Niet alleen indonesie heeft genoeg van soeharto

Tanks rijden door de straten van de Indonesische hoofdstad Jakarta. Maar niemand weet precies wat er bij hem of haar om de hoek gebeurt, want de media staan onder censuur. Vrijheid van meningsuiting, democratie, mensenrechten - Soeharto lapt het nog altijd aan zijn laars.

Zijn laatste wapenfeit is het uiteen drijven van de enige oppostiepartij van betekenis, de Partai Demokrasi Indonesia. Eigenhandig liet hij de populaire PDI- leidster Megawati Soekarnoputri afzetten en vervangen door Soerjadi, een van zijn in de PDI geinfiltreerde getrouwen. Megawati beschouwde de afzetting als onwettig en weigerde te wijken. Waarop vierhonderd van haar aanhangers met grof geweld uit het PDI-hoofdkwartier werden gezet door vertegenwoordigers van de zogenaamde nieuwe Soerjadi-stroming. Maar iedereen weet - al durft geen krant het op te schrijven - dat zij door Soeharto betaalde onruststokers zijn. Politie en militairen hielpen zelfs een handje bij de bestorming van het hoofdkwartier. Dit alles gebeurde een dag voor de ge boortedag van Mohammed, een nationale feestdag waarop in Indonesie geen kranten verschijnen.
Het was een gewelddadig hoogtepunt van zes weken politiek protest van de PDI, dat aanvankelijk met ingehouden woede werd gadegeslagen. Maar nu lijken Soeharto en zijn loyale leger de oppositie definitief monddood te willen maken. Zij vrezen een krachtmeting met Megawati als tegenkandidate bij de presidentsverkiezingen over twee jaar, waarvoor het registreren van kandidaten zojuist is begonnen.
Wellicht heeft Soeharto nu toch zijn hand overspeeld. Na de bestorming van het PDI-kantoor braken in Jakarta de ergste rellen uit sinds twintig jaar. Duizenden demonstranten staken banken en winkels in brand en plaatsten naar verluidt zelfs een bom bij het Nationale Monument in het centrum van de stad. Vanuit heel Java zouden bussen en treinen met woedende aanhangers van Megawati naar Jakarta onderweg zijn.
Ondertussen vielen er tenminste twee doden, zijn er honderden arrestaties verricht en patrouilleren mi litairen met machinegeweren door de straten. De bejaarde Soeharto, zichtbaar gespannen, riep vruchteloos op tot ‘eenheid en discipline in het belang van de toekomst’.
Maar de toekomst van zijn land is ongewis; de situatie is explosief. Ook de oppositie denkt aan de verkiezingen van 1998 en wil nu een doorbraak forceren om te voorkomen dat Soeharto zijn zevende termijn in gaat. In het overbevolkte land ligt een onderstroom van wrok onder de spreekwoordelijke glimlach van de bewoners. Indonesie heeft weliswaar een fantastische economische groei doorgemaakt, maar die kwam vooral ten goede aan een kleine groep mensen met de achternaam Soeharto. Zij zitten overal waar de macht en het geld zit, en scoren hoog op de corruptieschaal. Bij een mogelijke duikbootleverantie van Nederland werd openlijk om tien procent commissie voor de Indonesische bemiddelaar gevraagd.
Het zal de oppositie in Indonesie misschien sterken dat ook het buitenland langzamerhand genoeg krijgt van dit soort streken.