Nie wieder kohl

OP AUTO’S en reclameborden na is Duisburg grijs. Haast ongemerkt gaat de industrie er over in woonwijken. Terwijl we wachten voor een stoplicht neemt Obelix een laatste trekje van een hasjjoint, zijn vijfde vanaf Amsterdam gerekend, en schiet de peuk tussen duim en wijsvinger door het portierraam. We slaan de Gneisenaustrasse in en houden halt voor Buchhandlung Weltbühne, die schuilgaat achter roestige tralieluiken. Bij binnenkomst rinkelt een ouderwetse bel boven de deur. Tot aan het plafond liggen boeken opgestapeld. Oververtegenwoordigd zijn Tucholsky, Marx, Lukács, Brecht en Adorno. Vanachter een bureau komt Helmut Loeven te voorschijn, een charismatische man met lange haren en een uilebril.

HET IS TWINTIG jaar geleden dat Obelix (45), die als Friedhelm Ripperger werd geboren en zijn bijnaam dankt aan zijn postuur, vanwege het milde Nederlandse drugsklimaat Duisburg voor Amsterdam verruilde. Met pijn in zijn hart zag hij hoe in Duitsland tijdens zijn afwezigheid het vreemdelingenbeleid telkens werd verscherpt, hoe extreem-rechtse partijen opbloeiden en hoe een miljoenenwerkloosheid ontstond. Hij zag kortom hoe Duitsland rechtser en rechtser werd.
Heel Duitsland? ‘Nee’, zegt Obelix. 'Een kleine nederzetting blijft moedig weerstand bieden aan de neoliberale overweldiging van bondskanselier Kohl en de zijnen.’ Een week voor de Bondsdagverkiezingen keert Obelix naar Duisburg terug, op zoek naar de kritische linkse beweging die hij in zijn jeugd nog met mestvorken door de straten heeft zien trekken.
'Kapitalisme is als een mens royaal zit te vreten en twee anderen verhongeren’, zegt Helmut Loeven terwijl hij gitzwarte koffie inschenkt. 'Als ze alledrie wat kunnen eten, heb je communisme. Helaas heeft het ware communisme nergens echt voet aan de grond kunnen krijgen. In de Sovjetunie was het gelukt, zij het dat er een constante wedijver met het Westen geleverd moest worden. Dat heeft daar de ondergang van het communisme betekend. Aan de leiders heeft het niet gelegen.’
In een ramsjbak in de hoek van de boekhandel liggen voor een prikkie de complete Werke van Jozef Stalin.
Loeven: 'Tegenwoordig wordt gezegd: dat is hetzelfde als Mein Kampf op voorraad hebben. Onzin. Wat Hitler schrijft, erger kan het niet. Bovendien, Stalin is degene geweest die Hitler tot stilstand heeft gebracht, dat moeten we niet vergeten.’
Op de rommelige toonbank staat een collectebus met het opschrift 'Bitte, für Kuba’.
'Als Fidel Castro niet zo vreselijk zou worden tegengewerkt door de Verenigde Staten’, zegt Loeven, 'had daar zeker de communistische heilstaat gesticht kunnen worden.’
LOEVEN DRIJFT de Weltbühne sinds 1968, het beruchte revolutiejaar dat een generatie idealisten deed verrijzen. Was hij in het begin een van de velen, nu is Loeven de laatste linkse boekhandelaar in het hele Ruhrgebied. Ook met het gestencilde socialistische maandblad Der Metzger, dat Loeven eveneens sinds 1968 uitgeeft, gaat het niet goed. De oplage is de laatste jaren ineengeschrompeld.
Loeven: 'Het is vechten tegen de bierkaai. We leven in een land dat zijn fascistische wortels nooit heeft uitgetrokken. Kohls CDU beschouw ik als een regelrechte voortzetting van het nazi-regime. Ik geloof niet dat de verkiezingen daar verandering in zullen brengen. Van de SPD valt niet veel te verwachten, die partij heeft haar socialistische idealen verkwanseld. Niet voor niets is Gerhard Schröder het lievelingetje van de machtige industriële lobby in dit land. Ook De Groenen van Joschka Fischer zijn afgeschreven. Ze zijn regierungsfähig en maken zich over een atoomtransportje meer of minder niet druk. Ze hebben compromissen gesloten in ruil voor een machtspositie. Toch, als de Duitsers opnieuw voor Kohl kiezen, dan ga ik iedereen op straat voor gek verklaren.’ Loeven slaat met zijn vuist op tafel en brult: 'Er redet nur Quatsch.’
