De beelden gingen de hele wereld over: extatische meutes die ongestoord hun slag sloegen in Zuid-Afrikaanse supermarkten, elektronicawinkels, drankzaken, noem maar op. Het deed denken aan oude spelprogramma’s, waarbij de winnaar enkele minuten zo veel mogelijk in zijn boodschappenkarretje mag kieperen. Alleen hadden ze hier dagenlang de tijd – een extreme vorm van proletarisch winkelen. Voor veel hilariteit (bijna twee miljoen kijkers op YouTube) zorgden de beelden van de man die tevergeefs een televisie van 58 inch in zijn auto probeert te persen. Uiteindelijk rijdt hij grijnzend weg, met de tv, die zeker voor de helft uit de open achterbak steekt en daar bij de eerste de beste hobbel uit zal stuiteren. Ook zagen we hoe de massa’s de boel kort en klein sloegen, alles afbrandden. Soms vertrapten ze elkaar. Het was plunderporno.

De politie liet het afweten. Nadat het leger was ingezet kwam de boel weer tot bedaren. Uiteindelijk werden tweehonderd winkelcentra en pakweg drieduizend winkels geplunderd, vele duizenden informele handelaars (veelal Afrikaanse immigranten) verloren hun waar. Er vielen ruim driehonderd doden en de economische schade wordt geschat op 2,93 miljard euro. Het is de vraag hoe lang het zal duren eer de oostelijke KwaZulu-Natal-provincie (kzn), het centrum van de onlusten, de klap weer te boven is. Ontelbare banen gingen verloren, bedrijven verhuisden en investeringen kan kzn voorlopig wel vergeten.

De rest van het land hield de adem in. Wat als de onrust zou overslaan naar andere streken? In de omgeving van Johannesburg werd ook geplunderd. Maar na zeven dagen van spanning en naschokken keerde landelijk de rust terug. Er werd naarstig gezocht naar redenen voor de geweldsexplosie. De overkoepelende verklaring was dat ze voortkwam uit woede over de arrestatie van de uit kzn afkomstige ex-president Jacob Zuma, die het had vertikt om voor een commissie te verschijnen die hem zou ondervragen over de gigantische corruptie die onder zijn bestuur plaatsvond. Dat vuur was opgestookt door Zuma-aanhangers, die variaties op ‘Plunder! Plunder! Plunder!’ postten op sociale media. In kzn werd daar op grote schaal gehoor aan gegeven.

We bleven zitten met de vraag waarom de rest van het land niet ontvlamde. Het was een Zoeloe-ding, luidde een deel van de verklaring. Zoeloes, die vooral in kzn en townships bij Johannesburg wonen, waren boos over de arrestatie van Zuma, maar in de rest van het land is de ex-president niet populair. De andere genoemde reden is de gigantische armoede in kzn. Maar die beperkt zich niet tot de plekken waar in juli alles in de hens werd gestoken. Volgens het laatste nationale armoedeonderzoek leefde in 2015 maar liefst veertig procent van de Zuid-Afrikanen onder de armoedegrens en verkeerde ruim een kwart, 13,8 miljoen mensen, in extreme armoede. Sindsdien is het er niet beter op geworden. Volgens de jongste cijfers zitten bijna acht miljoen mensen zonder baan, oftewel 34,4 procent van de actief naar werk zoekenden. Onder de jeugd is dat percentage veel hoger. De regionale verschillen zijn gering, met kzn ergens in het midden.

Wat betreft ongelijkheid spant Kaapstad de kroon. En het spande er daar in juli om, geeft politicus Simon Liell-Cock toe. Hij noemt de informele wijk Vrygrond, waar de bewoners oprukten naar het nabijgelegen winkelcentrum. Hij noemt ook de eindeloze krottenwijk Khayelitsha, dicht bij het vliegveld, waar mensen werden gemobiliseerd om te gaan plunderen. ‘Maar dankzij bijtijds optreden van de buurtwachten en politieversterkingen werd dit in de kiem gesmoord’, zegt hij.

