Nico leeft echt

Bij sommige voorstellingen worden folders aangeleverd waarnaar je eindeloos kunt turen. De folder van de productie Chelsea Girl, over het leven en werk van de zangeres Nico (onder meer werkzaam bij de band Velvet Underground van Lou Reed) is er zo een. Midden in de folder staan twee foto’s met een moeder en een kind. Op de bovenste houdt een vrouw (in de pose van de liefhebbende moeder) een klein jongetje vast dat doodsbang in de camera kijkt. Op de foto daaronder kijkt de duidelijk ouder geworden moeder met een lege blik van de camera weg, terwijl het kind, ook duidelijk ouder geworden, nu de poseur is geworden. Het probeert iets vrolijks uit te stralen. Het resultaat is pure wanhoop.

Midden in de voorstelling Chelsea Girl, die Carina Molier met haar ploeg over leven en werk van Nico heeft gemaakt, zit een bloedstollende scène die alles met die foto’s heeft te maken. De zoon van Nico - hij heet Ari en hij wordt prachtig gespeeld door Juda Goslinga - gaat voor een videocamera zitten (zijn gezicht wordt in close-up op een scherm geprojecteerd). Hij spreekt zijn moeder Nico (Kathenka Woudenberg) toe. De monoloog is vol van ingehouden woede. Nico heeft van haar leven een kunstwerk gemaakt: de pijn om door te gaan werd haar levenslied. De zoon zegt dat hij dat begrijpt. Maar hij legt ondertussen ook uit dat zijn moeder haar kind is vergeten. De scène is een venijnige botsing tussen de ouders uit de vrijheid-blijheid-somberheid-cultuur van de ren zeventig en een kind dat die drijfveren wel wil begrijpen, maar tegelijk niet snapt waarom hij daarom zo in de steek gelaten moest worden.
Chelsea Girl gaat niet exclusief over dié specifieke moeder-zoonrelatie, laat daarover geen misverstand bestaan. De productie heeft de mateloze ambitie de verwarring van een tijdperk te schetsen aan de hand van de loopbaan van een mateloze zangeres. Je weet als toeschouwer soms niet waar je kijken of luisteren moet. Bijna niets in de voorstelling houdt maat. Het podium is overvol (ontwerp: Pieter Smit), er is dat videoscherm (waarop een mix van live-beelden van en herinneringen aan Nico wordt vertoond), er is muziek (onder leiding van Dolf Planteijdt), links vooraan zit een bittere commentator, de manager van Nico, een briljante rol van Remco Trams, die als een nuchtere Mefistofeles het langzaam verrottende leven van zijn cliënte van onderschriften voorziet.
Wat ik zeggen wil: je ziet en hoort in Chelsea Girl op zijn minst vier voorstellingen tegelijk: het leven van Nico, het leven van haar zoon, de rotzooi waarmee de manager moet leven, en de muziek van de band.
En het mooie is: er wordt in deze productie geen moment gelogen. Alles is echt, alles ontstaat op het moment zelf. De kracht van het theater dat Carina Molier maakt is dat ze eigenlijk geen theater wil maken. Volgens mij - ik heb het niet recent gecontroleerd - houdt ze van documentaires, van live interviews, van concertregistraties, als het even kan alles door elkaar heen. Carina Molier maakt theater waar je op een aangename manier dronken, of minstens aangeschoten van raakt. Ze maakt voorstellingen waar je aan verslaafd kunt raken, die je meermalen vanuit andere perspectieven kunt gaan zien.
Chelsea Girl is wel te lang. Ergens op driekwart van de productie zit een kwartier dat er volgens mij uit moet - vanaf het moment dat zoon Ari vanaf zijn bed begint te schelden tot aan een lange monoloog van Nico. De wet van ‘Kill Your Darlings’ is Carina Molier daar even vergeten.
De finale van de voorstelling is ook te veel van het goede. Tijdens een (trouwens prachtig) nummer van de band krijgen we op het videoscherm een projectie te zien van de feiten over alle optredens van Nico. Dat vond ik overbodig, zelfs sentimenteel. Ik moest klaarblijkelijk weten wáár zij had geleden, en wát ze allemaal had gedaan. Maar daarover was ik in de voorstelling al uiterst adequaat geïnformeerd. Documentair theater heeft zo zijn grenzen. Je kunt ook te veel willen vertellen.
Er is een tournee gepland van Chelsea Girl op voornamelijk poppodia. Dat klinkt sympathiek maar het lijkt me onverstandig. Deze voorstelling verdient het in een breed theatercircuit te worden gezien. De subsidiegevers hebben weer eens vergeten daar geld voor te reserveren. Dat moet snel worden goedgemaakt. En de jury van het jaarlijkse Theaterfestival is gewaarschuwd: Kom vooral kijken!