Neuken jullie nog?

Onlangs weer eens op een studentenwoning geweest. Net zoals vroeger hadden de jongen en het meisje het voor elkaar gekregen dat ze op de studentenflat naast elkaar woonden. Huur was achthonderd gulden (samen zestienhonderd piek). Die werd helemaal door ouders betaald. Kregen ze nog wat van ouders? Jawel. Het meisje kreeg twaalfhonderd gulden per maand van pappie… erbij!

‘Je hebt je vader zeker zelden gezien’, zei ik.
Dit was juist. Papa was zakenman en reisde veel heen en weer naar New York. Het gebrek aan aandacht voor zijn dochter kostte hem nu tweeduizend piek per maand netto.
De jongen kreeg achthonderd piek van zijn vader. Daar had hij dus te kort aan. Hij werkte bij in de horeca. Hij kreeg daarvoor vijftien gulden per uur, zwart. Hij werkte twee‰neenhalve dag per week: twaalfhonderd gulden. Jongetje en meisje hadden samen dus vierduizend netto per maand.
Daar werd ik stil van. Wat deden ze met dat geld?
Nou, hij was nogal handig in aandelen, dus ze hadden een jaar gespaard en vervolgens belegd. Risicofondsen die gigantische winsten hadden gemaakt: samen hadden ze in een jaar dertigduizend gulden vergaard; ze verwachtten aan het eind van het jaar vijftigduizend gulden te hebben. Wanneer ze over twee jaar klaar waren met hun studie, hoopten ze zeventigduizend gulden te hebben, misschien meer. Dat geld zou worden gestopt in een eigen zaak: door de komst van de euro voorzien ze grote bewegingen in het handelsverkeer en ze willen tegen concurrerende prijzen internationale contracten laten doorlichten en afsluiten - of zoiets. Daar schijnt een markt voor te zijn. De jongen liet mij een uitgewerkt businessplan zien van ongeveer veertig pagina’s waarin hij zijn idee‰n economisch onderbouwd had.
Beiden waren 23 jaar. Beiden hielden erg van lezen. Beiden hadden interesse in kunst. Hun vakanties bestonden uit, bijvoorbeeld, een week ski‰n in Oostenrijk (met de ouders van het meisje) en vervolgens gingen ze zelf een week naar Parijs om musea te bekijken. Zij interesseerde zich voor Ingres, hij was gek van Picasso. Beiden vonden 'er goed uitzien’ een voorwaarde om prettig te leven. Ze deden ook aan sport: hij voetbalde nog, zij hockeyde. Samen tennisten ze. Ze rookten niet, ze dronken matig. Ze gingen af en toe naar een film, meestal huurden ze een video of bekeken opgenomen video’s. Ze hadden ieder ooit eerder een vriendje-vriendinnetje gehad. Bij de een had de verhouding een jaar geduurd. Bij de ander drie jaar.
Kunstenaars, schrijvers, musici en schilders - vonden ze interessant om mee om te gaan, omdat die altijd nieuwe idee‰n hadden. Het liefst lazen ze boeken die zich afspeelden in andere landen. Boeken over persoonlijke problemen interesseerden ze niet zo. 'Een boek moet wijsheid bevatten, of een wereld schetsen die je niet kent.’ Boeken over de oorlog 'hadden ze nu wel gehad’.
Ze wilden kinderen, maar pas over een flink aantal jaren. Ze wilden eerst 'leven’. Dat betekende: 'Dat je zelf iets ontwikkelt en dat laat groeien, terwijl je ook ruimte neemt voor ontspanning. Je moet, dat is ook leven, op de hoogte blijven wat er om je heen gebeurt.’
Vreemdgaan deden ze niet: 'Dit is voor het leven’, zeiden ze over hun eigen verhouding.
'Neuken jullie vaak?’
'Daar hoef je je geen zorgen over te maken, hoor’, zei zij.
'Beffen en pijpen ook?’ vroeg ik.
'Nou zeg, doe niet zo eng en vies.’
'Welk cijfer geven jullie jezelf voor geluk op een schaal van ÇÇn tot tien?’
'Een twintig’, zei zij.
'Een tien’, zei hij.
'Ik was anders jong’, zei ik.