De 61-jarige Liell-Cock is tien jaar raadslid voor de Democratic Alliance (DA), de grootste oppositiepartij, die in 2009 in de West-Kaap het bestuur van het anc overnam. De West-Kaap werd daarmee de enige provincie waar het anc niet de scepter zwaait. Liell-Cock vertegenwoordigt een deel van het schiereiland ten zuiden van Kaapstad, dat bekendstaat als Deep South. Het is een fabelachtig gebied met bergen en stranden. Je vindt er pinguïns, walvissen, zeeotters, haaien. De met een Oscar bekroonde documentaire My Octopus Teacher werd hier opgenomen. De Deep South kent kleurrijke dorpen als Kalk Bay, St. James, Muizenberg, Kommetjie, Scarborough, Fishhoek, Simon’s Town en Misty Cliffs, waar de drummer van Queen een vakantiehuis heeft.

Maar ook hier ontkom je niet aan het andere Zuid-Afrika – de armoede, de misdaad, de uitzichtloosheid. Tienduizenden mensen hebben schamele onderkomens gebouwd in informele zwarte nederzettingen als Masiphumelele en Red Hill. Het nabijgelegen Ocean View, een ‘kleurlingentownship’, is evenmin een lust voor het oog. Met name Masiphumelele en Ocean View kennen met grote regelmaat gewelddadige demonstraties, waarbij de bewoners betere dienstverlening eisen of protesteren tegen het gangstergeweld dat jaarlijks tientallen levens eist. De volgende ochtend ligt het asfalt dan bezaaid met opgebrande autobanden. Maar ‘Masi’ noch Ocean View sloeg in juli aan het plunderen, al zijn er twee luxe winkelcentra op loopafstand. Sterker nog, Masi demonstreerde tégen de plunderingen. ‘Hands offOurMall’, luidde de slogan.

Volgens Liell-Cock is het te danken aan zijn DA dat de regio niet is afgegleden naar het niveau waar grote delen van het land nu in verkeren. ‘Die onlusten in kzn hadden niet per se met armoede te maken’, zegt hij. Ze waren volgens hem gerelateerd aan een alles-moet-gratis-mentaliteit, waar hij het anc voor verantwoordelijk houdt. ‘Mensen zien het dan als hun recht om zich gratis spullen toe te eigenen. Dat kun je terugleiden naar de corruptie in de anc-regering, die diefstal acceptabel heeft gemaakt. Het kostte de DA in de West-Kaap vier jaar om de financiën weer op orde te krijgen en een cultuur te creëren waarbinnen het als normaal wordt beschouwd dat je voor diensten betaalt.’

Liell-Cock praat hier als politicus en als DA-man. Maar vraag het de bewoners van Ocean View en ze zullen bevestigen dat hun raadslid zich hier vaak laat zien en dat hij zich inderdaad sterk heeft gemaakt voor hun lokasie. Daarom kan hij al tien jaar lang rekenen op hun stem. Liell-Cock heeft een weinig benijdenswaardige baan. Vooral Ocean View, met pakweg twintigduizend voornamelijk bruine inwoners, is een sociale en economische nachtmerrie. De wijk kent hoge werkloosheid, een nijpend woningtekort en beangstigend gangstergeweld. Werkgelegenheid was er vooral in de toeristenindustrie, de bouw en de nabijgelegen winkelcentra. Vroeger had je ook visserij, maar dankzij het quotastelsel is daar geen eer meer aan te behalen. Ook werkten veel mensen uit Ocean View in de marinestad Simon’s Town. Maar daar werd sterk bezuinigd en bij eventuele vacatures krijgen zwarte sollicitanten de voorkeur.

Father Shaddie deelt voedsel uit in de informele nederzetting Red Hill. Kaapstad, april 2020 © Fred de Vries

En toen werd het allemaal nog erger. In maart 2020 kregen de Zuid-Afrikanen een van de zwaarste lockdowns ter wereld opgelegd. Zonder geldige reden mocht niemand zich op straat vertonen. Er heerste een avondklok, er was een verbod op de verkoop van drank en sigaretten, een verbod zelfs op de verkoop van zomerkleding en flipflops, omdat die ‘niet-essentieel’ waren. Restaurants, hotels en winkels sloten maandenlang de deuren, vele voorgoed. Ocean View sloeg op tilt. Dat onrust uitbleef was te danken aan de opmerkelijke samenwerking tussen verschillende belanghebbende partijen: de moslims, de politiek, de witte bewoners van Simon’s Town en Kommetjie en een Indiaas-Zuid-Afrikaanse pastoor van een charismatische kerk zonder gebedsruimte.

