassioneerde verdediger van president Clinton tijdens diens impeachment-proces. De aan Harvard opgeleide politicus werd omschreven als ‘een van de intellectuele en politieke leiders van de Democratische Partij, een politieke theoreticus en pitbull tegelijkertijd’.
Een ander bewijs van Franks status is de biografie die later dit jaar uitkomt onder de waarschijnlijk intrigerend geachte titel Barney Frank: The Story of America’s Only Left-handed, Gay, Jewish Congressman. Joods en links is Frank zeker maar de kwalificatie ‘homo’ is in Amerika toch de meest opmerkelijke. Misschien wel in de wereld. Voorzover bekend zijn de andere leden van de FT-toptien niet gay – zodat Frank nu kan zeggen dat hij de meest invloedrijke homo van de wereld is. In 1987 was hij de eerste Amerikaanse politicus die uit de kast kwam. Hij geldt als voorvechter van homorechten, en simpelweg door zijn aanwezigheid in het centrum van de macht heeft hij de christelijke moraalridders een blauw oog bezorgd.

DE 68-JARIGE BARNEY Frank zit al sinds 1981 in het Huis van Afgevaardigden, namens het Vierde Congres District van Massachusetts. In Brookline en Newton, voorsteden van Boston waar veel joodse kiezers wonen, houden ze van progressieve politici. Opmerkelijk genoeg valt binnen zijn kiesdistrict ook Boston College, een tamelijk conservatieve door jezuïeten gerunde universiteit met Ierse wortels. Ooit grapte Frank dat hij zijn zetel dankt aan pauselijke onfeilbaarheid: zijn kans kwam in 1980 toen Father Robert Frinan moest terugtreden omdat Rome het priesters verbood nog langer politieke ambten te vervullen. Frank heeft een reputatie van uyliaanse morsigheid. Zijn hele leven al voert hij een strijd tegen overgewicht, meestal aan de verliezende kant. Zoals een verslaggever het vorig jaar formuleerde toen Frank opdook bij een voorlezing van Moby Dick: ‘Barney Frank verscheen in de kleren waarin hij de hele week leek te hebben geslapen.’ In de jaren zeventig voerde Frank campagne voor het staatscongres van Massachusetts onder het motto: ‘Neatness isn’t everything’. Hij won.
Tijdens zijn eerste termijnen, tijdens de regering-Reagan, stortte Frank zich op woningen voor armen, toen al geen spectaculair onderwerp. Hij zette zich in voor het behoud van overheidsprogramma’s, tegen de Republikeinen die ze het liefst wilden afschaffen. De ironie is dat Frank via Fanny Mae en Freddy Mac, de overheidsbankiers voor arme hypotheeknemers, een nogal directe verantwoordelijkheid heeft voor de hypothekencrisis. In 2001 stelde hij voor om een overheids-trustfund in te stellen voor het bouwen en renoveren van huizen voor lage inkomens. Het plan werd niet aangenomen, maar Frank kreeg het er later toch door in de vorm van een fonds dat geld kreeg uit de jaarlijkse inkomsten van Fannie Mae en Freddy Mac.
Uiteraard kreeg Frank lastige vragen toen Fannie Mae en Freddy Mac in 2008 gered moesten worden door de overheid, onder meer van Republikeinse leden van zijn eigen Committee on Financial Services. Frank merkte terecht op dat toen er voorstellen lagen voor striktere regulering de Republikeinen de meerderheid hadden en die dus gewoon hadden kunnen aannemen. ‘Ik erken dat tijdens de twaalf jaar van Republikeinse meerderheid ik niet in staat was hen te stoppen bij het impeachen van president Clinton’, zei Frank. ‘Ik was niet in staat hen tegen te houden toen ze zich bemoeiden met de zaken van de echtgenoot van Terri Schiavo (het stopzetten van de behandeling van een hersendode vrouw in Florida – fv). Ik kon hun onverantwoorde belastingverlagingen niet tegenhouden, noch de oorlog in Irak of de Patriot Act die geen burgerlijke vrijheden bevatte.’ Het is een typerend staaltje van Franks retoriek. Hard, scherp en doeltreffend.
Een paar weken eerder had hij een schelduitwisseling gehad met de grofgebekte opinievormer Bill O’Reilly van Fox News, een soort Wilders in overdrive. Op de beschuldiging van lafheid en schuld afschuiven reageerde Frank met een verwijt aan O’Reilly van ‘stupiditeit’ en ‘geschreeuw’. De samenvatting op YouTube is meer dan een miljoen maal bekeken.
