Niebla

Trekkingsrecht, voortzettingscapaciteit, escalatiedominantie, VBL – jargon zorgt voor veel mist. Terwijl de politiek nu eens duidelijke woorden moet spreken over asielzoekers.

‘Daar is geen woord Spaans bij.’ Waarschijnlijk wordt deze uitdrukking op het Binnenhof zo vaak in de mond genomen omdat juist van het tegendeel sprake is en er spreekwoordelijk heel wat Spaans wordt gesproken. Het hilarische en tegelijkertijd kritische theaterstuk Kunsthart van Mugmetdegoudentand neemt dat soort jargon op de hak. Probeer het eens in gewoon rond Hollands? Ineens is er dan sprake van een mond vol tanden. Geen gouden overigens.

Als u het woord trekkingsrecht hoort, denkt u vast met een loterij te maken te hebben. Fout. In Den Haag hoort het woord thuis in de discussie over het persoonsgebonden budget (pgb), die vorige week een nieuw hoofdstuk beleefde in de Tweede Kamer. Het is pijnlijk om op de site van de Sociale Verzekeringsbank te lezen wat het betekent: ‘Het Servicecentrum pgb beheert vanaf 1 januari 2015 uw pgb. Het budget staat dan op onze rekening, maar u houdt de regie. Trekkingsrecht heet dat.’

Laat ik zo zeggen: er moet nog heel hard aan getrokken worden voordat deze woorden bewaarheid zijn. Sommige zorgverleners zitten al maanden te wachten op geld uit die pgb-budgetten, geld waarvoor ze hebben gewerkt bij mensen die hun hulp nodig hebben. Degenen met dat trekkingsrecht dus. Van eigen regie is bij hen wat het onderdeel ‘op tijd betalen’ betreft geen sprake.

Voortzettingscapaciteit is ook zo’n jargonwoord. En wat denkt u van escalatiedominantie. Dat komt uit de defensiehoek. In rond Hollands betekent het: het Nederlandse leger is zo uitgekleed dat het niet lang achter elkaar kan vechten omdat er daarvoor te weinig militairen zijn, bovendien kan het leger ook de hevigheid van de strijd niet opvoeren en daarmee de vijand aftroeven, omdat de benodigde zwaardere wapens er eenvoudigweg niet zijn. Buitengewoon zorgelijk, vindt de Adviesraad Internationale Vraagstukken. Daarom pleit deze raad voor meer geld voor defensie, zo bleek vorige week.

Ook afkortingen zijn erg in trek. vbl. Dat komt uit de bed-bad-brood-discussie: vrijheidsbeperkende locatie. Wie niet beter weet, denkt dat daarmee een gevangenis wordt bedoeld. Dat is het in zekere mate ook: vreemdelingen – want voor hen zijn de vbl’s bedoeld – mogen de locatie wel uit, maar ze mogen niet verder lopen dan de gemeentegrens. Kort voordat de Kamerleden aan hun twee weken durende meivakantie begonnen, viel de afkorting regelmatig tijdens het debat over het compromis dat de regeringspartijen vvd en pvda na langdurig en heftig beraad hebben bereikt over wat te doen met uitgeprocedeerde asielzoekers die toch in Nederland verblijven. Op straat laten zwerven of toch opvangen?

Kan jargon veel mist veroorzaken, onwetendheid over regel­geving kan dat ook

Kan jargon veel mist veroorzaken, onwetendheid – al dan niet gespeeld – over wet, regelgeving en de daaraan verbonden dagelijkse praktijk kan dat ook. Geweldig om te gebruiken als de politieke verschillen veel kleiner zijn dan je als politicus misschien zou willen. En in het Nederlands parlement zijn de verschillen vaak klein.

En hoe moet je als oppositiepartij dan manoeuvreren? Als je net als de regeringspartijen vindt dat een uitgeprocedeerde asielzoeker die terug kan keren naar zijn land van herkomst ook daadwerkelijk terug moet? Want daarmee zeg je als oppositiepartij dus ook het omgekeerde: voor wie terug kan maar niet wil, is hier geen opvang. Voor de goede orde, dit uitgangspunt geldt voor zoveel oppositiepartijen dat je voor hun Kamerleden bed, bad en brood niet zou willen bekostigen. Bovendien weten al deze oppositiepartijen dat voor uitgeprocedeerden die echt niet terug kunnen er al opvangregelingen zijn.

De oppositie kreeg vorige week dan ook niet veel spelden tussen coalitiegenoten vvd en pvda. Als ze eerlijk zouden zijn moeten de oppositiepartijen die pleiten voor een humanere opvang eigenlijk beamen dat dit akkoord tussen vvd en pvda beter is dan het reeds bestaande. Bij het huidige bestuursakkoord over deze groep uitgeprocedeerde asielzoekers is er voor hen alleen opvang als ze al bij de poort van de opvanglocatie, dus vanaf dag 1, toezeggen te zullen meewerken aan terugkeer. In de bedbadbrood-regeling die het kabinet nu voor ogen heeft, kunnen ze opvang krijgen zonder bij de poort meteen ja of nee te hoeven zeggen tegen meewerken aan hun vertrek.

En ja, als vvd-fractievoorzitter Halbe Zijlstra, die nou niet bepaald om opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers staat te springen, dan ook nog zegt dat deze echt niet onder de brug hoeven te slapen als de kou hun tenen doet bevriezen, dan wordt oppositie voeren wel heel ingewikkeld. Dan kun je bedbadbrood en noodopvang nog door elkaar gaan halen en doen alsof je niet begrijpt dat het eerste is voor de uitgeprocedeerden en het laatste voor iedereen in Nederland die in een winternacht op straat zijn thuis heeft, oftewel de ‘ouderwetse’ zwerver, of die nou legaal in Nederland is of niet. Maar een goed en vooral helder debat over asielzoekers, vluchtelingen en illegaal hier verblijvende uitgeprocedeerde asielzoekers levert het niet op.

Dat zou misschien ook alleen kunnen als er rigoureus wordt gekozen voor ‘niemand is illegaal’ of het omgekeerde: illegaal, dan ook geen enkele opvang. Maar daar kiest geen enkele partij voor.

Het was pvda-fractievoorzitter Diederik Samsom die eigenlijk de meest verhelderende woorden sprak: ‘Zolang het hier vrij, welvarend en vredig is en daar onderdrukking, armoede en oorlog heerst, zullen mensen blijven komen en zullen wij blijven discussiëren over de vraag wat de beste manier is om daarmee om te gaan. Ik denk dat dit na vandaag nog wel even zal doorgaan.’ Daar was geen woord Spaans bij.