Newconomy 2.0

Wat nou internetzeepbel? Met zijn steenrijke vastgoedtycoons, bedelaars, multinationals en valutaspeculanten is de economie van Second Life even virtueel als echt. Maar de ‘creatieve economie pur sang’ zal wel altijd een ‘preteconomie’ blijven, constateren onderzoekers van de Rabobank.

De in 2003 gestarte virtuele wereld van Second Life heeft volgens de makers van Linden Lab inmiddels een kleine 3,5 miljoen bewoners. Miljoenen Linden-dollars gaan maandelijks van hand tot hand. Hun waarde is in zekere zin niet minder reëel dan die van andere munteenheden. De Linden-dollar is immers inwisselbaar ten opzichte van de Amerikaanse dollar, waarbij de koers schommelt tussen de 260 en 270 L$ per US$. Valutahandelaren speculeren zelfs al op koersfluctuaties.

Bovendien, zo meldt de onderzoeksgroep van de Rabobank in een studie naar de economie van Second Life, ‘ontleent ook dit geld zijn waarde aan de algemene acceptatie door de deelnemers aan het bijbehorende economische systeem’, net als iedere andere munteenheid. En met die acceptatie zit het voorlopig wel snor. De Second Life-economie is booming.

Het BBP – of beter Bruto Virtueel Product - wordt geschat op 64 miljoen dollar. De voor zover bekend eerste Second Life-miljonair is een vastgoedhandelaarster die een aardige boterham heeft verdiend met door haar gecreëerde virtuele optrekjes. Een bedelaar wist via het spel voldoende dollars los te peuteren om zijn allerminst virtuele, torenhoge studieschuld af te betalen.

En samen met de nieuwe bewoners stromen de laatste tijd ook de bedrijven toe, zoals Philips, Toyota, Adidas, Coca Cola en Bild. Met Linden-dollars kunnen bewoners van Second Life schoenen kopen die vervolgens in de echte wereld worden thuisbezorgd. Artiesten geven virtuele concerten om hun cd-verkoop te stimuleren. En ABN Amro opende begin december als eerste Europese bank een virtueel filiaal. In de Rabobank-studie wordt zelfs al gewaarschuwd voor de mogelijkheid dat criminelen via de ongereguleerde economie van Second Life hun geld witwassen.

Kan Second Life zich daarmee tot een volwaardige economie ontwikkelen? Hoe contra-intuïtief ook, in principe is het mogelijk. Neem het voorbeeld van de mooie huizen in Second Life. Die worden nu op grote schaal gebouwd door Chinese programmeurs. Die gebouwen zijn dus geen gebakken lucht: er zit echte arbeid in, het is productie. En omdat er vraag naar is, zijn de virtuele huizen in economisch opzicht niet minder een ‘waar’ dan bijvoorbeeld een pot pindakaas.

Toch concluderen de onderzoekers van de Rabobank dat Second Life hoogstens een aanvullende ‘preteconomie’ zal blijven, ‘zij het wel een creatieve economie pur sang’. Die economie blijft voornamelijk afhankelijk van de echte dollars die in het systeem worden gepompt. Dat werkt als volgt. De volwaardige, ‘Premium’ deelnemers aan Second Life betalen maandelijks echt geld voor hun abonnement. In ruil daarvoor krijgen ze naast een lapje grond ook een wekelijkse toelage in Linden dollars. Hoe meer deelnemers, hoe meer geld er in omloop komt dus.

Voorlopig zal de virtuele economie daarom nog wel blijven groeien, wat aantrekkelijk is voor commerciële partijen. Maar de Rabobank waarschuwt voor een virtuele dollarcrisis. Zodra het aantal nieuwe inwoners van Second Life stagneert of terugloopt, komt de koers van de Linden dollar onder druk te staan.

Van bankier Linden Labs kan niet verwacht worden dat zij de virtuele munt gaat ondersteunen, en dan kan de waarde van de virtuele deviezen in rap tempo verdampen. Advies daarom van de Rabobank: ‘wil je je in Second Life behaalde winst in harde Amerikaanse dollars cashen, dan zul je er dus als één van de eersten uit moeten stappen’.

http://secondlife.com/
http://secondlife.com/whatis
http://www.rabobankgroep.nl/asp/informatiepagina/magazine_met_storyboxen.asp?node_id=14887&version_id=1