‘De onlusten en plunderingen kun je terugleiden naar de corruptie in de ANC-regering, die diefstal acceptabel heeft gemaakt’

Laten we met de laatste beginnen, want hij is de spil in het geheel. Zijn volledige naam is Shardrick Valyadum, maar iedereen kent hem als Father Shaddie, of gewoon Shaddie. Hij werd vijftig jaar geleden geboren in Chatsworth, bij Durban. Shaddie groeide op zonder vader. Met zijn moeder, haar nieuwe echtgenoot en een stiefbroer verhuisde hij van de ene armetierige flat naar de andere, om daarna vijf jaar in een garage te wonen. Uiteindelijk kreeg het gezin een sociale woning. Ma werkte in een knopenfabriek, waar ze ondanks haar allergie voor de gebruikte chemicaliën trouw kwam opdagen. Ze was in de woorden van Shaddie ‘geen gemakkelijke vrouw’.

We zitten in een koffietent in Simon’s Town, naast het pand dat Shaddie heeft omgebouwd tot een keuken en opslag voor voedseldistributie voor de behoeftigen. Buiten hangen sloebers rond, wachtend tot de keuken opent. ‘Ik ga niet checken – als iemand aangeeft dat hij eten nodig heeft, dan krijgt hij dat’, zegt Shaddie, gekleed in een trainingsbroek en een donkerblauw poloshirt dat zijn tatoeages niet bedekt. Hij bestelt een flat white en vertelt over zijn jeugd. Op zijn tiende begon hij te roken. Daarna volgden benzine snuiven en marihuana. Hij sloot zich aan bij bendes – het gebruikelijke werk: berovingen, diefstal en inbraken. Desondanks haalde hij zijn eindexamen. ‘Ik was niet dom, maar wel moeilijk. Ik was een outcast.’ Hij ging op zoek naar zijn vader. Die bleek intussen vijf kinderen te hebben verwekt bij een andere vrouw, die hij inmiddels ook al weer had verlaten. Pa wilde niks met zijn zoon te maken hebben, en Shaddie trok zich verbitterd terug in zijn eigen wereld.

Op zijn negentiende meldde hij zich bij de marine. Hij dronk. Veel te veel. Op een dag kreeg hij problemen met een collega. Hij trok zijn revolver en schoot. ‘De kogel miste zijn hart’, zegt hij. Shaddie moest voorkomen en bereidde zich voor op gevangenisstraf en oneervol ontslag. ‘Maar de rechter oordeelde dat het onduidelijk bleef wat er was gebeurd. “U kunt gaan”, zei hij’, vertelt Shaddie. Hij interpreteerde het als teken dat God een plan voor hem had. Nadat de marine hem naar de basis in Simon’s Town had gestuurd, waar hij zijn vrouw ontmoette, studeerde hij in zijn vrije tijd theologie. In 1997 rookte hij zijn laatste sigaret en schonk hij voor de laatste keer het glas vol.

Na 27 jaar dienst verliet hij de marine. Hij was born again en zag het als zijn roeping om anderen te helpen. Daartoe richtte hij een charismatische kerk op die hij My Father’s House doopte. Dat house kan overal zijn, maar doorgaans houdt hij zijn diensten buiten, op het rulle zand van Long Beach in Simon’s Town. Zijn compassie richtte zich aanvankelijk op de groep van pakweg dertig daklozen die in het stadje onder overkappingen slapen. ‘Mijn visie was dat onze kerk zich op de armen moest concentreren in plaats van gebedsdiensten houden waarna iedereen weer naar huis gaat.’