Er komt een dame de winkel binnen. Ze vraagt om Stephen King.
'Is het niet om te huilen’, zegt Loeven als hij de vrouw naar buiten heeft gewerkt. 'Zoiets kan mij zo kwetsen. De mensen zijn afgestompt geraakt. Al jaren is hier geen student meer binnen geweest. Ik heb wel eens met een kraam op de universiteit gestaan. Ze liepen me straal voorbij.’ Het moet lang geleden zijn geweest dat Loeven een joint rookte. Met bevende vingers brengt hij de smeulende Nepal van Obelix naar zijn lippen.
DE VOLGENDE OCHTEND hebben we een afspraak met de 76-jarige Karlheinz Winstermann van de Vereinigung der Verfolgten des Naziregimes (VVN). In een noodgebouw naast een basisschool heeft de VVN een permanente tentoonstelling ingericht die Duisburgers met holocaustverschrikkingen wil confronteren. Aan de muur hangt indringend beeldmateriaal, in vitrines liggen jodensterren, een pak uit een concentratiekamp en enkele uitgetrokken tanden.
'Bezoekers komen hier nauwelijks’, zegt Winstermann, die hard moet praten om de joelende kinderen op het schoolplein te overstemmen. 'Duitsers hebben grote moeite met het accepteren van de gruweldaden uit het verleden. Dat merk je al bij het aanvragen van subsidie, zo lang als we daar niet op hebben moeten wachten. Duitsers willen ook helemaal niet verwerken. Er vliegen hier regelmatig stenen door de ramen. Het schoolbestuur? Dat wil niks met ons te maken hebben. Ze schijnen vaak klagende ouders aan de lijn te hebben die niet weten hoe ze hun kinderen moeten uitleggen wat er gebeurd is. De jeugd van nu groeit onwetend op.’
Behalve foto’s van brandende synagogen hangen er foto’s van een brandende Rijksdag. Winstermann: 'Als communist ben ik nog altijd apetrots op die daad. Ik hoef maar naar die foto te kijken en de Internationale schalt door mijn hoofd. Communistisch zal ik blijven tot mijn dood. Ondanks alle tegenslag. Hoewel ik vijftig jaar heb geloofd in de Duitse Democratische Republiek en daarin teleurgesteld ben. Toen de Muur viel heb ik gehuild, dat mag u best weten. Nachten heb ik wakker gelegen. Toch is het communistische basisprincipe in mij ongeschonden gebleven. Er zaten gewoon te veel economen in de DDR-partijleiding, denk ik altijd maar. Zo is het kapitalisme erin geslopen.’
Winstermann maakt bezwaar als Obelix een joint wil opsteken en zet dan zijn betoog voort. 'Van de verkiezingen verwacht ik weinig tot niets. Als je bedenkt dat de SPD Daimler-Benz, Siemens en BMW heeft gepaaid met het vooruitzicht geen belasting te hoeven betalen, als je bedenkt dat de CDU de laatste jaren gaten heeft geslagen om al die lui die zo extreem veel verdienen naar Luxemburg te helpen en als je bedenkt dat de kleine man ondertussen krom ligt. Met de Duitse economie gaat het goed. Hoe komt dat? Omdat de kleine man ontslagen wordt en wordt uitgebuit. De arbeidsomstandigheden op sommige plekken in dit land zijn ronduit schrijnend.’
Na de oorlog, toen het allemaal goed leek te komen is het misgegaan. Winstermann: 'Socialisten en communisten sloegen de handen ineen. Nie wieder Krieg was het motto. Ik herinner me het nog goed. Het fascisme zou definitief uitgeroeid worden. Maar direct al werden we tegengewerkt door de geallieerden. Met name Engeland en de Verenigde Staten, die alles wat naar communisme rook gefrustreerd hebben. Daardoor hebben we geen krachtige vuist kunnen maken en zijn hoge nazi-bonzen op hun plek blijven zitten.’
In verband met immer aanwezige inlichtingendiensten durft Winstermann geen sympathie voor de Rote Armee Fraktion (Raf) uit te spreken. 'De Raf heeft een kapitale fout gemaakt. Daardoor heeft de staat roekeloos kunnen optreden tegen alle linkse bewegingen.’
