Niet alleen voor paardenmeisjes

TED VAN LIESHOUT, DRIEDELIG PAARD, €13, 95

‘Poëzie is veel spannender dan proza’, verklaarde Ted van Lieshout zo'n twee jaar terug in een interview toen hij de Theo Thijssen-prijs voor zijn oeuvre ontving, wat toevallig samenviel met de verschijning van Hou van mij, dat 25 jaar dichtkunst samenbrengt en illustratief is voor Van Lieshouts complete, eigenzinnige en veelzijdige kunstenaarschap. Dichter, illustrator, vormgever, conservator van drie papieren musea, activist in de (kinder)boekenwereld, geanimeerd verteller en tegendraads vernieuwer: Van Lieshout is het allemaal. Dat hij in geen enkel hokje past en niet vastzit aan één vorm en één doelgroep bewijst hij opnieuw met zijn meest recente bundel Driedelig paard, een unieke verzameling onderling verbonden blokgedichten, beeldsonnetten en tekeningen die net zo uitdagend en ontregelend is als de titel en nooit verveelt.

Beeldgedichten die volgens het principe van een sonnet zijn opgebouwd (veertien regels in twee strofen van vier en twee van drie), waarbij de rijmwoorden worden weergegeven in geometrische figuren, introduceerde Van Lieshout al eerder in Mama! Waar heb jij het geluk gelaten? (2005). Die nieuw gevonden vorm wilde hij vervolgens niet loslaten en prikkelde zijn experimenteerdrift. Zodanig dat hij, op zoek naar nog 'meer lucht en werveling’ in zijn poëzie, uiteindelijk sonnetten creëerde waarbij het beeld de tekst zelfs volledig overbodig maakte.

Zo tref je in Driedelig paard bijvoorbeeld een 'Pruimensonnet’, 'Halve appelsonnet’, 'Parasolletjessonnet’, 'Wereldbollensonnet’ en 'Lepeltjessonnet’, de titels verwijzend naar de concrete onderwerpen waaruit de woordeloze strofen tegelijkertijd speels, strak en regelmatig tegen een zwarte achtergrond zijn opgebouwd. Het zijn ware kunstwerken waarin alles om de vorm draait, met als resultaat dat je wordt gedwongen te zoeken naar het gesuggereerde rijm en ritme. Iedere keer weer, tot je de jongleerballetjes, radijsjes, wasknijpers, pruimen, lepeltjes, enzovoort kleurrijk en in veelvoud voor je ogen ziet dansen.

Gelukkig biedt Van Lieshouts 'paard in drie delen’ ook nog ander vermaak van hoog niveau dat aangenaam scherp afsteekt tegen de beeldsonnetten: gedichten in de vorm van een blok tekst, zonder specifieke uiterlijke kenmerken als verzen, witregels en regelafbrekingen. Mocht de tekst ergens rijmen, dan berust dat op louter toeval. Het gaat Van Lieshout om de taal en de poëtische inhoud die achter de woorden schuilgaat en om niets anders dan dat.

Dat klinkt hoogdravend, maar Van Lieshouts driedelige paard blijft knap met alle vier de benen heel laag bij de grond. De meeste blokgedichten zijn toegankelijk in hun alledaagse onderwerpkeuze en opmerkelijk luchtig van toon. Neem bijvoorbeeld de humorvolle klaagzang van eerder genoemde lepeltjes, die niet langer dulden zomaar in de besteklade te worden gesmeten. 'Wij hoeven heus niet chic lepeltje-lepeltje in zo'n deftige cassette alsof we duur zilver zijn, maar we willen niet op één hoop gegooid worden met de vorken. Als wij in de la geen vak voor onszelf mogen, dan geven wij er de voorkeur aan om bij de messen te liggen! Op tafel liggen we toch ook nooit naast de vorken? Nou dan’.

In het eerste deel van Driedelig paard schrijft een ik-persoon heel herkenbaar vanuit een jeugdig perspectief zijn grootmoeder een aantal troostbrieven nadat zijn grootvader is overleden. In het laatste deel antwoordt de grootmoeder, om te vertellen dat de brieven haar levenslust hebben teruggebracht. En in het middenstuk passeren allerlei soorten teksten de revue: klaagbrieven, nieuwsberichten, mededelingen en openhartige ontboezemingen, waarin varkens elkaar 'bepotelen’, het bestuur van een bejaardentehuis voorstelt te 'ruimen’ om aan bezuinigingseisen te voldoen, een hond een kabouter doodbijt (of is het toch een pop?) en kinderen een zeemeermin proberen te reanimeren.

Soms zijn de tekstblokken speels, soms zijn ze ernstig, soms zijn ze autobiografisch, soms zijn ze maatschappijkritisch. Maar in al die veelstemmigheid kun je voortdurend vele vrolijke en ontregelende dissonanten beluisteren.

Zo is er voor elk wat wils. Voor ieder meisje dat over een paard droomt is er in het hart van het boek 'ik wilde een paard’ als 'driedelig verjaardagscadeau’. Voor de opstandige puber is er 'ik kreeg ten onrechte straf omdat ik de was niet op tijd van de lijn heb gehaald’. Voor de eenzamen der aarde schreef Van Lieshout: 'Zal er ooit iemand zijn die voor het raam zit en naar buiten kijkt en dan gelukkig is omdat ik buiten aan het lopen ben en dat een mooi gezicht vindt?’ En speciaal voor alle vegetariërs en Partij-voor-de-Dieren-leden is er de hilarische klacht van enkele diervriendelijke mensen die acht drumsticks van levende kippen bij een zekere poelier op de 'Wilgenroosjesweg nummer 23’ wilden bestellen en die niet kregen. (Ook niet die van batterijkippen die hun poten vanwege gebrek aan bewegingsruimte toch niet nodig hebben.)

In Driedelig paard komt alles wat Ted van Lieshout met woord, beeld en vorm kan op een geweldige manier samen voor jong(er) en oud(er). Bovendien heeft hij gelijk: poëzie biedt de kunstenaar eindeloos veel mogelijkheden en is in zijn grenzeloosheid inderdaad veel spannender dan proza.