Toen corona in maart 2020 toesloeg vroeg DA-raadslid Liell-Cock of Shaddie kon helpen. De crisis was enorm. Het eerste zwaartepunt was de informele nederzetting Red Hill. ‘Ze zeiden dat daar zo’n zeventig mensen hulp nodig hadden. Er kwamen er 175 opdagen, en de volgende dag vierhonderd’, herinnert Shaddie zich. Hij, zijn vrouw en twee zoons kookten het eten in hun eigen huis. Maar razendsnel verveelvoudigde het aantal mensen dat hulp nodig had. Met een groepje vrijwilligers zette Shaddie noodkeukens op in Red Hill en Ocean View. Zijn hoofdkwartier werd het pand in Simon’s Town, dat nu als keuken dient. ‘Noem het nooit een gaarkeuken. Wij maken goed eten’, zegt hij.

Hij is geheel van donaties afhankelijk. ‘We begonnen met ruim twaalfhonderd euro. Daarna zorgde God ervoor dat er eten en geld bleef binnenkomen.’ Grinnikend voegt hij toe dat hij een gewiekste scharrelaar is. ‘Ik ben van Indiase afkomst, dus ik betaal nooit ergens de volle prijs voor.’ Straks rijdt hij naar een winkel in Mitchells Plain, 35 kilometer verderop, om daar een goedkope lading pindapasta op te halen.

We kijken in de keuken, met als grootste attractie een reusachtige pan waar kilo’s spaghettislierten in liggen te borrelen. De kasten achterin zijn gevuld met blikken bonen, pakken meel, zakken linzen, brood, rijst, alles wat een mens op de been houdt. ‘Op een gegeven moment deelden we maandelijks vijftigduizend maaltijden uit, verspreid over het hele schiereiland en ook landinwaarts’, zegt Shaddie. De boel is nu enigszins gekalmeerd. Er zijn meer instanties die zich bezighouden met voedseldistributie en de coronamaatregelen zijn versoepeld, zodat de economie zich langzaam maar zeker herstelt, ook al gooien de dagelijkse stroomonderbrekingen van minstens twee uur roet in het eten. In augustus van dit jaar kon My Father’s House terug naar zes dagen open keuken per week, en in september werd het vijf dagen. ‘We voedden nog steeds dertienhonderd mensen per dag’, zegt Shaddie.

Hij oogt vermoeid. Achttien maanden crisis gaan je niet in je koude kleren zitten. Qua inzet, visie en wilskracht heeft hij wel wat weg van dominee Visser, die daklozen en drugsverslaafden opnam in de Rotterdamse Pauluskerk. Shaddie kent hem niet. Hij heeft geen rolmodellen, zegt hij. ‘Ik ben te vaak teleurgesteld.’ Na enig aandringen noemt hij Paulus, die aanvankelijk christenen vervolgde maar daarna tot inkeer kwam en een apostel werd. ‘Op de meest moeilijke momenten zette hij door, en hij trainde andere leiders zoals Titus en Timoteüs.’

Masiphumelele, Kaapstad, tijdens de lockdown. Juni 2020 © Nic Bothma / EPA /ANP

Op een dinsdagochtend rijden we naar Ocean View. De township, lokasie, werd 53 jaar geleden opgezet om de bruine inwoners van Simon’s Town en wat andere wijken naartoe te verplaatsen. Dergelijke ‘gedwongen verhuizingen’ vonden tijdens de apartheid in het hele land plaats en waren bedoeld om witte wijken wit te houden. Ondanks de mooie naam (hier en daar kun je inderdaad de Indische Oceaan zien) is Ocean View het gebruikelijke samenraapsel van kleine huisjes, lage flats, afgetrapte sportveldjes, loslopende honden, stapels vuilnis en wat kleine winkeltjes met Coca-Cola-reclames. Meest schrijnend is de voormalige bioscoop die na een tweede leven als kerk leeg kwam te staan, waarna alle bakstenen werden gestolen. Alleen wat pilaren, een betonnen trap en een met graffiti bekladde muur staan nog overeind.

‘Ik heb volgehouden. Ik probeer altijd aan positieve dingen te denken. Maar soms voel je je zo ontzettend eenzaam en verlaten’

We stoppen bij een van de lage huisjes, waar we worden verwelkomd door een vrouw die zich voorstelt als Alice Marshall. In een van de vertrekken liggen zo’n twintig peuters op matjes te slapen. De woning heeft vele functies, waaronder kerk en plek voor begrafenisdiensten. Maar de belangrijkste is die van crèche, oftewel Early Childhood Development Center (ecd), waarvan Ocean View er inmiddels minstens vijftien telt. In ruil voor twintig euro per maand per kind bieden de centra in totaal ruim vierhonderd peuters onderdak, van ’s ochtends vroeg tot laat in de middag.