Ter verdediging stelde Lawrence Lindsey, een voormalig adviseur van George W. Bush, dat Frank de enige was die in 2004 zag dat de regels voor Fannie Mae en Freddie Mac niet moesten worden versoepeld. De regering-Bush wilde huizenbezit toen onderdeel maken van de ownership society. Frank stelde juist dat het de winstgevendheid van de hypotheekgevers zou verzwakken en bovendien mensen in te dure huizen zou zetten. Hij waarschuwde dat niet iedereen zich een eigen huis kon veroorloven. In 2005 probeerde hij die bezorgdheid in wetgeving om te zetten. Het Huis nam zijn voorstel aan maar de senaat liet het liggen, uit vrees voor een veto van Bush. Pikant is overigens dat Frank een langdurige romantische relatie had met een van de topmanagers van Fannie Mae, Herb Moses.

IN DE BEROEMDE WEEK in september toen Lehman Brothers ten onder ging en AIG dreigde om te vallen, zaten de Democraten nog in een afwachtende positie. Hank Paulson, de toenmalige minister van Financiën, wilde toen de toxic assets opkopen van de financiële instellingen die op instorten stonden. De Democraten wilden dat niet, zij hadden liever geherkapitaliseerd door als overheid aandelen te kopen, maar toen dat niet lukte, stelde Frank strikte voorwaarden op waaronder Democraten akkoord zouden kunnen gaan met een bail out. De belastingbetalers moesten eigendom krijgen, net als andere investeerders. Er moest een programma komen om bedreigde huiseigenaren te helpen. De inkomens van bankiers moesten worden hervormd. En er moest strikt overzicht zijn van het Congres. Toen Paulson dat weekend drie A4’tjes stuurde om zevenhonderd miljard dollar los te krijgen, steigerden de Democraten. Frank en zijn senaatscollega Christopher Dodd werkten aan een nieuwe versie. Die was bijna rond toen John McCain de kolder in zijn kop kreeg, zijn campagne stopzette en naar Washington vertrok om het proces te frustreren. Het duurde nog een paar dagen en een nieuwe val van de aandelenmarkt voor er een akkoord was. Daarin stond maar één van Franks voorwaarden. Voor de rest moest hij op Obama wachten.
Frank was ziedend maar verdedigt achteraf de wetgeving. ‘Natuurlijk deugt er weinig van’, zegt hij. ‘Maar als wij niet hadden gedaan wat we hebben gedaan, was het nog veel erger geweest. Er zat een wereldwijde ineenstorting aan te komen en dat is niet gebeurd. We zijn er beter aan toe dan als we het niet hadden gedaan.’
Na 4 november ontpopte Frank zich inderdaad tot een van de belangrijkste spelers in het web – en hij geniet ervan, met volle teugen. Hoewel hij een reputatie geniet als onversneden progressief is Frank altijd goed geweest in het uitonderhandelen van afspraken tussen vrije-markt-Republikeinen en reguleringsvoorstanders in het Democratische kamp. Die ervaring komt goed van pas in de huidige slag tussen pragmatici in het ministerie van Financiën en populisten in het Congres.
Frank was progressief maar leverde zijn verstand niet in en hij heeft altijd de markt verdedigd. Hij moest niets hebben van het reguleren van hedgefondsen, was altijd voor vrijhandelsovereenkomsten en stemt consequent tegen landbouwsubsidies. Net als Obama is Frank altijd een voorstander geweest van een ‘grand bargain’ tussen progressieven en conservatieven, een deal die de markten grosso modo vrij laat en een stevige bodem legt voor de kansarmen.
In april vroegen Goldman Sachs en JP Morgan of ze de overheidsgelden konden terugbetalen om onder de regels uit te komen die aan dat geld gekoppeld zijn, onder meer over bonussen. Obama en Geithner verzetten zich daartegen, maar Frank vindt het politiek gezien een buitenkansje. Je zou een showcase moeten maken van de terugbetaling van publieke fondsen, vindt hij. Hij sluit niet uit dat er uiteindelijk banken genationaliseerd worden, zoals econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman liever had gezien. Maar hij stelt dat er ook andere mogelijkheden zijn om kwetsbare banken te helpen. Bijvoorbeeld door de obligatiehouders een schuld-voor-aandelenruil op te dringen, een stap die de regering nog niet heeft willen nemen. Ook een obligatiehouder draagt risico, zegt Frank, en dat moet hij maar voelen ook.