WEER IN DE auto zegt Obelix: 'Hij is zeker geen oude hippie, maar het zijn mensen als Winstermann geweest waar wij ons in '68 mee identificeerden. De beweging in Duisburg ontstond rond het onafhankelijke jongerencentrum Eschhaus in de Niederstrasse. Daar werd kritisch toneel opgevoerd en kritische film gedraaid. We begonnen voorzichtig met acties. Stempelautomaten plakten we dicht als protest tegen de hoge kosten in het openbaar vervoer. Hier en daar brachten we een leus aan. Al snel verruwden we. Er waren jongens bij die vernielingen gingen aanrichten op legerplaatsen. Er schijnen zelfs contacten met de Raf en de PLO te zijn geweest, hoewel ik mij daar verre van gehouden heb.’
IN DE Realschulstrasse bevindt zich het Duisburger Institut für Sprach- und Sozialforschung (DISS). Na lang bellen doet onderzoeker Martin Dietzsch aarzelend open. 'Vergeef mijn argwaan’, zegt hij binnen. 'In deze staat heerst een fascistische continuïteit. Vanochtend hebben we opnieuw te maken gehad met dreigtelefoontjes.’
Het DISS is een onafhankelijk instituut dat onderzoek doet naar zogenaamd Altagsrasismus in het Duitsland van de jaren negentig. Dietzsch: 'We hebben ons van de universiteit afgescheiden omdat er van overheidswege geen geld vrijgemaakt wordt voor onderzoek naar racisme. Volgens de CDU van Kohl is dat weggegooid geld. Er is immers geen racisme in Duitsland.’
Dietzsch werpt enkele exemplaren van Bild op tafel. En een aantal kranten met titels als Deutsche Stimme en Das Ostpreukenblatt, die in gotische stijl zijn opgemaakt. 'In Bild begint het al’, zegt Dietzsch. 'Over de brand in de Vietnamezenflat in Rostock wordt een beetje jolig gedaan. Je ziet in al die kranten CDU-minister Seitas uitgebreid geciteerd worden. Seitas had verklaard dat de Vietnamezen daar aan het inbreken waren. Zo van: eigen schuld. De dag erop was er een grote demonstratie van linkse opposanten. Daarbij zijn mensen van de Antifa opgepakt. Ze brachten de staatsveiligheid in gevaar, schrijft Bild dan in een commentaar. Hoe is dat mogelijk, na een racistische aanslag die herinneringen oproept aan de pogromnachten van eind jaren dertig.’
De jaren op het instituut hebben van Dietzsch een somber man gemaakt. 'Wij beschikken over keiharde bewijzen van een dooretterend nazisme in dit land. De laatste jaren bespeur ik onder Duitsers een zekere vertrouwdheid met het fenomeen. Er zijn huiveringwekkende parallellen tussen de stemmingmakerij rond moslims nu en joden toen. Er is opnieuw een grote zondebok.’
VOORAL ENQUEêTES leveren volgens Dietzsch een schat aan informatie op. 'Veel Duitsers zeggen: ik heb niks tegen buitenlanders maar die hoofddoekjes, dat slaat nergens op. Veel representanten zeggen ook: natuurlijk moet Duitsland vluchtelingen opnemen, maar laat ze wel in centra verblijven zodat ze snel terug kunnen als het veilig is. Opnemen in de samenleving is volgens velen niet nodig.’
Met de conclusies van Daniel Goldhagen in zijn boek Hitlers gewillige beulen is Dietzsch het op bijna alle punten eens. 'Maar dat Goldhagen concludeert dat het na '45 voorbij is met die publieke steun, waag ik te betwijfelen. Het fascisme is nog altijd daar.’
Dietzsch gelooft geen snars van de opiniepeilingen die voorspellen dat de drie extreem-rechtse partijen DVU, NPD en de Republikaner respectievelijk twee, anderhalf en één procent van de stemmen zullen krijgen. 'Bij de deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt haalde de DVU uit het niets dertien procent van de stemmen. Er was geen opiniepeiling waarin dat voorzien was. Veel ontevreden SPD'ers lopen over naar de extreem-rechtse partijen. Dat komt omdat ze beschouwd worden als fatsoenlijke, democratische groeperingen. Dat bleek twee weken terug ook met de deelstaatverkiezingen in het ultraconservatieve Beieren, die beschouwd worden als een belangrijke graadmeter voor de Bondsdagverkiezingen. De DVU had het op een akkoordje gegooid met de CSU, de zusterpartij van de CDU. Ze hebben afgesproken zich niet kandidaat te stellen omdat ze erop vertrouwen dat de CSU hun belangen wel behartigt. Dat zullen ze ook wel doen. De CSU heeft de ouders van een jonge Turkse delinquent het land uit willen zetten. Mensen die al dertig jaar in München wonen.’