De kinderen horen er ook te eten te krijgen. Maar tijdens de reeks lockdowns werd de situatie precair. ‘We kampen allemaal met hetzelfde probleem: de ouders zijn werkloos en hebben niet genoeg geld om eten voor de kinderen te kopen’, zegt Marshall. De uitbaters van de ecd’s trokken bij Liell-Cock aan de bel. Hij benaderde Shaddie. Die reageerde onmiddellijk en regelde eten. Af en toe is er nu zelfs vlees. De kinderen krijgen nu ontbijt, een snack en lunch. Marshall zag ze zienderogen opknappen. ‘Ze hebben weer energie.’

Ze gaat ons voor naar een binnenplaatsje waar een puffende, gezette vrouw met een enorme houten lepel de linzenresten uit een pan staat te schrapen. Yvonne Hendriks is 57 jaar oud en ze woont sinds haar achtste in Ocean View, nadat haar ouders en hun elftal kinderen hun boeltje moesten pakken bij een gedwongen verhuizing.

Hoewel haar verhaal vrij extreem is, is ze zeker geen anomalie. Op haar veertiende, vertelt ze, ging ze van school. Ze vond werk bij een toeristenwinkel. Op haar twintigste raakte ze zwanger. Er volgden nog vier kinderen, van drie verschillende vaders. Haar moeder overleed, ze begon te drinken, gaf de brui aan haar werk, en de man met wie ze was verliet haar. Ze woonde in de provisorische onderkomens die mensen op hun erf zetten en verhuren. Zeven jaar geleden kreeg ze een sociale woning. Met hulp van een lokale kerk wist ze de drank af te zweren en vond ze werk bij een autowasserij. Maar na een ruzie kreeg ze haar congé. Ze verdiende nog wat als huishoudelijke hulp en vond uiteindelijk emplooi als schoonmaakster in een restaurant. Totdat corona toesloeg. ‘Toen werden we allemaal ontslagen.’ Bijna twee jaar zit ze nu thuis.

Een van haar dochters kwam onder de hoede van Shaddie, die naast zijn werk voor My Father’s House ook verbonden is aan de Academy for Entrepreneurial Development, die werd opgezet door de supermarktmagnaat Raymond Ackerman. De academie geeft korte ondernemerscursussen aan kansarme maar talentvolle jongeren. Hendriks’ dochter greep haar kans. ‘Ze studeert nu’, zegt ma trots.

Hendriks zelf overleefde door de eindjes aan elkaar te knopen, inclusief de uitkering van twintig euro per maand waarmee de overheid sinds het begin van corona de armen zoet houdt. Inmiddels had ze ook de zorg voor een kleinkind op zich genomen. Dat zat zo, zegt ze. Haar oudste dochter is verslaafd en kreeg een vriend die ook verslaafd was. Hij mishandelde en verkrachtte haar. Hendriks en anderen probeerden haar te helpen, maar iedereen was doodsbang voor de vriend. Uiteindelijk slaagde de dochter erin hem te verlaten. Ze sliep met haar kind in de bush. Nu heeft ze een nieuwe vriend, wederom een drugsverslaafde. Ze raakte zwanger van een tweeling, maar kreeg een miskraam. Hendriks en de ouders van de vriend onderhouden het stel.

Niet zo gek dat Hendriks overspannen raakte en in een depressie belandde. Ten einde raad stuurde ze Shaddie een Facebook-berichtje. Shaddie mailde terug en zei dat hij mogelijk tijdelijk werk voor haar had. Hij bracht haar in contact met Marshall. ‘En kijk, hier ben ik’, zegt Hendriks lachend. ‘Elke dag werk ik hier elf, soms wel twaalf uur.’ Ze krijgt 95 euro per maand en mag meestal wat overgebleven eten mee naar huis nemen, dat ze dan deelt met haar zus. Ze voelt zich beter, zegt ze. ‘Ik heb volgehouden. Ik probeer altijd aan positieve dingen te denken. Maar soms voel je je zo ontzettend eenzaam en verlaten. Niemand ziet waar je doorheen gaat. Maar God helpt.’

