Jeugdhulpverlening: Wethouder Pieter Hilhorst over de hervormingen

‘Niemand wil machteloos zijn’

De komende week bespreekt het college van Amsterdam het hervormingsplan voor de plaatselijke jeugdhulpverlening. Hoewel het plan is ingegeven door bezuinigingen ziet wethouder Pieter Hilhorst vooral voordelen in de persoonlijke benadering, ‘de mensen zelf en hun netwerk’.

Medium pieter hilhorst

De nieuwe Amsterdamse wethouder Financiën, Onderwijs en Jeugdzaken zit aan het hoofd van de lange tafel in zijn kamer op het stadhuis. Buiten dwarrelt natte sneeuw naar beneden, maar ondanks dit pestweer heeft Pieter Hilhorst die ochtend de dienstauto met chauffeur laten staan toen hij op werkbezoek ging naar een school in Amsterdam-Noord. ‘Omdat ik niet sport, fiets ik veel. En ik loop trappen in plaats van in de lift te stappen, zo blijf ik in conditie. Bovendien is het heerlijk om door Amsterdam te fietsen.’

Van de ene op de andere dag werd Hilhorst afgelopen november van journalist bestuurder. Jarenlang streed hij als columnist, essayist en Ombudsman van de Vara tegen onrecht. Nu is hij ineens verantwoordelijk voor het beleid dat hij vroeger aan de kaak stelde.

Was dat een grote overgang? ‘Ik vertel nog steeds hetzelfde bevlogen verhaal, maar mijn woorden worden anders gewogen, merk ik. Soms word ik getrakteerd op cynisme en daar schrik ik van. Toen ik ergens vertelde over de waarde van Eigen Kracht-conferenties werd dat ineens gezien als een politiek verhaal. Ik kreeg het verwijt dat ik alleen maar bezig was met bezuinigingen. Terwijl ik al jaren zeg dat ik graag zie dat mensen meer greep op hun eigen leven krijgen, dat is zo belangrijk. Het verschil met vroeger is simpelweg dat ik nu niet alleen namens mezelf spreek, maar namens het college van Amsterdam.’

Hij wil ook als wethouder benaderbaar blijven, dus met twitteren gaat hij ook door. ‘En niet alleen om aan te kondigen welke school ik heb geopend. Als je twittert, moet je ook iets over de wereld vertellen.’ Over de zaak-Yunus, het pleegkind dat bij een lesbisch stel terechtkwam, schreef Hilhorst een blog, omdat een kort Twitter-bericht als een politiek statement kan worden opgevat. Hilhorst stelde dat de Turkse regering zich niet met deze kwestie moet bemoeien en hij uitte meteen zijn zorgen over het ‘chronisch gebrek’ aan Marokkaanse en Turkse pleeggezinnen.

De komende week bespreekt Hilhorst de plannen voor de ingrijpende veranderingen binnen de jeugdhulpverlening met burgemeester Eberhard van der Laan en de andere wethouders. ‘Om het kind’ heet het hervormings- en bezuinigingsprogramma dat Hilhorst wil gaan uitvoeren. De afgelopen tien jaar is het aantal jongeren dat een beroep doet op hulpverlening meer dan verdubbeld, met als gevolg dat de kosten zo explosief zijn gestegen dat er wel iets móest gebeuren.

De afgelopen jaren maakte Hilhorst, net als eerder zijn voorganger Lodewijk Asscher, zich vaak druk over de doorgeslagen bureaucratie in de hulpverlening. Asscher noemde de jeugdhulpverlening met al die verschillende organisaties en geldstromen ook wel het ‘monster van Frankenstein’. Hij wilde er dolgraag verandering in aanbrengen, maar stuitte vanwege alle verschillende financiers en dus belangen op een muur. Met deze stelselherziening zou Hilhorst twee vliegen in één klap kunnen slaan. Hij wil de hulp toegankelijker en bereikbaarder maken door straks kantoren in iedere buurt te openen waar mensen met hun problemen terecht kunnen. Maar hulpverleners zullen in de toekomst ook kostenbewuster moeten werken. Ze moeten eerst kijken wat ze zelf kunnen bieden voor ze gaan verwijzen naar een dure specialist.

