POPMUZIEK

Neuriegeneuzel

Fleet Foxes

Een opvolger maken voor de wereldwijd bejubelde debuutplaat van Fleet Foxes. Geen eenvoudige opgave voor frontman en songschrijver Robin Pecknold, maar dat de druk zo hoog zou worden had hij zelf waarschijnlijk ook niet verwacht. Wat begon met een writer’s block bezorgde hem uiteindelijk een slechte gezondheid en het kostte hem zijn relatie. Het hele proces rond Helplessness Blues heeft hem nogal veranderd. ‘Oh man that I used to be’, zingt hij ook meewarig op openingsnummer Montezuma.
Levensveranderende gebeurtenis of niet, de plaat zelf biedt weinig nieuws. Veel samenhang en samenzang en vaak weer goed gedaan, zoals op Battery Kinzie of Lorelai. Toch krijg je meerdere keren het idee dat je naar een herhalingsoefening zit te luisteren. Een schurende en stuurse saxofoonsolo op het lang uitgesponnen tweeluik The Shrine/An Argument is het meest onverwachte dat je in bijna vijftig minuten langs hoort komen. Dat op Helplessness Blues de instrumentatie wat soberder is en zowel tekst als muziek meer is gericht rond het 'ik’ van Pecknold, maakt niet het verschil. Wel lijk je hieruit, met de achtergrond van Pecknolds eigen ontwikkeling, vooral te kunnen horen dat grotere veranderingen nog staan te gebeuren.
Ooit kondigde Stephen Stills van het vaak als vergelijking dienende Crosby, Stills, Nash & Young, de andere bandleden op het podium aan als zijn 'back-up singers’. Zo arrogant zal Pecknold niet snel worden, maar het lijkt alsof hij ook verder kijkt dan Fleet Foxes. Zo is op Blue Spotted Tail al geen ander bandlid te horen, heeft hij recentelijk drie liedjes onder zijn eigen naam uitgebracht en verzorgde hij solo het voorprogramma van Joanna Newsom. Een Robin Pecknold-album lijkt een kwestie van tijd, maar betekent dat dan het einde van Fleet Foxes? Moeilijk te zeggen, maar een volgende plaat maken lijkt, ook met al die juichrecensies voor deze, niet eenvoudiger te worden.
Dat Fleet Foxes op Helplessness Blues doet waar de band goed in is kun je hem niet verwijten, wel dat de plaat op meerdere momenten gezapig klinkt. Zo komt het neuriegeneuzel op de eerste helft van The Plains/Bitter Dancer of het minstreelachtige intermezzo van The Cascades overbodig over. Daarna dan weer een meerstemmig koortje inzetten, als de zon die keer op keer doorbreekt, dat effect raakt op een gegeven moment uitgewerkt. Op de plaat staan ook geen echte uitschieters, maar Pecknold is een te goede liedjesmaker om alleen teleur te stellen. Zo is het bijna solonummer Someone You’d Admire van een grote schoonheid en hoor je de hemelbestormende pop van Grown Ocean jammer genoeg pas zo laat, aan het einde. De spanningsopbouw in het gedeelte The Shrine werkt erg goed en Pecknolds spaarzame rauwere uithalen zijn een hoogtepunt. Eigenlijk toont het hele nummer, met tweede deel An Argument, wat de band zo bijzonder maakt, maar ook hoe hij soms de aandacht laat verslappen.
'Sim Sala Bim on your tongue’, zingt Pecknold aan het begin van de plaat, maar echt betoveren doet Fleet Foxes deze keer nauwelijks. Helplessness Blues valt vooral op omdat hij afwisselend mooi en saai is.

Fleet Foxes, Helplessness Blues, label: Bella Union/V2