Niet alleen cavia’s gaan dood televisie

Laatst live-verslag van Cinekid-film- en Kinderkast-tv-prijzen. Halverwege riep iemand: ‘Leukste gala van het seizoen.’ Geen kunst, gezien het gruwelkarakter van zulke bijeenkomsten, maar wel wáár - doordat het dankzij drie Vlaamse presentatoren (van Gordijnen voor konijnen) niet alleen een dolle boel werd in het Trust Theater, maar ook in huiskamers.

Onderdeel van hun aanpak was ontsluiering van filmische geheimen: de camera als oplichter. Is het nodig te ontmystificeren? Lijkt dat niet op: Sinterklaas’ baard zit met een elastiekje vast? Niet als je het zo doet dat kinderen zich ingewijden gaan voelen. En niet als er voldoende mysterie overblijft. Zoals de goochelaar doet wanneer hij trucs openbaart en je, net als alles duidelijk lijkt, verbluft met het onmogelijke.
Zo deden die jongens dat, het nuttige en aangename verenigend. Want de Kinderkastprijzen dienen het nut: officiële waardering voor goede kindertelevisie als stimulans voor makers en omroepen. Waarbij altijd de discussie opduikt: kinder- of deskundigenjury? De Kinderkast hanteert het compromis: de Grote Kast door vakmensen toegekend, de Kleine door de doelgroep. Al mogen de kinderen alleen kiezen uit de officiële nominaties en al komen ze kennelijk niet uit de groep die louter aan het cartooninfuus van de commerciëlen ligt.
Rond de Kinderboekenweek klonk een verwant debat: prijswinnende boeken zouden onpruimbaar zijn en kinderen van het lezen afhouden, terwijl hun lievelingen niet bekroond worden. Het is een nieuw soort politieke correctheid waarin onderscheid tussen ‘hoge’ en 'lage’ cultuur als achterhaald, zoniet verwerpelijk wordt beschouwd. Dat de commerciëlen overwegend troep maken waar ze flink (zij het minder dan voorheen) mee verdienen, alla. Maar dat sommigen jeremiëren over gebrek aan deftige erkenning voor hun middelmaat-tot-erger, dat is te zot. Afgezien van het feit dat ook de publieken volop toegankelijke en vrolijke kinderprogramma’s maken (zij het meestal goed in plaats van beroerd gemaakt en zij het vaak te slecht bekeken omdat dat infuus nu eenmaal in die armpjes vastzit), lijkt er in de 'democratische’ visie op kindertelevisie geen plaats voor de ernst en zwaarte waar kinderen ook mee te maken hebben.
Zo zag ik twee afleveringen van VPRO’s driedelige reeks Pierlala. Prachttelevisie van regisseur Boudewijn Koole over kinderen en de dood. Guilliard van acht, blind en met aangetaste stem door hersentumor, blijft de levenslust zelve, vecht zich terug in de revalidatie en tegen de boeven waar hij het als cowboy al jaren tegen opneemt. Koole maakt z'n liefste wens waar: een High Noon-filmpje waarin Guilliard vanuit z'n rolstoel het kwaad tot zwijgen brengt. (Vreest niet: verder weg kan Hennie Huisman niet zijn.)
Dat Guilliard het gevecht tegen de cellen verliest, het is gruwelijk. Maar waarom zouden wij en de kinderen dat niet mogen weten? Niet alleen cavia’s gaan dood. En dan waren er Lot en Zooey Sternheim, wier vader vijf jaar geleden stierf. Enerzijds is er groot gemis en vinden ze het vreselijk dat hij hun leven niet kan volgen; anderzijds leven ze met verve en is hij er voor hun gevoel toch altijd. Wie denkt niet bij een vroege dood: ach, de kinderen? Wij deden dat op Joosts begrafenis. Bijzonder om die vanuit hun perspectief te beleven. En indrukwekkend te zien hoe stimulerend vaders rol in hun leven blijft, waardoor hij er inderdaad in zekere zin 'nog is’.
Zou dat niet bekroond mogen worden omdat maar een deel van de kinderen het wil zien? Er is een tijd voor Gordijnen voor konijnen en ook voor Pierlala. Daarvoor is een sterke publieke omroep nodig.

  • De verhuizing. Reality-tv van het vriendelijke soort over mensen die verhuizen. Het universeel herkenbare en het hyper-individuele in één klap. Bij hen zag ik Majoor Boshardt haar huis op de Wallen verlaten voor de bejaardenflat. Niet sentimenteel, wel ontroerend. Tros, vrijdag, 14.32 uur, Nederland 2.