We zijn het gewoon gaan vinden, zegt Hilhorst, om bij opvoedkwesties hulp van buiten in te roepen, in plaats van het eigen netwerk in te schakelen. We grijpen te snel naar een specialist, want je krijgt pas geld als er ‘een indicatie’ is. De verkeerde volgorde, vindt Hilhorst. ‘Neem een leraar die moeite heeft met het gedrag van een paar leerlingen in de klas. Als hij of de ouders kunnen aantonen dat een kind een stoornis heeft, autisme, adhd of dyslexie, dan krijgt hij geld en kan hij de hulp van een specialist inroepen. De school heeft er dus belang bij om het kind een etiket te geven, daar staat een financiële bonus op. Terwijl je het misschien beter met wat extra hulp in de klas zou kunnen oplossen.’

En als er thuis problemen zijn?

‘Ook in die situatie worden opvoedproblemen vaak gemedicaliseerd. Ouders gaan bijvoorbeeld naar een Ouder Kind Centrum waar een diagnose wordt gesteld, vaak wordt op basis daarvan een specialist ingeschakeld. En die kost meer geld dan een generalist, op die manier creëer je groei. Eerlijk gezegd is dat ook het effect geweest van het persoonsgebonden budget. Vroeger werden kinderen met een handicap vaker door familie of vrienden geholpen. Tot van mond tot mond ging dat wanneer je een indicatie had, je ook een pgb kon krijgen, dat was ineens veel geld. Ik heb er als Ombudsman voor gestreden, maar wil het bij nader inzien toch liever anders.’

Hilhorst krijgt waarschijnlijk zijn zin, want als de wethouders en later de gemeenteraad met zijn plannen instemmen, gaat de hele boel op z’n kop. Amsterdam wordt in 2015 in twintig wijken opgedeeld en in al die buurten komt een speciaal team met hulpverleners die per team een budget krijgen. Kwam het geld vroeger uit talloze verschillende potjes, straks is de gemeente Amsterdam de enige die het geld verstrekt. ‘Dit vergt een nieuw soort professionaliteit. Hulpverleners moeten iedere keer de afweging maken: doe ik het zelf of stuur ik door. Bij de nieuwe manier van werken hoort meer vrijheid, maar je moet je ook verantwoorden. Een team dat te veel doorverwijst, is sneller door het geld heen. We gaan de verschillende teams ook vergelijken. Kijken hoe het komt dat op de ene plek meer wordt doorverwezen dan op de andere.’

De nieuwe wethouder is al jaren warm pleitbezorger van de Eigen Kracht-conferentie. Bijeenkomsten waar wordt bekeken wat het gezin en de direct betrokkenen zelf kunnen bijdragen aan de oplossing van hun probleem. Hilhorst gelooft in, zoals hij het noemt, ‘sociale veerkracht’. ‘En nu blijkt die aanpak ook veel geld te schelen. Per probleemgezin zeventienduizend euro, omdat kinderen minder snel onder toezicht worden gesteld.’ Dat kostenargument telt voor Hilhorst niet het zwaarst. ‘Ik vind Eigen Kracht een effectief middel waarbij je alle problemen in een gezin, die vaak met elkaar samenhangen, probeert op te lossen. Zoals we het nu hebben georganiseerd benaderen we alle problemen – huurschuld, depressie van moeder, een spijbelend kind – apart. Daar wil ik vanaf.’

Zijn er risico’s aan de Eigen Kracht-benadering?

‘Die zijn er. Je moet goed opletten dat voldoende wordt gecontroleerd of de daar gemaakte afspraken ook worden nagekomen. Of alle partijen zich er, ook op lange termijn, aan houden. Wat sommigen er ook tegen inbrengen is dat deze aanpak tot onveiligheid voor het kind kan leiden. Als hij of zij bijvoorbeeld bij een oom is ondergebracht, wordt er soms gezegd: die man zou niet door de screening van pleegzorg komen. Maar daar breng ik het volgende tegenin: al die protocollen waar hulpverleners in gevestigde instellingen mee werken kunnen tot een schijnveiligheid leiden, zoals de commissie-Samson heeft laten zien. Want ondanks de protocollen ging het misbruik gewoon door.’