God, maar dan in de gedaante van Allah, is ook aanwezig in de andere steunpilaar in Ocean View: de moskee. Slechts een klein percentage van de Ocean View-bewoners is moslim, maar de moskee zorgt, net als Shaddie, voor iedereen, ongeacht geloof. De liefdadigheid begon in 2008 toen Zuid-Afrika met een ernstige golf van xenofobisch geweld te maken kreeg. In Kaapstad hadden vooral de Somaliërs het zwaar te verduren. ‘We voedden er zo’n drieduizend. We brachten ze naar de dokter, voorkwamen dat ze zelfmoord pleegden, hielpen met het opzetten van een kliniek voor de kinderen. Ik merkte dat dit mijn passie was’, zegt de 55-jarige Zuleiga Manuel, die zich met haar twee jaar oudere collega Rashid David over de voedselhulp in Ocean View heeft ontfermd. In het jargon heten ze community leaders.

De moskee was uitstekend georganiseerd. En toen op 26 maart 2020 de eerste harde lockdown van start ging, hadden moslim-vrijwilligers in no time maar liefst 72 gaarkeukens opgezet, die niet alleen Ocean View, maar ook tal van andere plekken in de West-Kaap van voedsel voorzagen. Er werd samengewerkt met de witten uit de omliggende dorpen, die voedsel doneerden. Ook raadslid Liell-Cock was van de partij. Hij zag hoe het model van voedseldistributie – gaarkeukens in plaats van voedselpakketten – ook elders goed toepasbaar was. ‘Het was werkelijk ubuntu’, zegt Davids, verwijzend naar het Afrikaanse concept van altruïsme. Inmiddels is het aantal gaarkeukens teruggebracht naar 25, die elk nog ongeveer 150 mensen eten geven. ‘We willen voorkomen dat de mensen te afhankelijk worden van voedselhulp’, verduidelijkt Manuel.

Het idee was ook om de lokale economie te steunen. Zo kregen de behoeftigen waardebonnen die alleen bij de lokale kruideniers konden worden ingewisseld. Ook kwam er een WhatsApp-groep voor Ocean View-bewoners die dingen wilden verkopen of ruilen.

Nu het leven in in de lokasie langzaam maar zeker weer zijn pre-corona-ritme hervindt hopen de ongeridderde helden dat er iets van die zelfredzaamheid en ubuntu blijft hangen. Davids en Manuel, die woningnood en werkloosheid als de grootste knelpunten zien, halen een document te voorschijn dat ze ‘Constitution of Deep South Empowerment’ hebben genoemd. Ze willen projecten beginnen als een jeugdacademie, een internetcafé, meer crèches. Ze hebben al een plek toegewezen gekregen waar een en ander van start kan gaan.

Liell-Cock beschouwt op zijn beurt de onveiligheid als het grootste probleem. Als je niet gewoon van school naar huis kunt lopen, is er iets grandioos mis. Hij propageert zerotolerance. De boel moet worden schoongemaakt en de bendes moeten keihard worden aangepakt. Binnenkort komt er een extra vuilniswagen. En belangrijker, er zijn betaalde buurtwachten geïntroduceerd – ‘de ogen en oren van de gemeenschap’. Samen met de politie moeten zij helpen het bendegeweld te beteugelen.

Laat in de middag rijden we rond in Ocean View. Davids laat alles zien, van de relatief welgestelde wijk ‘Beverly Hills’ tot het primitieve ‘Rasta Camp’ tegen de berghelling. ‘Wil je de gangsterplekken ook zien?’ vraagt hij. Weldra rijden we stapvoets langs de lage flats, waar de gangsters heer en meester zijn. De blauwe flats zijn het domein van de Junky Funky Kids, aan de overkant heersen de Taylor Kids. Het oogt er vandaag erg rustig. Liell-Cock had trots gemeld dat er dit jaar in Ocean View, ondanks alle crises, geen enkele gangstermoord heeft plaatsgevonden. Een unicum. Klopt dat? Davids knikt. ‘Nul moorden tot dusverre.’