Vanuit zijn voorzitterspositie kan Frank de wetgeving beïnvloeden, sturen, bijwerken, zelf schrijven of torpederen die cruciaal is in de huidige financiële crisis. Hij kan ook de sfeer bepalen. Zo gaf hij in een hearing van Amerikaanse bankiers in februari een lesje over de bonussen en overdadige betaling. ‘De mensen haten u oprecht’, hield hij hen voor. ‘En ze beginnen ons te haten omdat we met jullie rondhangen. U moet ons helpen om daar wat aan te doen.’ Tegelijkertijd is Frank op een onopvallende manier ook een van de meest scherpe critici van president Obama. Hij verwijt de president dat hij de situatie te weinig gebruikt om daadwerkelijk politieke veranderingen door te voeren. ‘Op dit moment kunnen wij progressieven de grootste impact op Amerika hebben sinds Roosevelt, omdat het conservatieve denken zo in diskrediet is gebracht’, zegt Frank.

FRANKS INSCHATTING van de politieke slagkracht van Obama is mede beïnvloed door zijn positie als afgevaardigde van gay America. Frank was een luidruchtig tegenstander van het optreden van de antihomodominee Rick Warren bij Obama’s inauguratie. Hij heeft eruit geconcludeerd dat Obama te optimistisch is over de mate waarin mensen van mening kunnen veranderen en dat de president het belang van confrontatie in de politiek onderschat. Frank maakt zich sowieso zorgen over Obama’s neiging om gelijkmatigheid te zoeken en harde politiek te mijden. Misschien wordt hij nog Speaker, als Nancy Pelosi zou wegvallen. Die kans leek ooit klein. Na zijn uit de kast komen in 1987 zei Tip O’Neill, de toenmalige Speaker van het Huis en een ouderwetse Ierse dorpspoliticus (van hem is de uitspraak: ‘All politics is local’): ‘O Barney, wat jammer. Ik dacht dat je de eerste joodse Speaker zou kunnen worden.’ Frank kan er nu wel om lachen. O’Neill, zegt hij, dacht echt in de termen van die jaren. ‘Joods’ was voor hem het sleutelwoord. ‘Het zou niet bij hem zijn opgekomen om te denken dat ik de eerste homo-Speaker zou kunnen worden.’ ‘Ik zou ook niet de eerste zijn’, voegt hij eraan toe: ‘Er waren er minstens twee in de twintigste eeuw.’ Frank overleefde trouwens in 1989 zijn eigen, hoogstpersoonlijke seksschandaal. Stephen Gobie, een prostitué met wie hij bevriend was geraakt, klapte toen uit de school met een reeks smakelijke onthullingen, variërend van seks in de gymzaal van het Huis tot het runnen van een prostitutiering vanuit Franks huis (zonder Franks medeweten). Het onderzoek leverde een milde reprimande op en de kiezers gaven er niets om.
Zoals al bleek bij zijn woede over Rick Warren blijft Frank de homobelangen behartigen. In de jaren negentig ging dat vaak over het toelaten van hiv-positieve mensen in de Verenigde Staten en in 1992 was hij degene die Bill Clinton onder druk zette om homo’s in het leger op de agenda te zetten. Met de uitkomst ‘don’t ask, don’t tell’ was Frank uiteraard niet blij, maar hij prijst Clinton voor het opheffen van de security clearance die gays nodig hadden voor overheidsfuncties. Volgens Frank is de uiterst conservatieve katholieke rechter in het Supreme Court, Antonin Scalia, een homofoob. In 2003 was Scalia de tegenstemmer bij de uitspraak die staatswetten vernietigde waarin ‘consensuele sodomie’ strafbaar werd gesteld. Frank vindt dat rechters die niet door de kiezers zijn gekozen zich niet zouden mogen uitspreken over zaken van moraliteit waarover de grondwet niets zegt.
Het herarrangeren van de dekstoelen op de Titanic van de financiële wereld heeft nu zijn hoogste prioriteit. Maar soms kan hij het niet laten om de bad boy uit te hangen. Dan maakt hij seksuele toespelingen in een toespraak over woningbouw, verklaart plompverloren dat hij op zijn leeftijd nog steeds kan zeggen ‘zie je wel dat ik gelijk had’ zonder ‘een pil ervoor, tijdens of erna nodig te hebben’. Hij bedoelt te zeggen dat hij gelijk had over de risico’s die te breed woningbezit inhield. Niet iedereen in het gehoor pikt de referentie op, maar Barney Frank geniet.