Niet alleen de tory’s zijn aan een opknapbeurt toe

Eerst heb je de koningin. Daarna de aartsbisschop van Canterbury. Vervolgens de speaker van het Lagerhuis en dan de premier. En naast hem bij de opening van het parlement de leider van Hare Majesteits Loyale Oppositie. Nummer vijf in ‘s lands rangorde. De leider van de oppositie heeft dan ook een hoog salaris, een groot kantoor met personeel en een auto met chauffeur. Prachtig, nietwaar? Zo hoort het in een mooie democratie.

Helaas. De wijze waarop William Hague geheven werd op een van de hoogste posities in het Verenigd Koninkrijk mag omgekeerd evenredig worden genoemd aan het belang dat de staatsstructuur deze persoon toedicht. Door slechts 92 conservatieve parlementsleden werd hij uitverkoren. Meer dan zeventig leden van de conservatieve fractie in het Lagerhuis stemden tegen hem. De rest van de oppositie - liberalen, Ulstermannen, onafhankelijken - kwam er in het geheel niet aan te pas.
Het is onmogelijk in kort bestek te beschrijven hoe de conservatieve kiesmannen tot hun keus kwamen. Het gebeurde nadat ze elkaar drie weken lang voor rotte vis hadden uitgemaakt en incidenten hadden opgeblazen tot schandalen. Ze leken elkaar intens te haten, maar toen dan - faute de mieux - de anti-Europeaan Hague triomfeerde, stonden de tegenstanders, pet in de hand, op zijn stoep. En hij nam ze tot zich, kennelijk ervan uitgaand dat het nuttig is je vijanden onder controle te hebben.
De belangrijkste tegenkandidaat van Hague was de charismatische ex-minister van Financiën Kenneth Clarke, de enige die na de veldslag een ook aan hem aangeboden positie in het schaduwkabinet weigerde. Kozen de leden van de conservatieve Lagerhuisfractie met Hague de leider die de conservatieve partij wilde? Welnee. Peilingen hadden uitgewezen dat een overgrote meerderheid van de conservatieve kiezers voor Clarke was.
Maar een opiniepeiling onder de kiezers? Is er dan geen partijraad? Nou nee. Je kunt je in Groot-Brittannië niet aanmelden als lid van de Conservatieve Partij. Hoogstens van een associatie. Een centrale administratie ontbreekt. Niemand weet derhalve hoeveel actieve leden de partij heeft. Geschat wordt zo'n 120.000. Met elkaar brengen die aan contributie een fractie op van de nodige financiën. Geld inzamelen doet ‘Central Office’, hoofdkantoor van de beweging. Central Office bewerkt het bedrijfsleven, want alleen het zakenleven houdt Central Office in stand. Dat de eerste daad van Hague was een nieuwe 'voorzitter’ van de partij te benoemen, is dan ook verklaarbaar.
Hoezeer de Britse democratie rammelt wordt duidelijk uit enkele getallen. Major won in 1992 de verkiezingen op het nippertje. Hij moest werken met een kleine meerderheid; vlak voor hij werd verslagen was hij die meerderheid zelfs kwijt. En dit keer verloor hij, van Tony Blair en Labour. Labour kwam met een overweldigende meerderheid aan Lagerhuiszetels uit de slag. Heel Europa heeft het nog steeds over de herrijzenis van het Britse socialisme, maar Blair en Labour kregen op 1 mei één miljoen stemmen minder dan John Major in 1992 en dat bij een bijna gelijke opkomst van de kiezers. De moeder der democratie is toe aan een beautyfarm-behandeling.