Schmitt, Stamitz, Schwindel

New Dutch Academy

De New Dutch Academy bestaat pas vijf jaar, maar is een spraakmakend orkest in de – toch al vrij levendige – wereld van de oude muziek. Het orkest maakte naam met ijverig onderzoek naar de Nederlandse muziekcultuur van de achttiende eeuw, naar veronachtzaamde componisten als Stamitz, Richter, Schwindl en Schmitt.

Simon Murphy (1973), artistiek leider en dirigent van de New Dutch Academy (NDA), kwam speciaal naar Nederland voor de oude muziek, een genre dat in zijn vaderland Australië zo goed als niet bestond. In Nederland werkte hij als altviolist in het Orkest van de Achttiende Eeuw en de Nederlandse Bachvereniging. In 2002 richtte hij zijn eigen orkest op.

Was een nieuw orkest van de achttiende eeuw eigenlijk wel nodig?

Simon Murphy: ‘Als buitenlander zag ik geweldig op tegen de pioniersgeest van de eerste generatie oudemuziekliefhebbers: Gustav Leonhardt, Frans Brüggen. Dat waren bakens van vernieuwing, die hadden hele werelden van geluid, kleur, instrumentatie én uitvoering opengelegd. Maar daarna was die pioniersgeest, die echte visie op onderzoek naar instrumenten, naar repertoire, behoorlijk afgenomen. Het was alsof de orkesten zich hadden neergelegd bij het spelen van de top-100 barokklassiekers – de Matthäus, het Requiem van Mozart, de Messiah. En die ‘wereldberoemde barokorkesten’ in het Concertgebouw speelden ook geen nieuw ontdekte Mannheimer symfonieën. Die adembenemende ontdekkingen, die enorme inspiratie, dat ontbrak. Oude muziek was een beetje een worstenfabriek geworden.

Voor de jongere generatie was dat een lose-lose-situation. Jonge talenten werden niet gehoord, de orkesten namen ze niet op en vergrijsden, waarna dat talent naar het buitenland vertrok, waar meer geld was. Die enorme reputatie van Nederland als ambassadeur van vooruitstrevende muziek, met ensembles die de wereld over gingen, die grote uitstraling van kwaliteit, kwam in de gevarenzone.’

Is de nieuwigheid er misschien een beetje af, voor het publiek?

‘Dat speelt zeker een rol. Het goede van die pioniers was dat ze vooral vragen stelden, niet dat ze antwoorden wisten. Dat inspireerde onderzoekers. Ze wisten bijvoorbeeld dat er darmsnaren werden gebruikt, maar wat voor snaren waren dat? En als ze daarin iets nieuws ontdekten, dan kon de geluidskwaliteit dus nog gutsier worden, en de interpretatiemogelijkheden nog rijker. Dat de Matthäus in Bachs tijd met single strings en enkelvoudig koor werd uitgevoerd, wist iedereen al in de jaren zeventig, dat was bekend. Maar wat men deed, was de Matthäus iets sneller spelen dan Mengelberg, met een iets kleinere bezetting. Nee, zeg ik, je moet durven om echt diep te graven, echt die grote vragen te stellen, dat helemaal door te voeren en dán kijken of je het ook leuk vindt. Niks halfbakken.’

Waarom is NDA daarvoor beter uitgerust dan andere orkesten?

‘Wat ik wilde was niet zozeer een orkest als wel een ‘platform’ waar wetenschappelijk onderzoek en de muziekpraktijk samenkomen. Het rare in Nederland is dat de conservatoria en de universiteiten niet met elkaar praten. Zeker in oude muziek is dat van enorm belang, en die kloof wilde ik dichten. Niet om in het Concertgebouw academische lezingen te geven, maar omdat de wetenschap je een basis geeft om die echt moeilijke, diepe vragen te stellen. Je moet die uitvoeringen natuurlijk allereerst met technisch meesterschap doen, ze moeten echt goed onderbouwd zijn, dan krijg je mét die informatie het vertrouwen dat je op de goede weg bent.

Het ging die pioniers eigenlijk niet om het publiek. Wat ik in al die research en al die ontwikkelingen fantastisch vind, is te ontdekken wat de authenticiteit ook betekent voor de uitvoering zelf. Een muziekuitvoering in de achttiende eeuw had meer iets van een jazzclub dan van het Concertgebouw. Mijn benadering van het publiek is anders; ik probeer ze er werkelijk in te betrekken, echt met ze te communiceren. Te delen.’

De NDA legt veel eer in de herontdekking én registratie van volslagen onbekende muziek uit de achttiende eeuw, waaronder veel muziek uit Nederland. Heeft de gemiddelde Nederlander al een enorme blinde vlek voor de geschiedenis en kunst van die tijd, voor de muziek geldt dat in nog grotere mate: componisten als De Fesch en Schmitt zijn volledig onbekend. Murphy vond dat, zeker als Australiër, onbegrijpelijk. Simon Murphy: ‘Misschien is het een soort embarrassment of riches, een overdreven bescheidenheid – ‘‘Wij zijn Italië niet, dat soort dingen hebben wij toch niet…’’ Misschien is het die negentiende-eeuwse hero worship, die alleen keek naar titanen, Beethoven en Mozart. Die heb je inderdaad niet in Nederland. Maar je hebt ook helemaal geen Mozart nodig. Sterker nog, daardoor zie je de unieke kwaliteit van die periode volledig over het hoofd.

