H.J.A. Hofland

Niet aan de brugleuning likken

Het komt deze keer uit een voor mij verrassende hoek. De mediasocioloog dr. Peter Hofstede heeft in een vraaggesprek met de Volkskrant gezegd dat de Feyenoord-supporters die het spreekkoor aanheffen met de bekende, algemeen verafschuwde tekst door de media — in het bijzonder de televisie — geboycot moeten worden. Twee dagen later wordt hij door Marcel van Dam bijgevallen die een trendbreuk signaleert: de media concentreren zich op het grote, de kijkcijfers en leesdichtheid opblazende nieuws. Daaruit ontstaat de hype die een gebeurtenis op zichzelf wordt en zijn eigen vervolg gaat krijgen. De media veranderen in dergelijke gevallen de stroom van het oorzakelijk verband. Dat kunnen ze weten. Daarom is het logisch dat ze ook aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen, waaraan ze zelf hebben meegewerkt. Grote bedrijven, redeneert Van Dam, worden mede verantwoordelijk gehouden voor het welzijn van de samenleving. Er is geen reden waarom dat voor de bedrijven van de massamedia niet zou gelden. Zo vat ik het samen.

Maar de vergelijking gaat niet op. Met alle respect voor mijn makkers: dit is een zeer oud liedje. Een slecht liedje. Eerst de ouderdom. Julien Benda schreef alle ellende in de wereld toe aan de goedkope sensatiepers; Orson Welles leek het bewijs te hebben geleverd met zijn radio-uitzending The Invasion from Mars, 1938. Jean-François Revel geeft de fundamentele kritiek: de aanblik van een oproer zet aan tot oproer, het zien van protesterenden wekt protest op, het zien van een Woodstock veroorzaakt een Woodstock. Het verwijt van de tegenstanders van informatie is dat er alleen crisis wordt vertoond. En ze hebben gelijk: informatie is crisis. Revel dacht er niet over daarom de televisie tot verantwoordelijk gedrag te manen.

Maar laten we aannemen dat we de raad van Hofstede en Van Dam volgen. Dan is er om te beginnen een praktisch probleem. Waar ligt de grens? Zijn herhaald antisemitisme, groeiende droefheid en verontwaardiging en toenemende angst na de volgende brief nieuws? Opeenstapeling, gigantisch veel meer van hetzelfde; een medium begrijpt zijn functie niet als daar in de leiding gezegd zou worden: ho ho, zo is het wel genoeg. Cumulatie is een nieuwsfeit op zichzelf. Cumulatie moet een oorzaak hebben. Die ligt niet bij de media, want hoe groot hun macht ook mag zijn, ze zijn niet machtig genoeg om een crisis te scheppen. De oorzaak van een echte crisis ligt elders. De informatie werkt versterkend, steekt mensen aan, doet ze te hoop lopen. De media zijn de katalysator. Als er een echte crisis is, helpen ze die naar het hoogtepunt.

Volgend probleem: aangenomen dat er een grens is, wie zal dan uitmaken waar die ligt? Wie zal bij overschrijding de media ter verantwoording roepen? Nemen we het geval Fortuyn. Zijn fabelachtige opkomst heeft hij aan de niet aflatende, toenemende aandacht van de media te danken. Hetzelfde geldt voor de voortgaande desintegratie van de Partij van de Arbeid. De televisie, welke omroep dan ook, kon en kan niet genoeg krijgen van de hoogte/dieptepunten van het lijsttrekkersdebat. Misschien, als daar door Fortuyn geen bloedbad was aangericht voor de camera’s, zou Ad Melkert nu minister-president zijn geweest. Is het de schuld van de media dat hij naar Washington verhuist?

Wie weet! Want dan komt, na de moord, de fase van de demonisering. Of de media het ermee eens zijn, doet hier niet terzake. «Demonisering» gaat zijn eigen leven leiden. De postbodes bezorgen de ene kogelbrief na de andere. Guus Hiddink krijgt ook een kogelbrief. Moeten de media de stilte bewaren als de hoogste Pietje Puk van het land zo’n brief heeft gekregen? Melden ze dit onbetwijfelbare nieuwsfeit, dan kun je er donder op zeggen dat dezelfde avond nog tientallen gekken zich definitief voelen aangemoedigd. Verzwijgen ze het, dan kunnen ze zich naar mijn overtuiging beter meteen opheffen. Het is het recht van alle mensen om zoveel mogelijk te weten, het is de plicht van de nieuwsmedia om dat recht te honoreren. Wat de mensen met hun wetenschap doen, moeten ze zelf weten. Dat Nederland de kluts kwijt is, kunnen we de journalisten niet verwijten. De nieuwsmedia zijn er niet om de samenleving onder curatele te stellen. In hun bezorgdheid komen Hofstede en Van Dam in de buurt van het tegendeel van wat ze willen: in de buurt van de talrijken die iets met de media «te vereffenen» hebben.

Er is één uitzondering. Daar is de grootste terughoudendheid geboden. Als het een paar dagen heel hard heeft gevroren, mogen de media nooit melden dat een kind aan de brugleuning heeft gelikt en door de brandweer moest worden bevrijd.