Dietzsch gelooft niet dat de verkiezingen van volgende week iets kunnen veranderen aan de lugubere koers die Duitsland volgens hem vaart. 'Waarschijnlijk verhevigt het de ontwikkeling. De CDU gaat inleveren, de SPD gaat profiteren, zoveel is duidelijk. Waarschijnlijk zal het aankomen op een coalitie met De Groenen. Dat is precies wat extreem rechts wil. De DVU heeft verklaard dat ze het liefst Schröder als kanselier heeft, omdat ze zich onder hem net iets beter kan profileren dan onder Kohl.’
DE WOORDEN van Dietzsch hebben Obelix somber gestemd. ’s Avonds in Biergarten Oase komt hij na enkele glazen tot een bulderende slotsom. 'Wil er ooit een einde komen aan die fascistische ziekte, dan dient het kapitalisme te worden vernietigd. Kapitalisme draagt automatisch fascisme met zich mee.’ Een Joegoslavische arbeider die aan de hoek van de toog op een picture viewer blootplaatjes bekijkt, kijkt verstoord op.
De volgende ochtend rijden we over de Brücke der Solidarität, waar in 1988 oproer uitbrak nadat een grote staalfabriek tot massaontslag overging. Obelix: 'Er kwam geen verkeer meer door. Er was geen politiemacht die die kracht had kunnen breken.’ Beneden stroomt de Rijn, tot aan de horizon begeleid door hoge schoorsteenpijpen die een veelkleurige rook over Duisburg uitspreiden.
We belanden in de Gellerstrasse, waar de 65-jarige Inge Holzinger woont. Holzinger is voorzitter van het Freundgesellschaft BRD-Kuba, en in die hoedanigheid komt zij eens in de maand de collectebus in de boekhandel van Helmut Loeven legen. 'Het komt steeds vaker voor dat de collectebus leeg is gebleven’, zegt Inge Holzinger. 'Ook de andere inzamelingsacties lopen de laatste jaren spaak. We hebben het nog een tijdje geprobeerd met Cubaanse cocktails op straatfeesten, het leverde niks op. Vroeger haalden we gemakkelijk duizend mark in de maand binnen. Daar kochten we medicijnen voor. De Cubaanse bevolking lijdt heviger dan ooit onder de Amerikaanse boycot. We zitten met de handen in het haar. We adopteren in Havana sinds jaar en dag een ziekenhuis, een astmacentrum en een gehandicapteninstelling. Het is onduidelijk of we dat nog wel kunnen volhouden. Ons ledenbestand is praktisch uitgehold. Zes mensen in een stad met 500.000 inwoners! Het zijn droevige tijden.’
In een lijstje in een eikehouten kast kijken Fidel Castro en Che Guevara fier voor zich uit. Holzinger: 'Het gedachtengoed van de generatie van '68 slaat niet meer aan. De jongeren van nu zijn alleen bezig met hun eigen problemen. De individualisering en de verrechtsing doen initiatieven als het Freundgesellschaft de das om. Ik houd de regering Kohl daar rechtstreeks verantwoordelijk voor. Er wordt gedacht in geld, meer niet.’
Om te overleven ziet het Freundgesellschaft BRD-Kuba zich gedwongen ook op andere manieren in de kijker te lopen. Holzinger: 'We zijn nu bezig met een actie tegen mijnen. Daar liggen de groeimogelijkheden. Verder zijn we in zee gegaan met diverse vredesbewegingen en de Antifa. Liefst zouden we ons tot Cuba beperken. Cuba is een model voor elk land, dat is mijn rotsvaste overtuiging. Castro is en blijft het voorbeeld van de ideale staatsman.’
