Economie

Neuspeuteren

Waarom laten politieke partijen de ongelijke behandeling op de arbeidsmarkt voortbestaan? Alleen van de PVV valt dat nog te begrijpen. Die partij zal de cynische redenering hebben dat Henk en Ingrid zich tegen ontslag beschermd weten, ook al peuteren ze in hun neus, en dat Fatima en Ahmed hun tijdelijke contract niet verlengd zien worden. Maar voor alle andere partijen is er toch alle reden om zich niet bij de ongelijkheid tussen vaste en tijdelijke krachten neer te leggen.

De kans op werkloosheid is bepaald niet gelijk verdeeld. Het zijn de mensen met tijdelijke contracten die als eerste de economische terugslag voelen. Dat zijn juist de mensen die moeite hebben een baan te vinden. Zo waren in 2010 mannen en vrouwen van Marokkaanse afkomst drie keer vaker werkloos dan autochtone Nederlanders. Die verhouding zou nog schever kunnen worden. Het is verre van denkbeeldig dat veel bedrijven dit jaar alsnog rigoureus banen zullen schrappen.
Aan ontslagbescherming zijn veel problemen toegeschreven. Het zou bedrijven huiverig maken om mensen in dienst te nemen en daarmee de werkloosheid opjagen. Juist in een snel veranderende wereld zou meer flexibiliteit voor bedrijven van grote waarde zijn. Deze redenering is jarenlang in zwang geweest en is evenzeer fact-free gebleken. Feit is dat naar internationale maatstaven de werkloosheid in Nederland laag is én niet zo hard gestegen is tijdens de unieke periode van economische krimp. In het vaak bejubelde Denemarken en in de o zo flexibele VS lag de werkloosheid voor het uitbreken van de kredietcrisis al hoger dan in Nederland. Bovendien is daar de werkloosheid veel harder gestegen dan hier. Het probleem in Nederland is daarom niet het niveau van werkloosheid maar de verdeling ervan. Het is de groeiende groep van tijdelijke contracten en van zelfstandigen die de klap van een economische inzinking moet opvangen.
Voor het probleem van ongelijke bescherming zijn twee oplossingen: geef mensen met tijdelijke contracten meer bescherming of geef mensen met een vast contract minder bescherming. Het eerste is onlangs voorgesteld door FNV Bondgenoten. Die vakbond wil dat werkgevers een hogere WW-premie betalen voor werknemers met een tijdelijk contract. Hiertegen is het bezwaar gemaakt dat dit banen kost, juist voor mensen met al een slechte positie op de arbeidsmarkt. Dat bezwaar is terecht. Veel werkgevers zijn alleen bereid deze mensen een contract aan te bieden als de (ontslag)kosten beperkt zijn. Het tweede werd geprobeerd door de vorige minister van Sociale Zaken Piet-Hein Donner. Hij wilde de preventieve toets bij ontslag afschaffen. Dat zou de werknemer aan willekeur van de werkgever hebben onderworpen. Niet alleen neuspeuteren maar ook rood haar of een hoofddoekje zou dan grond voor ontslag kunnen zijn. De toenmalige coalitiegenoot PvdA torpedeerde dat voorstel uiteindelijk. Per saldo is het gevolg wel dat aan het probleem van ongelijke bescherming nog niks is veranderd.
De huidige minister van Sociale Zaken Henk Kamp is slimmer dan zijn voorganger. Hij komt met het voorstel om een contract van zeven jaar mogelijk te maken. Het biedt meer bescherming voor tijdelijke krachten terwijl de werkgever nog enige flexibiliteit behoudt. Bovendien, na zeven jaar komt in elke relatie een moment van evaluatie: de seven-year itch. Het is helemaal niet verkeerd dat werknemers eens in de zeven jaar erover nadenken waar ze hun loopbaan voortzetten. Waarom zouden niet alle arbeidsrelaties uit zevenjarige contracten bestaan? Misschien is dat wel het achterliggende idee van Kamp. Na dit ene voorstel komt vroeger of later het andere voorstel om een tweede zevenjarig contract mogelijk te maken. Dat is een sluipende, en slimme, hervorming van het ontslagrecht. Wellicht zal de gedoogpartner PVV Kamps voorstel daarom torpederen.
FNV Bondgenoten heeft wel gelijk dat met tijdelijke contracten (ongeacht de duur) werkgevers te makkelijk hun moeilijkheden kunnen afwentelen op het publieke stelsel van WW-uitkeringen. Zij moeten een financiële prikkel hebben om werknemers van baan naar baan te helpen. Daarom zouden ze verplicht moeten worden om (het WW-deel van) het loon door te betalen gedurende de eerste maanden dat een werknemer geen werk heeft. Dan hebben niet alleen werknemers maar ook werkgevers de prikkel om snel ander werk te vinden. Mensen met een slechte positie op de arbeidsmarkt moeten dan wel aantrekkelijk en dus goedkoop blijven, bijvoorbeeld door een fiscale subsidie.
Er zijn dus genoeg goede ideeën om de ongelijkheid tussen tijdelijke en vaste krachten terug te dringen. Zeker partijen als de PvdA en de SP die zeggen ongelijkheid te willen bestrijden, zouden deze moeten oppakken, en zouden moeten stoppen met neuspeuteren.