Niemand gunt elkaar de ruimte in Guinee

Conakry – ‘Chauffeur! Doucement!’ De omvangrijke dame voor in de taxi brulde het uit. Banden gierden. Lichamen schoten naar voren, plastic zakken met etenswaren schoven over de vloer van de volgepropte auto: twee passagiers voorin, vier achterin. Plus de chauffeur, die in een wedstrijd verwikkeld was met een wrakkig minibusje naast hem en daardoor niet zag dat een ander busje recht voor hem was opgedoken. De brul van de dame redde zeven levens.

Wie in de Guinese hoofdstad Conakry op tijd op het werk wil komen staat om vijf uur ’s ochtends op, vecht zich tussen zes en zeven in een taxi in en hoopt ergens tussen negen en tien uur levend aan te komen. Alles is een race en niemand gunt elkaar een centimeter ruimte.

Wat op de weg geldt, gaat ook op voor de politiek.

Neem de president, professor Alpha Condé. Hij bestreed en overleefde 52 jaar lang tirannie en militair wanbestuur en won ruim twee jaar geleden nipt de verkiezingen. Zijn tegenstrever heet Cellou Dalein Diallo, een econoom, ex-minister en ex-premier. Twee intellectuelen die geen duimbreed voor elkaar willen wijken.

Toch mocht er halverwege februari tot ieders verbazing ineens wel een grote oppositiemars gehouden worden. Die werden altijd van overheidswege verboden. De optocht verliep zonder incidenten. Hoe kon dat?

Het antwoord ligt wellicht in een bos in buurland Liberia. Daar stortte een week voor de demonstratie een vliegtuig neer. Voornaamste inzittende: de chef-staf van het Guinese leger, vertrouweling van de president en de man die het gewapend zooitje ongeregeld, gevreesd en geminacht door het Guinese publiek, moest helpen omvormen tot een republikeinse strijdmacht. Het leger is de gemeenschappelijke vijand van de twee kemphanen Condé en Diallo. Ze mogen elkaar het licht in de ogen niet gunnen maar niemand wil terug naar de militaire regimes van vroeger.

De dood van de generaal liet weer eens zien dat de luchtvaart onder dezelfde anarchie lijdt als het verkeer in de hoofdstad. Ruim negen jaar geleden, op Eerste Kerstdag 2003, vloog een overladen Boeing uit Guinee na een tussenstop in Cotonou (Benin) tegen een gebouw. Er vielen 141 doden. De minister van Transport verklaarde dat de papieren van het toestel in orde waren. Vingers wezen, terecht zo bleek later bij onderzoek, naar de lakse autoriteiten. De naam van die minister was Cellou Dalein Diallo.