Neurotische bedrijven

Mensen zijn geneigd de omstandigheden waaronder zij opgroeien later te imiteren. Kinderen uit ongezonde gezinnen voelen zich, al willen ze niets liever dan de vergissingen van hun ouders vermijden, niet zelden aangetrokken tot neurotische of beschadigde partners, waardoor men min of meer gedoemd is zijn jeugd nog eens over te doen.

Ongelukkige kinderen en de partners die zij kiezen, hele bibliotheken zijn erover volgeschreven. Maar bestaat er ook zoiets als ‘neurotische bedrijfskeuze’?
Volgens de Britse psychiater Robert Skynner, die samen met John Cleese Life and How to Survive it schreef, kun je gezinnen heel goed met bedrijven vergelijken. In ongezonde situaties heerst een klimaat van verdringing, geheimhouding en onrechtvaardigheid, terwijl onder ideale omstandigheden zowel gezinsleden als werknemers gestimuleerd worden zich optimaal te ontwikkelen, kritiek te uiten en in openheid te onderhandelen.
Volgens Skynner kiezen gezonde mensen voor een gezonde leefomgeving. Iemand die afkomstig is uit een open gezin voelt zich aangetrokken tot een werkomgeving waar men dezelfde positieve normen hanteert als in de vroegere thuissituatie. Kom je daarentegen uit een psychisch beschadigd gezin, dan ben je geneigd je vooral thuis te voelen in een bedrijf waar nogal onverschillig wordt omgegaan met de belangen van de werknemer.
Lijden zulke mensen daaronder, volgens Skynner? Helemaal niet. Zoals sommige vrouwen zich altijd weer aangetrokken voelen tot mannen die hen slecht behandelen, voelen bepaalde werknemers zich bij uitstek op hun gemak in een ongezond functionerend bedrijf. Ze hebben ook een grote kans op een baan bij een dergelijke organisatie. Er zijn bedrijven die geleid worden door mensen die zelf afkomstig zijn uit ongezonde gezinnen en zij voelen zich - net als in de liefde - aangetrokken door werknemers die signalen afgeven zelf uit een disfunctioneel gezin te komen.
Neurotische werknemers hebben volgens de psychiater een zeker belang om bij een ongezond bedrijf te werken. Als de verwaarloosde kinderen die zij ooit waren hebben zij geleerd zich onder unfaire omstandigheden overeind te houden en zij hoeven niet zo gauw de schuld bij zichzelf te zoeken als ze in zakelijk opzicht fouten maken. 'Als er veel vrijheid en ruimte voor initiatief is’, zegt Skynner. 'dan kan zo iemand zich onveilig voelen en het vervelend vinden dat niemand hem zegt wat hij moet doen.’ In een gezond bedrijf zou zo'n werknemer al gauw het gevoel krijgen tekort te schieten, want 'de open communicatie zou dan bedreigend overkomen - de werknemer kan constructieve kritiek krijgen die net even tè dichtbij komt. Sommige mensen kunnen het gemakkelijker hebben beledigd en afgeblaft te worden, omdat ze dan afstand kunnen nemen en degene die kritiek op hen heeft “onbeschoft” vinden. Dus kunnen ze dan de kritiek achteloos ter zijde schuiven in plaats van zich af te vragen of er enige waarheid in steekt.’
Ik denk dat Skynner gelijk heeft in zijn observatie, maar opmerkelijk blijft zijn belangstelling voor neurotische bedrijfsvoering wel. Het lijkt alsof zelfs de psychiatrie zich gaat richten op het algemeen maatschappelijk belang. Niet de gezinsverhoudingen komen op de eerste plaats, maar de interactie tussen werknemers. Niet de keuze van partners vindt Skynner interessant alswel de keuze van werkomgeving. Niet het privé-leven doet ertoe, maar het bedrijf als ultramoderne vervanger van het gezin waar men uit voortkomt.
Skynner wekt de indruk weinig geïnteresseerd te zijn in losers die hun krachten blijven verspillen aan verloren zaken die de psychiater ongezond vindt, maar richt zich vol enthousiasme op de psychisch onbeschadgde mens die van huis uit alles mee had en daarmee in professioneel opzicht zijn voordeel doet. De rest moet maar in zijn eentje blijven voortmodderen. Skynner lijkt ze in elk geval opgegeven te hebben.