Niemand weet hoe het verder gaat

K. Schippers, De bruid van Marcel Duchamp. € 18,95

Toen K. Schippers rond 1960 kennismaakte met het werk van Marcel Duchamp (1887-1968) was dat het begin van een levenslange fascinatie voor de grootste rebel van de kunstgeschiedenis, de man die de ready-made introduceerde, bestaande voorwerpen die hij als kunst presenteerde (een fietswiel op een keukenkrukje, een urinoir). Dit sloot aan bij wat K. Schippers in het mede door hem opgerichte tijdschrift Barbarber praktiseerde: aandacht voor het alledaagse, het onopvallende. Een beroemd nummer van Barbarber bestond bijvoorbeeld geheel uit stalen behangpapier. ‘Iets tonen wat aan je aandacht ontkomt.’ Zo formuleert hij het in zijn nieuwe boek, De bruid van Marcel Duchamp. Duchamp ontkwam bepaald niet aan K. Schippers’ aandacht, maar leven en werk van deze persoon ontsnapten hem desondanks telkens weer, wat ertoe leidde dat hij letterlijk op pad ging om dichter in de buurt te komen.
De bruid van Marcel Duchamp is in belangrijke mate het verslag van zijn reizen naar misschien wel twintig adressen waar Duchamp gewoond heeft of een tijdje verbleef (zijn geboortegrond Normandië, Parijs, New York, Spanje), waarbij het toeval vaak een beetje helpt. Zo staat hij in de 11de straat in New York voor het gebouw waar Duchamp zijn laatste studio had, als een man hem vraagt of hij ergens mee kan helpen. Ik zoek de studio van Marcel Duchamp, zegt K. Schippers. Hij was mijn huurder, zegt de man, kom maar mee. En als hij in de Jura op zoek is naar het geboortehuis van Gabrielle Buffet-Picabia, blijkt daar een nicht te wonen die zich nog goed herinnert dat haar tante haar vertelde over de komst van Picabia, Apollinaire en Duchamp naar het huis in 1912 - de reden voor K. Schippers’ bezoek. Zo zijn de reisverslagen vooral ook de aanleiding om talloze zijpaden in te slaan, naar tijdgenoten als Picabia, Marianne Moore, John Cage, Merce Cunningham, Piet Mondriaan of Nelly van Doesburg - die allemaal weer leiden naar Duchamp, of hem in ieder geval omcirkelen. Doordat K. Schippers in zijn reisverslagen de chronologie heeft losgelaten, en je van een Normandisch adres uit 1908 doorschiet naar de New Yorkse 14e straat in de jaren vijftig en weer terug naar de Rue Larrey nummer 11 in Parijs, krijgt het boek zelf ook iets ongrijpbaars, alsof al die voorvallen in en rond het leven van Duchamp in het voorbijgaan maar even worden aangeraakt, geheel in de stijl van de meester zelf, waardoor dat leven één grote gistende wordingsgeschiedenis is. Nee, dit is geen boek voor kunsthistorici die alle gegevens graag op een rijtje zouden willen hebben. Je moet niet alles willen onthouden, je moet je laten meevoeren door K. Schippers’ onnavolgbare pen. De lezing van het boek wordt dan een diepe belevenis.
Dat laat onverlet dat De bruid van Marcel Duchamp het verslag is van nog een andere speurtocht: wie was nu eigenlijk die bruid van Duchamp die, los van de ready-mades, zo'n prominente plaats inneemt in zijn werk? Allereerst is zij het hoofdonderwerp van zijn grote glaswerk La Mariée mise à nu par ses célibataires, même (De bruid ontkleed door haar vrijgezellen, zelfs), waaraan hij in 1912 begint en dat hij in 1923 voor 'definitief onvoltooid’ zal verklaren. Zij keert nog een keer terug in het andere grote werk van Duchamp: Étant donnés: 1e la chute d'eau, 2e le gaz d'éclairage (Gegeven: 1e de waterval, 2e het lichtgas), een installatie waaraan hij vanaf 1946 tot aan zijn dood in het diepste geheim gewerkt heeft en waarbij je door twee gaatjes in een oude schuurdeur moet gluren om het volle zicht te krijgen op een liggend naakt met een gaslamp in haar hand en op de achtergrond een heuse waterval. In 1912 reist Duchamp plotseling af naar München om de schilder Max Bergmann op te zoeken. K. Schippers probeert ze op straat te volgen, want hij weet het adres niet waar Duchamp een paar maanden zou verblijven. Hij rust even uit in een café - ze komen hier misschien zo wel langs - en hoort dat dit een tijdje het stamcafé van Hitler is geweest (en dat diens latere hoffotograaf ook Duchamp heeft gefotografeerd). In München maakt Duchamp zijn laatste schilderijen (daarna geeft hij de schilderkunst op), drie bruiden, waarvan er één in gewijzigde vorm op het Grote Glas terecht zal komen. K. Schippers is ervan overtuigd dat er voorafgaand aan de reis naar München iets ingrijpends gebeurd moet zijn, een dramatische liefdesgeschiedenis die de bron moet zijn geweest voor de levenslange bruid. Daarover is wel het een en ander bekend, maar men ging er altijd van uit dat als er al iemand de aanleiding is geweest, dat Gabrielle Buffet-Picabia was, op wie Duchamp rond 1912 verliefd was.
K. Schippers is een andere mening toegedaan, ook hier weer geholpen door een verbluffend toeval. In het plaatsje Yport, waar hij op zoek is naar het huis waar de familie ’s zomers wel logeerde, spreekt een man hem aan over Duchamp, zegt dat hij thuis een werk van hem heeft (blijkt vals te zijn) maar weet K. Schippers toch iets in te fluisteren wat hem definitief op het spoor van de bruid zet. Wat de man hem heeft verteld, zegt hij lekker niet - het moet spannend blijven - maar uiteindelijk maakt hij meer dan aannemelijk wie de bron moet zijn geweest. En in een aan René Clairs film Les deux timides ontleend beeld dat al eerder door het boek dartelde, laat hij Duchamp en zijn bruid lachend achter elkaar aan hollen naar de rivier. 'Ze weten niet hoe het verder zal gaan. Niemand weet dat op dat moment. Ik ook niet.’ Het is het ontroerende slot van een wervelend boek dat in een stroom van beelden, gesprekken en overwegingen een indringend beeld oproept van de wereld om Duchamp heen - een wereld waarin de hele moderne kunst nog ontdekt moet worden, waarin je had willen leven! - en daardoor is deze ongrijpbare ontsnappingskunstenaar toch een beetje dichterbij gekomen.

K. Schippers
De bruid van Marcel Duchamp
Querido, 208 blz., € 18,95