Niemand heeft de wijsheid

HET IS niet zó lang geleden dat Frits Bolkestein in de rechterhoek werd gezet vanwege zijn zorgen over immigratie en integratie. Of dat Pim Fortuyn werd aangemerkt als een gevaar voor de samenleving. Met een scherp gevoel voor politieke correctheid claimden met name linkse partijen jarenlang een morele superioriteit.

En nog altijd gebeurt het zo nu en dan dat iemand die sceptisch is over immigratie wordt weggezet als hele of halve fascist. Als het niet in Nederland is, dan wel in Duitsland. Zie de reacties na de publicatie van oud-Bundesbank-bestuurder Thilo Sarrazin. Half Duitsland, met de intellectuele voorhoede op kop, viel over hem heen na zijn opmerkingen over het opleidingsniveau van immigranten.

Terecht dat Nederland dit station gepasseerd is en dat de morele superioriteit van ‘links’ is begraven. Er mag immers geen dedain zijn over zorgen die burgers nou eenmaal hebben. Of het nu is over criminaliteit, werkgelegenheid, gezondheidszorg, leefbaarheid of lokaal bestuur.

Maar de toon van het debat kan ook omslaan. Als de website geenstijl.nl op 3 oktober refereert aan het door de Vara gefinancierde joop.nl heet die website ‘het omstreden linkspodium, waar antisemieten en Hamas-aanhangers als Anja Meulenbelt, Harry van Bommel en René Danen, ruim baan krijgen voor hun zieke terreuropinies’. Mensen die voor reductie van CO2-uitstoot zijn lijden aan ‘blind milieufascisme’. PVDA'ers zijn bij voorbaat ‘pedante en paternalistische regenten’. Enzovoort.

Het mag allemaal gezegd worden, dat is het punt niet, maar er zit, behalve onverholen boosheid en frustratie, iets vreemds in die felle reacties en consequent toegepaste labels. Mensen die pleiten voor gematigdheid worden weggezet als laffe honden die de problemen niet willen benoemen. Mensen die liever binden dan polariseren zijn slappelingen, capitulerende theedrinkers, struisvogels die hun kop in het zand steken voor de nakende islamisering. De moral high ground, lang het terrein van ‘de Linksmensch’ (om in geenstijl-termen te blijven) is geclaimd door de overkant.

Het is tamelijk polariserend, soms ongemeen fel en af en toe zelfs dreigend (tegenover linkse politici). In een essay schrijft Ian Buruma deze week (pagina 22) dat ‘mensen die gematigdheid en tolerantie propageren en menen dat we moslims moeten accepteren als medeburgers, worden weggezet als “verzoeners” en “collaborateurs”, alsof ze de Chamberlains en Halifaxen van vandaag waren’. En dat is volgens hem contraproductief. Het helpt bepaald niet mee om ‘onze vrijheid te verdedigen tegen extremisten’. Beleefdheid of begrip is niet hetzelfde als capitulatie, integendeel. Buruma pleit voor het liberalisme als antwoord - in de humanistische zin van het woord, niet als economische laissez-faire; juist liberalen moeten pal staan voor (individuele) vrijheid, gematigdheid en verdraagzaamheid.

En dan graag zonder daarbij morele superioriteit te claimen. Want geen enkele partij zou moeten pretenderen de wijsheid in pacht te hebben. Links niet, maar rechts ook niet.