IN KULTURZENTRUM Fabrik in de Grabenstrasse is het zaterdagavond een drukte van belang. Tientallen leden van de Antifa staan driftig met elkaar te discussiëren. Vanmiddag hebben 3500 neonazi’s de straten van Rostock onveilig gemaakt. Op de plek waar skinheads in augustus 1992 een flat vol Vietnamezen in brand staken, heeft Udo Voigt van de NPD een uitzinnige menigte toegesproken. Van een krachtig antifascistisch tegenoffensief is nauwelijks sprake geweest. Veel bussen met Linken werden door de politie teruggestuurd. Ook een afvaardiging van de Duisburgse Antifa heeft halverwege rechtsomkeer moeten maken.
Antifa-woordvoerder Heinrich B.: 'Het is duidelijk dat de politie en de rechterlijke macht aan de zijde van de Glatzen staan. We zijn het gewend. Altijd proberen we de plek te bereiken om direct en effectief de nazi’s te bestrijden. Soms lukt het, vandaag niet. Volgende keer beter.’
De Antifa meent dat de val van de Berlijnse Muur de schuld van alles is. B.: 'Het is oorzaak nummer één van de explosieve groei van extreem rechts de laatste jaren. NPD, DVU en de Republikaner hebben het handig gespeeld. Ze zijn met onze socialistische 1 mei-viering aan de haal gegaan en hebben zo een hoop arbeiders voor hun kar weten te spannen. Een andere fout is geweest dat na de aanslag op het Vietnamhuis vijftien militante nazi-groeperingen van de ene op de andere dag verboden zijn verklaard. Hun aanhang smolt samen met de NPD, die nu de machtigste nazi-partij is.’
Volgens B. heeft extreem-rechts in voormalig Oost-Duitsland een grote aantrekkingskracht op schoolgaande jeugd. 'Een kale kop, bomberjack en kisten is daar hip.’ Aan een van de muren hangt een vlag met het logo van de Rote Armee Fraktion. B.: 'De overeenkomsten tussen de Antifa en de Raf zijn groot. De Raf strekt de Antifa als voorbeeld. Niet de vraag óf we geweld moeten gebruiken, maar de vraag hóe we geweld moeten gebruiken zou het enige punt van discussie kunnen zijn.’
Op de leestafel ligt een pamflet waarop de Antifa een discussieavond aankondigt. Er moet een standpunt inzake de kwestie joden-Palestijnen worden gevonden. B.: 'Voor de Antifa is het altijd een groot dilemma geweest. We hebben, net als de Raf in het verleden, grote bewondering voor de Palestijnse gedachte. Probleem is dat we dan gelijk de joden in de ban doen. En dat ligt gevoelig met de Tweede Wereldoorlog in het achterhoofd.’ B. zal net als bij voorgaande verkiezingen zondag niet naar de stembus gaan. 'Ik werk mee aan het laag houden van de opkomst.’
NET ZO GEVOELIG als de kwestie joden-Palestijnen ligt voor de Antifa de kwestie Turken-Koerden. Kalle Schröder van Kurdistan Solidarität doet al tijden moeite om de Antifa bewust te maken van het Koerdische vraagstuk. Schröder: 'Ik ben niet geliefd hier. Diverse malen ben ik bedreigd door Antifa-leden. Ze vinden dat Koerden nationalisten zijn en dat ze net zo veel bloed aan hun handen hebben als het Turkse leger. Als ik hier een pamflet aan de muur hang, is het er de volgende dag afgescheurd. Op het toilet worden mijn leuzen doorgestreept als de inkt nog nat is.’
In Duisburg wonen zo'n zestienduizend Koerden. Met hulp van Schröder proberen ze bij de Antifa in de gunst te komen. Schröder: 'Omdat de PKK hier verboden is, is het voor Koerdische mensen moeilijk om samen te komen. De politie doet gelijk een inval als er ergens iets wordt belegd. Een aantal Koerden hier in de straat is toen in hongerstaking gegaan. Als ik naar de Fabrik fietste zag ik ze zitten. Op een keer ben ik afgestapt en heb ik hun verhalen aangehoord. Sindsdien zet ik me in voor hun belangen.’
OBELIX BLIJFT tot zondag in Duisburg. Omdat hij officieel nog in Duitsland woont is hij opgeroepen voor de verkiezingen. Net als Helmut Loeven, Karlheinz Winstermann, Inge Holzinger en Martin Dietzsch gaat hij stemmen op de PDS, de opvolger van de eenheidspartij die veertig jaar lang de DDR regeerde.