Op het gebied van compositie, uitvoering en bovenal muziekuitgeverij was Nederland in de achttiende eeuw een ongelooflijk levendige en rijke cultuur. De Fransen waren altijd doodsbang voor alles wat niet-Frans was, maar de Nederlanders hadden toen al een groot zelfvertrouwen in culturele zaken, een werkelijk kosmopolitische inslag. Daardoor werd Nederland hét muzikale verbindingspunt voor Europa, een hub. Uitgevers als Estienne Roger, Michel-Charles Le Cène, de gebroeders Hummel en Joseph Schmitt onderhielden netwerken door heel Europa. Componisten reisden naar Den Haag of Amsterdam met een halve meter nieuw werk onder de arm, de inkt nog nat, om het daar te laten drukken en uitgeven. En ze pikten en passant het laatste nieuws over de Europese muziek mee. De Concerti grossi van Corelli werden hier in 1714 uitgegeven door zijn vriend Roger, en die waren in Europa niet aan te slepen. Joseph Schmitt, de ‘Nederlandse Haydn’, componist en grondlegger van Felix Meritis, de eerste openbare concertzaal in Nederland, was door zijn uitgeverij verantwoordelijk voor de introductie van de symfonische muziek van Mozart in Noord-Europa. Zelfs de Vier Seizoenen van Vivaldi werd door Nederlanders uitgegeven. Als je nog eens in Texas in de lift staat en je hoort Vivaldi, dan is dat de schuld van de Nederlanders! Ja, dat zijn niet de screaming headlines die historici leuk vinden, maar het is wel de kern van de cultuur van die tijd, de esthetica, de muziek, de uitwisseling, de inspiratie – al die dingen die de Verlichting voortstuwden.’

Waarom is dat zo weinig bekend?

‘Ik weet het ook niet. Het was minder zichtbaar. Voor buitenlandse bezoekers was Nederland toen ook al verwarrend. Overal in Europa kon je gewoon in de grootste stad naar het grote operagebouw lopen, en dan wist je dat je de kern van het muziekleven te pakken had. In Nederland lag dat anders. De interessante dingen gebeurden bij mensen thuis, in de achterkamer. Je moest een stap verder zetten, tot in de privé-sfeer.’

Was er dan geen publiek muziekleven?

‘Jawel. Er was geen kerkmuziek, zoals in Italië, maar de Evangelische Broedergemeente op Slot Zeist bijvoorbeeld had een eigen symfonieorkest. De Waalse gemeente en de lutherse gemeente hadden een immens rijk muziekleven. Tot de echte kroonjuwelen hoort de muziek van het hof van stadhouder Willem V. De Nederlanders weten daar niets van, en ze doen zelfs of het ze niets kan schelen, dat is echt weird. Het Haagse hof had vanaf de jaren vijftig van de achttiende eeuw een indrukwekkend orkest, dat internationaal gerespecteerde componisten en musici aantrok, zoals Graaf, Schwindl, Spangenberg en Zingoni. In de jaren tachtig werd de connectie met de internationale muziekwereld nog groter door de aanwezigheid van Carl Stamitz, de zoon van Johan Stamitz, de belangrijkste muzikale kracht van het hof van Mannheim, de ‘‘vader van de symfonie’’. Carl werkte aan het Haagse hof tussen 1779 en 1785. Hij was een soort wizkid op de altviool. Toen de jonge Beethoven op bezoek kwam, gaf die mét Carl Stamitz een beroemd recital.’

Wat brengt het nieuwe seizoen?

‘Ons grootste project, behalve de concerten, is de productie van een cd met symfonieën voor dat Haagse hof van Willem V, van componisten als Schwindel, Graaf en Carl Stamitz. Werk dat we hebben gevonden in verzamelingen en bibliotheken in Bordeaux, Praag, Stockholm, Den Haag en dat voor het grootste deel sinds de achttiende eeuw niet meer gespeeld is.’

New Dutch Academy onder Simon Murphy, 30 augustus, Festival Oude Muziek in Utrecht, Augustiner Kerk, 15.30 uur.

www.newdutchacademy.nl.

CD’s:
Wilt u één van de onderstaande CD’s kopen ga naar www.pentatonemusic.com

Medium nda c1d small

Stamitz and Richter – Early String Symphonies
New Dutch Academy/Murphy/NDA Mannheim Project Vol. 1
Pentatone Classics SACD PTC 5186 028
21,50 euro

Medium nda cd2 small

Stamitz and Richter – Early String Symphonies
New Dutch Academy/Murphy/NDA Mannheim Project Vol. 2
Pentatone Classics SACD PTC 5186 029
21,50 euro

Medium nda cd3 small

Corelli – Concerti Grossi (selection)
New Dutch Academy/Murphy
Pentatone Classics SACD
Corelli – Concerti Grossi (selection)
New Dutch Academy/Murphy
Pentatone Classics SACD_
21,50 euro

Medium nda cd4

“The Dutch Haydn” Joseph Schmitt (1734 – 1791) – Early Symphonies
New Dutch Academy/Murphy
Pentatone Classics SACD
Out Now!_ 21,50 euro