Muziek

New wave bossa nova

Muziek: Nouvelle Vague

Nouvelle vague = new wave = bossa nova. Dat moeten de Franse producers Marc Collin (bekend van onder meer Volga Select) en Olivier Libaux in gedachten hebben gehad bij het opstarten van hun band Nouvelle Vague. Als een soort postmoderne nieuwe stroming bewerkt het duo nummers uit de tijd van de punk en new wave en voorziet ze van een bossa nova-stijl. Jonge artiesten als Mélanie Pain, Marina Celeste en Gerald Toto verzorgen de gastvocalen. Het titelloze debuutalbum (2004) van het gelegenheidsproject wordt een groot succes, met gewaagde versies van onder meer Love Will Tear Us Apart van Joy Division en In a Manner of Speaking van Tuxedo Moon.

Critici doen de plaat af als flauwe kitsch, maar Nouvelle Vague is meer dan een grap. Toegegeven, je moet wel de humor kunnen inzien van een lieflijke vrouwenstem die al kirrend Too Drunk to Fuck van de Dead Kennedys te lijf gaat of een scheidsrechtersfluitje dat I Just Can’t Get Enough (Depeche Mode) nog joliger maakt dan het origineel. Daarentegen wordt ook vaak een treffende melancholieke sfeer neergezet. In simpele en luchtige melodieën zweven de vocalen dan op een beklemmende manier ergens tussen verlangen en wanhoop. Zo komen weinig artiesten weg met het eerder genoemde lijflied van Ian Curtis c.s. (Paul Young en Simple Minds lieten dat op pijnlijke wijze horen), maar bij Nouvelle Vague werkt het en blijft het verdriet voelbaar.

Het nieuwe album van de band heet Bande à Part (naar de film van Jean-Luc Godard, de invloedrijke regisseur van de, jawel, Nouvelle Vague-beweging). Volgens hetzelfde recept worden veertien klassiekers door de Braziliaanse popmuziekmolen gehaald. Het resultaat is wederom bevredigend. Door verandering van stijl, instrumentatie en maatsoort krijgen de nummers een geheel eigen identiteit. Zo is de opener The Killing Moon (Echo & The Bunnymen) van een midtempo-rocker omgetoverd tot een sprookjesachtige, nog even mysterieuze walsballade. De synthesizers van Visage zijn op Fade to Grey vervangen door een trekharmonica en met het wegvallen van de beat treedt de trage sinistere melodie nog meer op de voorgrond.

Het gaat ook een paar keer mis. Zo blijft het doorsneenummer Dancing with Myself van Billy Idol van een middelmatig niveau. Kwalijker is het akoestische niemendalletje dat van Blue Monday wordt gemaakt. Deze baanbrekende danshit van het legendarische New Order wordt gereduceerd tot een oppervlakkig, futloos deuntje en verliest daarmee alles van zijn originele kracht en energie. Daartegenover staan prijzenswaardige interpretaties van onder meer The Buzzcocks, Bauhaus en het innemende Dance with Me van Lords of the New Church. «Let’s dance little stranger/ Show me secret sins/ Love can be like bondage/ Seduce me once again»: uit de mond van Mélanie klinkt het onweerstaanbaar zwoel en uitnodigend. De verrassing is er op Bande à Part misschien een beetje vanaf, maar dat mag de (zomer)pret niet drukken.

Nouvelle Vague, Bande à Part

PIAS