POPMUZIEK

New York als tranendal

Interpol

Of je nu toerist, advocaat, bankier of kunstenaar bent, iedereen roemt de dynamiek van New York. De hardheid van de stad die altijd meer neemt dan geeft lijkt iedereen op de koop toe te nemen. Wel vind je de echo’s ervan terug. In verklaringen van Europese zakenlui die het daar uiteindelijk niet redden en vervolgens de kwaliteit van leven hier toch erg waarderen. In de ervaringen van toeristen die ook het grote verschil tussen arm en rijk wel schrijnend zichtbaar vinden. Of in werken over eenzaamheid of desintegratie van kunstenaars en artiesten voor wie de stad hun standplaats is.
Voorbeelden zijn de bands Interpol en The National. Hun muziek en teksten zitten vol grootsteedse zwaarmoedigheid. New York is het decor van hun tranendal, altijd regenachtig en schemerig. Bij Interpol heb je het gevoel dat je als luisteraar met iemand meeloopt die zijn kraag nog eens opslaat en door de bui zijn weg vervolgt naar een leeg appartement. Luisterend naar de muziek van The National is het meer dat je naast diegene in dat lege appartement zit, terwijl je kijkt hoe de druppels tegen de ramen slaan. Het voelt iets warmer en hoopvoller, hoewel het drama altijd aanwezig is. Echt steken doet de pijn bij beiden trouwens niet.
The National bouwt gestaag aan een indrukwekkend oeuvre. Sinds de derde plaat Alligator (2005) maakt de band iedere keer grote stappen met compositorisch steeds sterkere nummers. Zo hangt de melodieuze rock op langspeler Boxer (2007) nog weer beter en harmonieuzer met elkaar samen dan op de voorganger. De band lijkt dan op een plateau te zijn aangeland, maar het eerder dit jaar verschenen High Violet legt de lat opnieuw hoger met een nog verder uitgediept geluid. De titels maken al snel duidelijk dat het gemoed weinig is veranderd: Terrible Love, Sorrow en Afraid of Everyone zeggen genoeg. ‘Now I’m stuck in New York and the rain is coming down’, zingt de warme bariton van zanger Matt Baringer ook vertrouwd melancholiek op Little Faith. Toch is het daar waar hij thuis hoort. Anders zou hij ook niet willen, blijkt op bonusafsluiter Walk Off: 'On and on they’ll lead us on/ We’ll all get high and walk off/ Into the country, ridiculous country/ Where the blue sky will smother us.’
Op de formule van Interpol lijkt daarentegen na vier albums wat sleet te zitten. Sinds het succesvolle debuut Turn on the Bright Lights (2002) maakt de groep sombere rock die wel Joy Division-light wordt genoemd. Dat is soms een verwijt, maar minstens twee albums lang doet het viertal dat erg overtuigend. Bij het meer diverse, maar minder goed ontvangen Our Love to Admire (2007) loopt het groepsproces spaak. De boel lijkt daarna gladgestreken, maar na de opnamen van de nieuwe plaat Interpol verlaat bassist Carlos Denger uiteindelijk toch de band. Op de zwarte cover ligt 'Interpol’ in woord letterlijk uit elkaar en dat lijkt onbedoeld wel symbool te staan voor het gebrek aan coherentie en ideeën. Op Always Malaise zingt Paul Banks nog: 'Coming out of the ways/ Appearing out of the shade’, maar dat is schijnbaar tegen beter weten in. Zowel woorden als muziek gaan te vaak nergens heen. Pakkende uitzonderingen zijn het filmische All of the Ways of het ouderwets stuwende Lights. Helaas is het donkergrauwe geheel deze keer een te eentonig grijs vlak.

The National, High Violet, label 4AD/V2; Interpol, Interpol, label Coop/V2