Kun je veiligheid garanderen? En is veiligheid geen lastig begrip als je de hulp juist informeler wilt laten zijn?

‘Nee, er is geen garantie. Daar maak ik me wel zorgen om. Stel dat er na die decentralisatie een Savanna komt in Amsterdam (het meisje dat in 2004 door mishandeling stierf stond onder toezicht van Jeugdzorg – mk). Dan wordt natuurlijk meteen gezegd dat het door de veranderde aanpak komt. Ik geloof persoonlijk dat zo’n drama eerder gebeurt als te veel hulpverleners zich met zo’n gezin bezighouden en niemand het gevoel heeft dat hij verantwoordelijk is dan wanneer je één iemand hebt die verantwoordelijk is. En met die nieuwe manier van werken wil ik dat laatste juist bewerkstelligen. Veiligheid is heel belangrijk, maar ik ben niet voor veiligheid via protocollen. Het is zinvoller om met elkaar te bespreken waar je je zorgen over maakt, wat de risico’s zijn, dat je overlegt wanneer je moet ingrijpen en wanneer niet. Destijds na Savanna is het aantal kinderen dat onder toezicht werd gesteld enorm gestegen. Uit angst, hulpverleners dachten: better safe than sorry.’

Kun je wel alles oplossen? Is zo’n verwachting reëel?

‘Je kunt mensen in elk geval het gevoel geven dat ze hun leven weer in eigen hand hebben.’

Niet iedereen is daartoe in staat.

‘Nee, maar het kan meer en beter dan nu het geval is. Dat vergt ook iets van hulpverleners. Ik was laatst mee met het team dat zich bezighoudt met de veelplegers. We belden aan bij een moeder wier zoon de vorige dag was gearresteerd. Al die jaren dat haar zoon in de problemen zat, had ze dat voor haar vijf broers verborgen gehouden. Een goede hulpverlener zou haar ervan hebben kunnen overtuigen dat ze beter af zou zijn met hulp en steun van haar familie. Ik denk dat iemands leven daar uiteindelijk aangenamer van wordt.’

Dat vindt u.

‘Ik denk dat zij dat uiteindelijk ook vindt. Niemand wil machteloos in het leven staan en het mobiliseren van je eigen netwerk helpt daarbij.’

Hulpverleners bij bestaande instellingen zijn straks bang hun baan te verliezen. Zij weten niet wie er straks in die wijkteams komen.

‘Ja, dat snap ik wel. Er moet ook snel duidelijkheid komen. Instellingen zetten nu geld apart omdat ze er rekening mee houden dat ze straks werknemers moeten ontslaan. Terwijl dat geld is bedoeld voor de zorg voor kinderen. Laat ik dit zeggen: we hebben straks veel mensen nodig, maar die onzekerheid kan ik niet helemaal wegnemen.’

Hilhorst heeft nog een zorg. In Amsterdam-Zuidoost draait jeugdzorg nieuwe stijl al op proef en wat blijkt? Het is een reuze succes, ze bereiken meer mensen dan vroeger. ‘Dat is een risico’, verzucht Hilhorst. ‘Juist omdat het zo laagdrempelig is komt iedereen, dat is op zich mooi, maar op die manier zijn we wel zo door het budget heen.’ Hij schudt de gedachte van zich af en vervolgt: ‘De beweging moet zijn: van specialisten naar generalisten en van generalisten naar de mensen zelf en hun netwerk.’

Bent u nu niet iets te idealistisch?

‘Volgens mij bestaat dat niet. Je moet niet verblind raken, wel open blijven staan voor eventuele averechtse effecten. Maar als je me te idealistisch wilt noemen, vind ik dat prima.’