COMMENTAAR

Niemand veilig in de kunst

Vorige week werden in Engeland de kunstbezuinigingen bekendgemaakt door de Arts Council. The Guardian reageerde met eenlive-blog, waar dagenlang elke ingetrokken pond door kunstenaars, critici en politici tegen het licht werd gehouden. Premier David ­Cameron zei dat de bezuinigingen onvermijdelijk en noodzakelijk zijn, maar ook, in een moment voor de BBC-camera’s, dat hij meeleefde met de getroffen kunstenaars.

Medium groene commentaar kunst

Of hij het meende is een tweede, maar zelfs onoprechte politesse is meer dan de Nederlandse kunstwereld van premier Rutte heeft gekregen. Die laat het liever over aan zijn staatssecretaris Halbe Zijlstra, die de tweehonderd miljoen aan bezuinigingen (op een ­totaal van negenhonderd) met animo lijkt te verdedigen. En met een zekere Tefalachtige kwaliteit, want alle kritiek van buiten glijdt vooralsnog van hem af, zo zeer dat hij al enige maanden steeds verder van het regeerakkoord lijkt af te drijven. Want daar staat toch echt, als openingsstatement bij het kopje ‘cultuur’: 'De overheid schept condities op het gebied van kunst en cultuur die de kwaliteit verhogen en de toegankelijkheid waarborgen.’ Dat is niet Zijlstra’s inzet in het debat, zijn primaire pleidooi is dat de toegankelijkheid moet worden verhoogd (geen rijen voor de kassa: geen bestaansrecht, of in ieder geval geen subsidie). En over die kwaliteit? Daarover hoor je Zijlstra nauwelijks, behalve als onvervalst cultuurrelativist: als je Frans Bauer leuk vindt, is dat kwaliteit.

Een van de belangrijkste teksten in het debat tot nu toe verscheen vorige week, in de vorm van de 'discussienota’ Minder waar het kan, beter waar het moet, van het (kunst)sectorbrede overlegorgaan De Tafel van Zes. De taal van de nota is niet scherp, soms vaag, maar komt, op een paar essentiële uitzonderingen na, verrassend tegemoet aan de kabinetsplannen (kunst moet meer op zoek naar private financiers, meer marktontwikkeling, meer interne samenwerking). Vanuit de kunstwereld is er inmiddels al een flinke hoeveelheid kritiek op de nota (pdf), en, als toonbeeld van de versnippering in de kunstwereld is er binnen de Tafel van Zes ook al gerommel.

Zelfs als je het oneens bent met de aanbevelingen, de waarde van de Tafel van Zes zit ’m in het diplomatieke element. In de clash tussen het rechtse kabinet en zijn nog veel rechtsere gedoogpartners met de vooral linkse intellectuele elite zijn de kunstplannen ground zero ­geworden, de plek waar 'nihilistisch marktdenken’ botst met 'multi­culti vingerverven’. Zijlstra heeft een baggermolen over zich heen ­gehad, en heeft op zijn beurt dingen geroepen die bestuurder onwaardig zijn ('In de kunst is niets of niemand meer veilig’ - stel je voor dat een minister van Volksgezondheid dat zou zeggen), maar wie het scherpst, het grappigst, het meest vilein is, doet er eigenlijk niet toe.

Uit de nota van de Tafel van Zes spreekt niet het verlangen het debat te winnen met argumenten, maar het debat te vervormen, naar een gesprek waar de rol van kunst in de maatschappij onmiskenbaar is. En niet weg te relativeren.