Niet aan Iraëlische billen zitten

Jeruzalem – De Israëlische en buitenlandse vredesactivisten zijn de billenknijperijen, de betastingen van hun borsten en de seksistische, ranzige opmerkingen van Palestijnse mannen spuugzat. Zo blijkt uit de online discussies die de afgelopen weken losbarstten na een publicatie in de Israëlische krant Ha’aretz over ongewenste intimiteiten bij pro-Palestijnse acties in de Westoever en in Oost-Jeruzalem.

‘Tijdens de demonstratie in Kafr a-Dik waren er toevallige aanrakingen en enkele keren noemden mensen mij een slet. Dat was een zeer onplezierige ervaring’, schrijft een anonieme activiste aan haar vrienden bij de mensen­rechtenorganisatie Anarchisten tegen de Muur.

Het probleem is volgens Ha’aretz wijd verbreid. Tijdens een vergadering van pro-­Palestijnse vrouwelijke hulpverleners in Jeruzalem vertelden vele vrouwen dat ze waren gediscrimineerd, gepest of seksueel misbruikt, aldus de krant. Men vond in de laatste twee jaar zes gedocumenteerde zaken; twee in Oost-Jeruzalem en vier in de Hebron-heuvels.

Vrouwen van de diverse vredes- en mensenrechtenorganisaties hebben nu een forum opgericht om soortgelijke zaken te monitoren en een omgeving te creëren om seksueel misbruik tot een minimum te beperken. De algemene klacht van de vrouwen: onvoldoende steun van andere activisten. ‘Er is een kloof tussen de vrouwen en hun mannelijke collega’s’, vindt Israëlisch feministe Hanna Beit Halachmi, die al jaren in de Westoever demonstreert. ‘De vrouwen waren bijvoorbeeld woedend omdat demonstratie­leiders in Oost-Jeruzalem hun vroegen om zedig gekleed te gaan en rekening te houden met de gevoelens van de Palestijnse mannen. Onze mannelijke collega’s vonden dat doodgewoon.’

Maar het probleem is volgens Ayd Morrar, leider van het geweldloos Palestijns volksfront, niet gewoon. Telefonisch legt hij uit: ‘De strijd voor de mensenrechten van de Palestijnen en demonstraties tegen de muur hebben zich de laatste twee jaar geëvolueerd tot een heel bijzondere en positieve samenwerking tussen Palestijnen, Israëliërs en buitenlanders. Maar de botsing van de verschillende culturen en gebruiken van de deelnemers leidt ook tot fricties en onbegrip. Er is natuurlijk geen rechtvaardiging voor mannen om vrouwelijke activisten onheus te behandelen, maar ik denk dat we een deel van het probleem kunnen oplossen door onze jonge mannen te leren hoe ze zich tegenover buitenlanders moeten gedragen. We zullen ook heel openlijk de vrouwelijke activisten moeten informeren over de andere gedragscode binnen onze cultuur.’

Anarchisten tegen de Muur denkt er anders over. Zij zien het klagen van de activiste in Kafr a-Dik als een poging om ‘incidenten van seksueel misbruik, een fenomeen dat aan beide kanten van de grens voorkomt, te koppelen aan een specifieke nationaliteit’. En dat ‘schaadt de belangrijke strijd tegen seksuele mishandeling’.