Nevel van grijswit

De sneeuw in de film Roeren in de verte maakt de stilte zichtbaar. We denken aan Mondriaan en Vermeer.

IN DE FILM Roeren in de verte van Marijke van Warmerdam zit de kijker (de camera) binnen bij een kaal raam, misschien aan het ronde tafeltje waarop een kopje koffie staat, met lepeltje. Een summiere variant eigenlijk van het gekende Hollandse interieurstuk. Een onzichtbare persoon kijkt naar buiten. Daar zien we, door het raam, een diffuus grauw winterlandschap met een onbestemde horizon onder een grijze lucht. Binnen is alles echter helder en precies gearrangeerd, alles op zijn plaats. Aan de ronde schaduw onder het kopje koffie kunnen we zien dat de additionele belichting pal van boven komt. Daardoor zijn ook raamkozijn en vensterbank mooi gelijkmatig uitgelicht. Niets is daar scheef of dwars of onrustig. Ik zie hoe de brede lijn van de horizon rechthoekig kruist met de middenspijl van het raam: en op die manier wordt aan het vertoonde ook nog eens de stille stabiliteit van Mondriaan toegevoegd.
Het uitzicht is des te vager omdat het buiten sneeuwt. Dat sneeuwen blijkt een rustige vertoning te worden die zich afspeelt, als op een projectiescherm, op het glas van het raam en binnen die omlijsting. De film wordt als loop geprojecteerd en heeft dus geen vast begin of eind. Maar in het opnemen ervan zit toch een soort verloop: eerst sneeuwt het rustig, luchtig dwarrelende vlokken, dan wordt de sneeuwval geleidelijk sneller en intenser totdat ze zo hevig is dat door het raam eigenlijk niets anders meer te zien is. Daarna gaat het, eveneens geleidelijk, weer zachter en lichter sneeuwen.
Op een gegeven moment, ik geloof als de lichte sneeuw iets dichter begint te worden, verschijnt er van rechts een slanke vrouwenhand die het lepeltje pakt en in de koffie begint te roeren, daar weer mee ophoudt en het lepeltje weer neerlegt. Of het schrapende geluid van het roeren ook te horen was, vroeg ik me af, maar ik kon me ervan vergewissen dat zulks niet het geval was. Het is een stomme film. Het lijkt wel intrigerend en gezellig, dat geluid – maar het zou de stille constructie van dit beeld gestoord hebben. Het zou van dit gebeuren op een anekdotische manier een verhaaltje hebben gemaakt. Het beeld is daarentegen heel zorgvuldig in elkaar gezet, zo bedaard als Het melkmeisje van Vermeer (ook een interieur) en net zo geluidloos. Het melkmeisje giet de melk zichtbaar voorzichtig uit de kan in de kom. Dat is maar een kleine handeling, zoals vaak bij Vermeer: de vrouwenpoppen moeten wel iets doen, maar nooit zoveel dat door bewegingen dat stille staan in het licht, in zachte fluwelen kleuren gehuld, verstoord zou kunnen worden. Zo’n concentratie voel ik ook in Roeren in de verte.
Een kunstenaar heeft iets gezien of bedacht en toont dat. De onpeilbare stilte buiten in de tuin als het sneeuwde. Wonderbaarlijk voor een kind – maar zelf kan ik ook nog ademloos blijven kijken, uit het raam, als in dichter wordende sneeuw de tekening en kleur van bomen en gebouwen langzaam vervagen in die dwarrelende nevel van grijswit. In de film worden zulke ervaringen intensief geformuleerd. Zo maakt de afgemeten vormgeving van zoiets gewoons als sneeuw iets onvergetelijks – de zichtbare stilte, op paradoxale wijze, gedragen door het zachte, eindeloze gesnor van de projector.
In dit werk gaat het onder meer over hoe een bepaald visueel incident het kijken zodanig intensiveert dat je gebiologeerd raakt. Op het moment dat in Roeren in de verte de hand is verschenen en in het kopje roert en de gestaagheid van de sneeuwval visueel onderbreekt, blijf je als toeschouwer eigenlijk wachten of er nog iets gaat gebeuren. In recent werk heeft Van Warmerdam de visuele interruptie op een directere manier het beeld binnengebracht, zoals in Blossom Sweep. We zien een still uit de stomme film The Fuck, met zwaaiende bloesemtakken van een Japanse kers, als in een straffe wind, wittig roze, tegen een strak blauwe lucht. Zo heftig zwiepen de bloesems heen en weer dat ze in het filmbeeld beginnen te versmelten. Wat je gewend bent met sentimentele aandacht te bekijken, fraaie bloesems, wordt vrijwel onzichtbaar. Liever gezegd: je begint ook in dit bewegingloze beeld onvoorspelbare bewegingen te zien. Misschien ga je ook het onrustige geruis en geritsel van de takken horen. Om dat op te roepen, of om het beeld te ontsluiten en ruimte te geven, heeft Van Warmerdam er ingebroken met een forse veeg roze verf aangebracht met een bezem.
De typische abruptheid van deze interventie doet denken aan de film Wake up! uit 2006. We zien een zonnig grasveld bezaaid met boterbloemen en een enkele klaproos. Aan de horizon kale heuvels. De bloemen wiegen in een zachte wind. Dan, van links, vliegt er onverwacht een glinsterende plas water in beeld. Maar als dat moment voorbij is (er fladdert nog even een vlinder boven de bloemen) weet je als toeschouwer niet meer waar je nu naar kijken moet en wat je ziet – of ziet gebeuren.